De kamer óp de kop en de kolder ín de kop. Mijn vader zorgde ervoor dat hij weg was als het begon. Mijn moeder begon niet voordat mijn vader weg was. De kip of het ei? Alle overbodige spullen moesten de kamer uit totdat alleen de grotere houten meubels overbleven. Het stofdoekenmandje, een donkerbruin rieten mandje met twee rieten handvatten, werd uit het onderste keukenkastje gehaald. In het mandje enkele vale stofdoeken met een licht ruitpatroon en doeken voor 'overig gebruik'.
Allemaal van een zacht materiaal.
In het kastje ernaast stonden de schoonmaakmiddelen. Zo ook een geel blik met de opdruk 'Peli' in cursief geschreven grote letters. Het was een plat blik, ongeveer drie centimeter hoog en een diameter van 18 centimeter. Aan één zijde van het deksel een verdieping in de vorm van een duimafdruk. Zodra je daar stevig op drukte hoorde je 'ploep' en het blik ging open. In het blik een gele, vettige substantie, met een ietwat weeïge geur: de boenwas.
Bedoeld om hout te voeden, te laten glanzen en kleine beschadigingen weg te werken. Als kind kreeg ik een van de doeken 'voor overig gebruik' en het blik. De wijsvinger in de doek, vervolgens in de substantie en aanbrengen op de meubels. Niet te veel gebruiken, want het liet zich heel goed uitsmeren. Daarna de stoelen weer andersom om de zittingen en leuningen dezelfde behandeling te geven. Zo ook tafelblad en -poten en de eiken kast met een opgelegd patroon van hetzelfde hout. Dat patroon had wat weg van een vlinder en mijn moeder noemde het kastje dan ook het vlinderkastje. Bij het trouwen aangeschaft en 60 jaar later nog eeen keer een verhuizing doorstaan.
"Jullie gooien het toch niet weg hè, als ik dood ben?"
En maar inboenen. De doek kwam er steeds viezer uit te zien. De wijsvinger eronder was niet minder vies. De nagelrand en -riem waren helemaal geel. Alles ingeboend? Het deksel ging weer op het blik. De 'ploep' was de bevestiging dat het ook goed dicht zat. Werd het blik niet goed afgesloten, dan kon je de volgende keer weinig beginnen met de was. Flink ingedroogd en klonterig en vrijwel niet uit te wrijven.
Vervolgens kon de ronde van voor af aan weer beginnen, want dan moest de was op het meubilair met een nieuwe doek 'voor overig gebruik' goed uitgewreven worden in rondgaande bewegingen. En inderdaad, alles begon weer te glanzen. Zelfs kleine beschadigingen werden onzichtbaar. Dan wist je ook de waarschuwing om niet te veel was aan te brengen te plaatsen, want dat uitwrijven kostte aardig wat inspanning. Daar waar te veel opgebracht was, waren veel meer wrijfbewegingen nodig voordat de glans tevoorschijn kwam.
Alles klaar? Inpakken maar en blik, mandje en doeken werden in de kastjes teruggezet. De rest van de kamer kreeg ook een grondige schoonmaakbeurt en alles kon weer ingeruimd worden. Het pluchen kleed over de eettafel en het kanten kleedje op de salontafel.
Kust veilig? Ja, mijn vader kon ook weer thuiskomen.