Brinta- en havermoutpap op de nuchtere maag: ik
gruwelde ervan. Mijn broers konden deze aanslag op hun maag wel verwerken en
aten de pap liefst zo dik dat de lepel er rechtop in bleef staan.
Wat ik nog veel erger vond, was de zelfgemaakte
pudding. Niet vanuit een pakje, maar zelf bereid met alle benodigde ingrediënten
om bijvoorbeeld vanillepudding te maken. Als afsluiting van de warme maaltijd tussen
de middag kwam er zo nu en dan ook griesmeelpudding met bessensaus op tafel.
Getver, zodra ik de keuken binnenkwam, wist ik al hoe laat het was. De geur van
warme melk met griesmeel in de pan op het gasfornuis. Mijn moeder erachter in
een schort en de houten pollepel in de aanslag om te voorkomen dat de
griesmeelpap vast zou ‘koeken’ in de pan.
De platte borden gingen van tafel en daarvoor in de
plaats kregen we een diep bord voor onze neus. Mijn moeder kwam binnen met de pudding en de ogen
van mijn broers begonnen al te glunderen.
“Wij willen het vel!”
De rillingen liepen me dan over de rug, het vel was zo mogelijk nog erger dan de pudding eronder.
Mijn moeder schepte het vel eraf en legde het als een blubberig deinende massa bij mijn broers in het bord. Binnen no time waren de vellen naar binnen gewerkt en kon de volgende puddinggang komen: de griesmeelpudding zelf en als laatste een lepel warme bessensaus.
“Wij willen het vel!”
De rillingen liepen me dan over de rug, het vel was zo mogelijk nog erger dan de pudding eronder.
Mijn moeder schepte het vel eraf en legde het als een blubberig deinende massa bij mijn broers in het bord. Binnen no time waren de vellen naar binnen gewerkt en kon de volgende puddinggang komen: de griesmeelpudding zelf en als laatste een lepel warme bessensaus.
Ik kreeg alleen een lepel bessensaus, dat vond ik wél
lekker. Geen pudding alsjeblieft.
Zo nu en dan werd hun wens ingewilligd maar meestal hoorden ze: “nee, dit bewaren we voor morgen”.
Ik kon niet wachten tot het overmorgen zou worden. Morgen eerst weer een ‘griezel’puddingdag.
Zo nu en dan werd hun wens ingewilligd maar meestal hoorden ze: “nee, dit bewaren we voor morgen”.
Ik kon niet wachten tot het overmorgen zou worden. Morgen eerst weer een ‘griezel’puddingdag.
“Mogen we nog een beetje?”, kwam als altijd de
vraag van mijn broertjes.
Geplaatst Gelderlander Gastschrijvers, 23-3-2023