Ben ik op dat moment ergens anders in huis of in
de tuin, dan hoef ik me niet druk te maken om vreemden die door de poort komen.
Bij een pakketbezorger, een Jehovah-getuige of iemand die ze niet kennen, beperkt het zich
tot een oorverdovend blafoffensief. Als ik dus alleen maar geblaf hoor, ga ik
toch maar even kijken wat de oorzaak van het alarm is. Zodra ik een portie
huilen naast het geblaf hoor, hoef ik geen haast te maken. Degene voor wie dit
welkom bedoeld is, weet de weg en komt lekker achterom.
'
'
Een van de pakketbezorgers is overduidelijk bang
voor honden en zet geen stap te veel. Hij geeft het pakketje aan over het hek,
maar geen haar op zijn hoofd die eraan denkt om de tuin in te lopen en het
pakje bij de voordeur of onder de carport te leggen. Komt er niemand naar het
hek, dan krijg ik enige tijd later een mailtje: “Wij hebben u niet thuis
aangetroffen, morgen wordt het opnieuw aangeboden”. Een andere bezorger vindt
het maar wat leuk en hoopt dat de hondjes naar de poort komen rennen. Dan kan
hij ze aanhalen en, met onze toestemming, iets lekkers geven.
De drie herrieschoppers herkennen het geluid van
onze auto. Met een korte blik weet ik of ze alle drie binnen zitten. Een zit op
de vensterbank, kop recht omhoog en huilt als een wolf. Voor de deur staat er
een zijn nageltjes kort te krabben, zijn kopje komt net ter hoogte van het raam
uit. De laatste neemt zijn vaste uitkijkpost op de bank in en vanuit de auto
zie ik alleen de twee oorpuntjes. Hij zet de tweede stem in van het muziekstuk op de
vensterbank.
