Na een laatste ferme stoomtoeter glijdt de trein het station binnen.
Cindy blijft op enige afstand staan. De eerste wagons houden hun
deuren gesloten: die verbergen de cadeauvoorraad van de kerstman.
De laatste deur gaat piepend open en een wolk van tekstballonnen
verspreid zich door de lucht.
Cindy doet haar best om ‘haar ballon’ te vinden. Ze loopt tussen
allerhande woorden door: ik wens, voor allen, liefde, vrede, vrienden, veiligheid.
Zo nu en dan veegt ze een ballonnetje uit haar gezicht. Nog meer woorden
passeren haar ogen en dan ziet ze eindelijk ‘Puntje’. Ze grijpt het
tekstballonnetje vast aan de punt en zweeft onder de ballon een eindje weg om
iets verderop te landen in de sneeuw.
Vorige week is Puntje overleden. Het hondje was ziekelijk en
oud, hij was er al voordat Cindy geboren werd. Cindy was totaal verbijsterd
toen het ’s ochtends vredig in zijn mandje lag en koud en stijf aanvoelde.
Ze had haar hondje toegedekt met een pluizige kerstdeken. Haar vader had die ochtend een mooi kistje
getimmerd en samen hadden ze Puntje begraven in de tuin.
’s Avonds huilde Cindy zich in slaap, maar ze werd wakker van klingelende
belletjes. De kerstman vloog in zijn arrenslee voor haar raam heen en weer.
De kerstman? Die is een week te vroeg, het is pas volgende week
Kerstmis.
Ze opende het raam en de kerstman boog zich iets naar haar toe.
‘Ik vlieg deze week rondjes om wensen op te halen. Dat mogen
geen wensen voor speelgoed of spulletjes zijn, maar wensen die niet te koop
zijn. Heb jij nog een wens? Je mag hem hier opschrijven.’
De kerstman gaf haar een tekstballonnetje en zei dat ze gewoon
met haar vinger kon schrijven.
Cindy hoefde niet lang na te denken en schreef haar wens op: Nog
één keer Puntje zien.
Het ballonnetje gaf ze terug aan de kerstman die, voordat hij
verder gleed, tegen haar zei:
‘Let volgende week goed op. De dag voor Kerst komt de Kersttrein
voorbij.’
Cindy is op een boomstronk gaan zitten en ze heeft het
tekstballonnetje naast zich neergelegd. Het is háár tekstballon, ze herkent
natuurlijk haar eigen handschrift en de wens om Puntje nog één keer te zien.
Maar nu? De kerstman heeft niet gezegd wat ze verder moet doen.
Dan ziet ze het begin van een ritssluiting aan de onderkant van
de tekstballon. Ze ritst hem langzaam open en daar ziet ze…Puntje!
Ze probeert hem vast te pakken, maar haar handen gaan dwars door
het hondje heen. Ze laat haar handen naar beneden vallen en hij zweeft pal voor
haar ogen en kwispelt met zijn zwarte staartje met een witte punt eraan.
Cindy verbaast zich erover dat Puntje er niet ziek of dood
uitziet, maar hetzelfde als een tijd geleden, toen hij nog gezond was.
Dan begint hij zachtjes te blaffen en Cindy kan verstaan wat hij
zegt: ‘Ik kom je gedag zeggen voordat ik naar het hondenparadijs ga, waar enorm
veel hondjes op me wachten. Ik heb geen pijn meer, ik kan weer rennen. Wees
niet verdrietig maar denk aan de fijne tijd die we samen gehad hebben.’
Cindy kan een opwellende snik niet onderdrukken en vraagt
zachtjes: ‘Maar hoe moet ik nu verder zonder jou?’
‘Ik mag je iets verklappen van de kerstman,’ zegt Milou. ‘Zoek
goed naar een kleine doos in het schuurtje. Daar heeft de kerstman iets voor je
neer gezet.’
Het lijkt alsof Cindy een lik over haar wang krijgt en dan loopt
het tekstballonnetje leeg en Puntje zweeft kwispelend weg.
Enigszins opgelucht dat ze weet dat Puntje nu nooit meer pijn
heeft, maar nog steeds erg verdrietig dat hij niet meer bij haar is, loopt ze
naar huis, naar het schuurtje.
Onder de werkbank ziet Cindy een kleine doos staan, die ze
voorzichtig openvouwt. Enthousiast springt een puppy in haar armen en begint
haar gezicht te likken. Zijn zwarte staartje met een witte punt kwispelt heen
en weer.




