De volkshogeschool waar ik werkte organiseerde onder
meer weekenden op basis van open inschrijving: weduwen en weduwnaren,
alleenstaande ouders, alleenstaanden, ouderen.
Er was over het algemeen veel belangstelling voor
de gepreksweekenden voor alleenstaanden. Het ging hier om gespréksweekenden en
het was zeker geen voorloper van ‘Married at first sight’ of ‘Lang leve de
liefde’. Gelukkig niet!
Samen met mijn collega’s was ik het aanspreekpunt
voor telefoontjes van diegenen die belangstelling hadden om deel te nemen aan
zo’n weekend en meer informatie wilden. Merendeels waren dat vragen over de
aankomsttijd, het aantal deelnemers, de inhoud van het programma en de prijs. Over
het algemeen wist ik, en weet ik nog steeds, mijn mondje wel te roeren.
Groen als gras wist ik me echter geen raad met de
éérste en énige vraag van een van de bellers. Mijnheer X had belangstelling
voor het weekend voor alleenstaanden met als thema ‘Vrij-gezellig’ en vroeg me
in plat Achterhoeks of Twents:
“Valt er ook nog wat te n**k’n dat weekend?”
Ik werd ter plekke de verpersoonlijking van het
gezegde ‘met stomheid geslagen zijn’. Er kwam geen stom woord meer over mijn
lippen. Ik liet de hoorn van de telefoon bijna uit mijn handen vallen en keek
er van een afstandje naar. Het enige wat ik uiteindelijk uit kon brengen was: “nee”, waarna ik de hoorn op de haak knalde
alsof ik me eraan verbrand had.
Mijn collega tegenover me keek stomverbaasd naar
mijn rood aanlopende gezicht en besefte gelijk dat er iets niet helemaal
klopte.
“Wat is er aan de hand?”, vroeg ze.
Als keurig opgevoed meisje, nog maar net van
school, kostte me het zelfs moeite om de woorden te herhalen.
“Ik heb de hoorn erop gegooid”, was het enige dat
ik uit kon brengen, stomverbaasd als ik was over mijn eigen handelwijze.
Geplaatst Gelderlander Gastschrijvers 13-5-2023