Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer in. 
Dit is hét moment van de dag om buiten te zijn. 
De honden zijn dezelfde mening toegedaan en lopen voor me uit naar buiten voor hun ochtendplasjes. Hun routine laat zich niet doorbreken en ze wachten bij hun bakjes op de brokken.
Alsof ze nooit te eten krijgen, kijken zes bruine ogen me bedelend aan.
Intussen gooi ik alle ramen die open kunnen open en maak beschuit met zomerkoninkjes klaar. 
Hier zit ik nu prinsesheerlijk voor het huis. De honden liggen loom aan mijn voeten en spitsen zo nu en dan hun oren, net als ik. 

Vanuit een hoge positie roekoekoet een houtduif; een winterkoninkje fluit alsof het zijn laatste dag is; in het gras dat nog nat is van het besproeien gisteravond hippen een lijster en een mannetjesmerel rond, op zoek naar wormen; onder de beschutting van een dichte struik komt een roodborstje tevoorschijn en neemt ook een voetenbad in het gras.
Een tweede merel landt op het groene dek en doet aan rek- en strekoefeningen voor zijn nek. Met korte rukjes trekt hij de worm uit de grond en peuzelt die op. 
Op de achtergrond laat de haan met luide kukelekuus horen dat ook hij wakker is. 
Twee meeuwen vliegen over en zijn waarschijnlijk onderweg naar de zaterdagmarkt in de hoop een visje te kunnen bemachtigen. 
Dat is nou jammer, dat er een irritante vlieg bij me zit en kriebelend over mijn arm loopt. 
Ik sla hem weg en op hetzelfde moment valt mijn oog op de waterschotel voor vogels die in de border staat. Waterdruppeltjes spetteren flonkerend omhoog. Dat is zo mooi om te zien, die 
fladderende vleugels van vogels die een bad nemen. Vogels? Ik zie geen enkele vogel, maar wel opspattend water. Kleine rode bloemblaadjes liggen naast de schotel, op een rijtje alsof ze daar 
neergelegd zijn. Van welke struik komen die blaadjes? Er staat er geen met rode bloemetjes in de buurt. Ik wil er het mijne van weten en sluip op blote voeten door het natte gras ernaartoe.
Ineens houd ik stil. Naast het gespetter hoor ik zacht gezang, alsof het een achtergrondkoortje is voor de zang van de winterkoning en in het water zie ik meerdere geelroze bolletjes liggen, elk met een witte pluis eraan vast. 

Dan valt mijn mond open van verbazing, de geelroze bolletjes drijven naar elkaar en vanuit de schaal klinkt in koor: ‘Niet kijken, wij zijn nog niet aangekleed.’
Hè? Ben ik toch te vroeg uit bed gestapt en ben ik weer in slaap gevallen? Maar niets is minder waar. 
Ik bekijk de rode bloemblaadjes nog eens en zie dan wat het echt zijn: zes kaboutermutsen op een rijtje.
Ach natuurlijk. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, trek ik voor mezelf de conclusie dat zij niet gewend zijn dat ik zo vroeg op ben als ze hun ochtendbad nemen. Geef ze eens ongelijk. Ik merk 
dat ze zich bijzonder ongemakkelijk voelen onder mijn blikken en draai me van hen weg. Als ik iets voel aan mijn enkel, kijk ik naar beneden en zie daar een ventje staan met een blad van de 
vrouwenmantelplant beschermend om zich heen geslagen en een rode muts op zijn hoofd. Zijn drijfnatte witte baard drupt nog na. 

‘Je hebt ons gezien, dat was niet de bedoeling. Wij willen ongezien ons tuinwerk blijven doen, maar we moeten uiteraard wel alle stof, pluisjes en zaadjes van ons afwassen.’
Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat ik in gesprek ben met een kabouter vraag ik: ‘Wat waren die bolletjes in het water? Als de kale kruinen van paters?’
Een hoogrode blos verschijnt op de wangen van de kleine man. ‘Het zijn inderdaad kale kruinen. Van ons! Die zijn nooit zichtbaar omdat ze bedekt zitten onder de muts. Maar vertel het alsjeblieft niet 
verder.’
In de tijd dat ik met hem in gesprek was, hebben de anderen zich blijkbaar razendsnel aangekleed en zijn verdwenen. Ik krijg geen kans nog een volgende vraag te stellen, want met een rotgang komt een 
van de honden op me afstormen en neemt ook de laatste kabouter de spatten.
Een sirene verder weg verstoort dit ochtendmoment en zelfs de krantenman is blijkbaar vroeg opgestaan en komt over het grind aanscheuren. Hij ziet me en steekt even zijn hand op. 
Met een tweede kop thee nestel ik me opnieuw in de tuinstoel en zie de zon tevoorschijn komen tussen de boomkruinen. De dag wordt wakker en de nacht is gaan slapen.

 ©Vera Oor, 2026

Dit nummer is niet in gebruik

 


Het adresboek lag naast de bekende grijze telefoon met kringelsnoer. Alle namen, adressen en telefoonnummers op alfabet. Af en toe moest ik het bijwerken, meestal omdat iemand verhuisde en een nieuw adres kreeg. Bij verhuizing naar een andere stad betekende dat automatisch ook een ander netnummer en daarmee een ander telefoonnummer. Dan zette ik resoluut een streep door de oude gegevens en veranderde die. Nu staan al mijn contacten digitaal.
Ook daar moet ik af en toe iets aanpassen, maar de meeste mobiele nummers blijven gelukkig hetzelfde.
Toch moet ik steeds vaker bijwerken vanwege een ándere reden: een definitieve laatste verhuizing. Hoe ouder ik word, hoe meer mensen om me heen wegvallen en lijnen worden verbroken.
Ik bel een nummer dat in mijn geheugen staat gegrift.  
“Het nummer dat u gebeld heeft is niet in gebruik”, zegt de onpersoonlijke stem.
Achter deze woorden schuilt een hele wereld.
Natuurlijk kan iemand het telefooncontract hebben opgezegd, maar vaak betekent het iets anders: dat het contract is beëindigd na een overlijden.
“Ja, logisch, dat een nummer dan wordt opgeheven”, zul je misschien zeggen.
“Hartstikke logisch”, antwoord ik dan. Maar toch.
Ik zocht op hoe lang het duurt voordat een telefoonnummer opnieuw wordt uitgegeven.
Dan kom ik termen tegen die in relatie tot overlijden kil en bijna cynisch klinken: “wettelijke afkoelingstermijn”, “van zeer kort tot eeuwig”, en zelfs “als de verouderingstijd voorbij is”.
Toch laat ik sommige namen in mijn Contacten staan. Ik weet dat er nooit meer een oproep van dat nummer zal komen of ik het nummer zelf zal bellen, maar het voelt alsof ik een verbinding vasthoud.
Inmiddels weet ik dat ik niet de enige ben die dat doet.
Wat zou ik graag op ‘Wijzig’ drukken en gewoon een extra telefoonnummer toevoegen.
Heeft iemand voor mij het telefoonnummer van de hemel?

 ©Vera Oor, 2026

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...