Thuis werken heeft veel voordelen,
ben ik van mening. Een van de hondjes ligt gezellig op de stoel naast me.
Overigens pas nadat ik hem van mijn bureaustoel weg heb gebonjourd. De koffie
smaakt zoals ik hem hebben wil, koekjes hoef ik niet te delen, op mijn
spijkerbroek zit nog een verfvlek, en in de tussentijdse pauzes hang ik
heerlijk onderuit. Het scheelt me ook nog eens reis- parkeer- en looptijd. De
wekker kan ik op een later tijdstip instellen.
Natuurlijk zijn er ook mindere kanten aan: ik praat vooral tegen mezelf of tegen het beeldscherm, de pakketbezorger belt natuurlijk nét aan op het moment dat ik in een Teams-overleg zit. Bij een beetje pech ben ik tussendoor ook nog een soort tandartsassistente. Vanuit de tuin of de garage hoor ik: “kun je even iets vasthouden?”.Daarna kan ik weer gaan bedenken waar ik ook alweer gebleven was. Enig tijdverlies, maar als ik de plussen en minnen bij elkaar optel, werk ik thuis wel efficiënter.
De laatste tijd heb ik echter ruzie
met mijn toetsenbord en muis. De muisaanwijzer reageerde óf te snel óf ik moest
hem tig keer op en neer schuiven voordat ik hem überhaupt in beeld kreeg.
Batterijtjes vervangen heeft niet geholpen, het opnieuw aanbrengen van de usb
met de muisaansturing had ook geen effect. Ergens onder in een la had ik nog
een muis mét draad liggen en die gebruik ik nu, dus dat probleem is opgelost.
Maar dan het toetsenbord: de ‘n’, de ‘t’ en de ‘s’ hebben nogal eens de neiging om zichzelf drie keer achter elkaar op het scherm te zetten. Heel erg irritant. Aangezien de nodige koekjes gegeten worden achter het toetsenbord kan ik me voorstellen dat zich blokkades tussen de toetsen gevormd hebben. Het grondig schoonmaken en zelfs uitblazen met de compressor heeft echter ook geen resultaat gehad. Mee leren leven, het is niet anders.
Nu zittt ik ook achter het toetsssenbord en ben bezig met een nnnieuw verhaal. Ja hoor, daar gaan we weer. Opnieuw. De ‘t’ tik ik amper aan. Het lukt: één ‘t’. Maar dat is geen werken zo. Ik kan dit niet bij elke ‘t’ doen. Ik heb een hoge typsnelheid. Bij het type-examen dat ik lang geleden heb afgelegd, had ik 240 aanslagen per minuut. Langzaam typen is dan bijna frustrerend.
Ik geef het hondje even wat
aandacht en wil verder typen. Hè? De hele toets van de ‘t’ is weg en ligt naast
het toetsenbord op tafel, de ‘n’
wiebelt, maar de ‘s’ zit nog op de plaats.
Wat gebeurt hier nu weer, zo oud is
dit toetsenbord niet of zou dit het resultaat zijn van het schoonblazen?
Ik probeer de ‘t’ weer in het toetsenbord te drukken en voel in een keer een stekende pijn in mijn vingertop. Als ik er naar kijk, zie ik een bloeddruppel tevoorschijn komen. Nog een keer proberen en weer die stekende pijn. Ik kijk eens goed in het open gat van de toets en ineens komt daar een piepklein zwart bolletje met allerhande stekels tevoorschijn, die met een sprong uit het gat bovenop het toetsenbord rolt.
“Wil je nou eens een keer
ophouden?”, klinkt een scherp stemmetje.
Dit moet afkomstig zijn van het
bolletje. De stekels bewegen driftig op en neer en ineens zie ik daartussen een
mondje en ogen. Nou, als blikken konden doden, dan viel ik ter plekke dood neer
achter mijn toetsenbord. Gitzwarte oogjes die wel vuur lijken te spuwen.
“Waarmee moet ik ophouden”, vraag
ik hem snel.
Driftig op en neer rollend begint
hij zijn betoog.
“Ik woon in dit toetsenbord, al zolang als je het hebt, maar sinds die coronacrisis gebruik je het zo vaak, dat ik er flink last van heb. Uren achter elkaar rammel je op de toetsen. Eerder was het een spelletje van mij om tussen de toetsen op en neer te rollen, zonder dat je me kon raken en die enkele keer dat je achter de computer zat, was dat een soort sporten voor mij om in conditie te blijven. Ik ben een bacterie, die in jouw toetsenbord woont. Overigens wonen in alle toetsenborden bacteriën.”
Dat klopt, bedenk ik me. Ik heb wel eens gelezen dat in en op een toetsenbord meer bacteriën zitten dan op een wc-bril. Het bolletje gaat verder:
“Dit is voor mij niet vol te
houden, ik kom amper tot rust en jouw snelheid kan ik niet bijhouden zonder
geraakt te worden. Ik heb me al eens een keer met uiterste krachtinspanning
vast moeten houden toen jij met die compressor aan gang ging.”
“En dan gooi je maar gewoon mijn
toetsen eruit?”
“Zit niks anders op voor mij om dit
overleven.”
Ik heb geen zin om een verdere discussie aan te gaan met dit irritante bolletje. Ergens in het keukenkastje heb ik nog een flesje desinfectans staan herinner ik me, en ik duik het kastje in. Ja, helemaal achterin zie ik het flesje staan, een overblijfsel uit het coronatijdperk. Na een paar keer drukken op het pompje komt er wat uit. Gewapend met een wattenstaafje en de desinfectans loop ik terug naar mijn toetsenbord waar het bolletje gelijk begint te schreeuwen met venijnige uithalen waarbij hij zijn stekels opzet.
“Nee. Geen desinfectans!”
“Oh jawel, ik heb geen zin in elke
dag een gevecht met jou” en ik tik hem aan met het wattenstaafje. Ik hoor een
zachte plof en voor mijn ogen lost het bolletje op en stijgt er een klein
rookpluimpje omhoog.
De ‘t’en de ‘n’ druk ik weer op hun
plaats en test of het bord nu weer normaal werkt.
De bacteriebestrijding heeft
gewerkt, al mijn toetsen doen netjes wat ze moeten doen als ze aangeraakt
worden: één keer een teken weergeven op het scherm, zonder herhalingen.
Wat ik me nog wel afvraag: zouden
er nog meer bacteriën in mijn toetsenbord zitten?









