Pip, deel 5. De tweede puppytraining en verder

 De Pip-delen staan in een onlogische volgorde. Dit is deel 5. 


De puppytraining van deze week liep gelukkig beter dan de eerste keer. Toch ontlokte het gedrag van Pip de trainer deze opmerking: ‘Ze heeft af en toe poep in haar oren.’
De aandacht verdeelde ze dit keer tussen luisteren naar en uitvoeren van de commando’s enerzijds. Anderzijds bleef het grasveld waarop de training gegeven wordt, een enorme aantrekkingskracht uitoefenen. Het gedrag van een miereneter is daarbij nog het meest vergelijkbaar. Kop naar de grond en snuffelend rondlopen. Op die momenten kunnen trainer en ik vragen wat we willen, Pip heeft dan andere dingen aan de kop. 

Loslopen en met de andere pups spelen is niet toegestaan. Nu heeft ze daar misschien minder behoefte aan want onze tuin en de groenstrook langs het spoor zijn een en al hondenlosloopgebieden. Een helft hebben we op dit moment afgescheiden omdat de druiven rijp zijn en de gevallen exemplaren een grote aantrekkingskracht uitoefenen op de viervoeters. Druiven zijn niet goed voor honden.
De rest van de tuin dan maar. Bloembollen hoeven we dit jaar niet op te graven om te drogen. Pip heeft al een emmertje bollen opgegraven. Het is jammer dat we niet een heg hoeven aan te planten, want mevrouw is een goede sleuvengraver. De robotmaaier kunnen we niet meer op een tijdschema laten rondrijden. Die moeten we handmatig starten omdat links en rechts van alles slingert wat Pip daarnaartoe gesleept heeft en de maaier er zich op zou vastlopen.  

Nog steeds is oude hond Toontje een gewillig slachtoffer van de speelse Pip. Toontje gaat terug naar zijn eigen jeugd, waarin hij op zijn beurt de inmiddels overleden Pepper tot speelgenoot had.
Pip lijkt nergens bang voor te zijn, behalve voor onverwacht harde geluiden, dan schiet ze als een pijl uit de boog naar de veilige huiskamer en volgt geïnteresseerd de reactie van de andere honden.
Alles wat ze kan vinden, verdwijnt in eerste instantie in haar bekkie. Mm, stenen zijn niet lekker, te vroeg gevallen kastanjes dienen als kleine bal, slakkenhuisjes kraken lekker tussen de tanden, een plastic bloempotje trekt ze vakkundig in stukken, die ze vervolgens weer ergens veiligstelt.
Het is zo grappig om te zien, hoe ze bewonderend de rondfladderende vlinders volgt. Ze zit doodstil en kijkt de koolwitjes na. Volgens mij overkwam het konijntje Stampertje uit Bambi hetzelfde. Het lijkt alsof ze weet dat deze beestjes te mooi zijn om te slopen.

Pip kwam aanlopen met haar eerste prooi. Ik moest goed kijken wat het was en met behulp van Google Lens heb ik het gevonden: het halve skelet van een pad. Brede, platte kop waar zelfs nog enkele ruggenwervels aan zaten.
Vanochtend heeft ze ervaren dat een dode pad toch heel wat anders is dan eentje die nog leeft.
Op hetzelfde moment als Pip zag ik de kleine pad een wanhopige sprong richting ligusterhaag maken. Ik hoopte nog dat ze hem met rust zou laten, maar nee, mevrouw dook erbovenop en…beet erin.
Nu weet ze hoop ik voor altijd dat het niet leuk is om in een pad te bijten, want zo’n diertje scheidt een stofje af, dat de hondenbek irriteert.
Driftig schudde ze haar kop heen en weer en het schuim spatte haar bek uit. We hebben dit eerder meegemaakt met een hardleerse hond die dit regelmatig overkwam, dus Pip was hetzelfde lot beschoren. Hup, mee naar binnen. De witte schuimbek opentrekken en de douchekop erop richten totdat het schuimen ophoudt. Daarna schudt mevrouw nog enkele keren met haar kop en rent in sneltreinvaart weer de tuin in. Wat zal haar volgende ervaring zijn?

©Vera Oor, 2025

Pip, deel 3. Drie weken later

 

Pip is nu drie weken bij ons en dat weten we. Het hele dag- (en nacht-) schema was vooral de eerste week rondom haar geprogrammeerd. 

Inmiddels weet zij nog eerder dan wij wanneer haar schema in de war dreigt te raken en zeker wanneer het op eten aankomt. Ze laat duidelijk merken dat het etenstijd is. Zodra ik maar een stap zet, dribbelt ze tussen mijn voeten door en dwingt me min of meer richting keuken, en daarmee richting voerbak. Met een korte, scherpe woef laat ze horen, dat ze eten wil zien.
De verschillende woefjes zijn overduidelijk. ’s Ochtends korte woef-woef-woefjes om te laten weten dat zij echt wel wakker is. Koffietijd: Een wat langer uithalende woef waarbij ze aan mijn voeten gaat zitten. Koffie voor ons, is een koekje voor de honden.
 
Zo nu en dan neem ik me voor om naar de dichtstbijzijnde doe-het-zelf-winkel te gaan om rollen behang te kopen, zodat ik haar daarachter kan plakken om even af te koelen. Dat gebeurt wanneer ze lang uithaalt en bijna overgaat in janken als ze meer dan drie keer het woord Nee hoort. Ik zie haar denken: jij kunt nu wel van plan zijn om mij dat te verbieden, maar ik denk er toch echt anders over. En roets, daar schiet ze tussen mijn handen door op zoek naar de volgende rel.
Naar haar naam luisteren doet ze zeker wel, maar ook dan wanneer het haar uitkomt. De spitse oortjes wijzen de andere kant op en lijken oordopjes in te hebben als ik haar roep en zij druk bezig is om een bloembol uit te graven of een halve boomstam mee te slepen.
Ze sleept haar buit, wat het dan ook is, het liefst naar een van haar favoriete plekken en legt daar een verzameling aan van balletjes, stukken touw, een lege plastic fles, een borstel, zelfs een slipper die ze ongemerkt meegetrokken heeft.
Een speciaal woefje: drie keer kort, een keer lang, laat ze horen wanneer een van ons thuiskomt of wanneer er bezoek voor de deur staat.
Ze is niet dom en ik moet wel voorkomen dat ze het SOS sein (lang-kort-kort-lang) inzet om de dierenbescherming te waarschuwen dat ze iets moet doen wat tegen haar eigen willetje is.
 
Zindelijk worden heeft geen enkel probleem opgeleverd. Gelukkig. Vanaf dag een wacht ze tot we haar mee naar buiten nemen en zakt dan bij de eerste grasspriet door de pootjes om te plassen.
Ze kan zonder meer solliciteren in een sm-hondensalon. Man, man, wat mishandelt ze onze volwassen Toontje af en toe. Op volle kracht vooruit, duikt ze bovenop zijn rug, trekt hem aan zijn oren, bijt hem in zijn poten of staart en blijft gewoon aan zijn vacht hangen, wanneer hij verder loopt. Toon is de goedzak zelve en slechts wanneer hij het geouwehoer écht zat is, laat hij dat merken met een korte grauw en grom. Na drie keer zo’n waarschuwing begrijpt Pip het, en gaat weer haar eigen gang.
Dat ze haar eigen gang gaat, betekent ook dat ik haar regelmatig aan het zoeken ben. De ene keer speelt ze voor Swiffer onder de bank, dan weer zit ze in een hoek van de tuin of, zelfs dat gebeurt weleens: ze ligt ergens op een kussen te slapen.
Om haar toch te leren ook op te letten waar wij zijn gebleven, hebben we geoefend door de andere kant op te lopen. Niet dat ze er echt van onder de indruk is als ze erachter komt dat wij niet in haar buurt zijn; ze gaat fijn door met waar ze mee bezig was. Totdat…het doordringt dat ze al enige tijd geen hond of mens gezien heeft. De staart als een radar omhoog, de nek opgerekt en de oortjes gespitst, zien we haar zoeken. Wij staan binnen en ze kan ons niet zien. Drie keer loopt ze de deur voorbij en kijkt schielijk of die openstaat. De vierde keer, hèhè eindelijk, gaat ze tegen de deur aanstaan en kijkt naar binnen. Yes, goed gevonden mevrouw, nu mag je naar binnen. Onder Woef-woef-woefjes van blijdschap komt ze de kamer in. 

©Vera Oor, 2025 

Vetwalmen zorgen voor paniek

Diepbedroefd staan de dieren in een kring om Bessie heen.
‘Zal ze nog wel beter worden?’ snikt de miereneter, terwijl ze luidruchtig haar neus ophaalt.
Zeven stokstaartjes verliezen de strijd tegen de zwaartekracht en ploffen op hun buik op het gras. Ze ondersteunen hun koppies met hun voorpootjes en kijken met wijdopen ogen naar Bessie, hun grote vriendin. Al generaties lang is Bessie onderdeel van hun levensgeschiedenis. Verre voorouders hebben Bessie zelfs zien opgroeien. 
Zwarte kraaien die regelmatig in de buurt van Bessie te vinden waren om insecten van haar rug te pikken of haar drollen te onderzoeken op iets eetbaars staan vleugellam naar haar te staren.
Een groep slingerapen klemt zich vast om de nek van een giraffe. Hun staarten staan in een kronkel alsof het kapstokhaken zijn. Aan elke haak hangt een emmer, gevuld met water, dat bij iedere stap van de giraffe een beetje over de rand heen klotst.
Olifantenstier Billie loopt achter de giraffe en houdt zijn slurf, die hij volgezogen heeft met water, omhoog.
Drie imposante pelikanen waggelen mee in de stoet waterdragers. Hun keelzak hangt bijna tot op de grond en ze moeten moeite doen hun kop overeind te houden. Vele liters water slepen ook zij met zich mee.
In de verte ziet de groep dieren witte wolken op zich afkomen. Sneeuwhazen en poolvossen jagen de sneeuwvlokken voor zich uit en zijn zelf amper zichtbaar achter dit koudeschild.
Hun poten trekken diepe sporen in het zand als ze plotseling afremmen waarbij de sneeuw zich als een koeltemat om het lichaam van Bessie vloeit.
De slingerapen glijden langs de nek van de giraffe naar beneden en legen hun emmertjes water bij haaar poten.
Billie sproeit vanuit zijn slurf het water als een koude douche over het voorhoofd van Bessie en de pelikanen zakken zo ver mogelijk door hun poten en duwen hun keelzak voorzichtig tegen haar slurf aan. Met een zwaarmoedige kreun heft Bessie haar slurf een beetje en slurpt wat water uit de keelzakken.
 
Alle verzamelde dieren houden hun adem in en kijken toe hoe Bessie zal reageren op deze hulpactie. Een kleine oogopslag van Bessie is voldoende om hun adem los te laten en hun hoge hartslag iets te laten dalen.
Inmiddels slaat de stoom af van Bessie’s verhitte lijf. De hulptroepen blijven bezig met koelen, koelen en nog eens koelen. Opeens beweegt Bessie haar poten en slaakt een diepe zware zucht, die gevolgd wordt door het geluid van een kindertrompetje. Billie gaat naast haar staan en antwoordt met een luid getrompetter alsof Napoleon zelf eraan komt.
‘Och, Bessie toch,’ fluistert hij. ‘Waarom? Ik was zo bang dat je het niet zou overleven.’
Bessie begint me lange uithalen te huilen en laat zoveel tranen lopen, dat het lijkt alsof alle emmertjes van de slingerapen opnieuw gevuld moeten worden met Bessies verdriet.
‘Ik wilde mooi slank zijn voor jou, Billie,’ fluistert ze zodat alleen Billie haar kan horen. ‘Iedereen noemt me dikhuid en daarom ben ik op het vuur gaan liggen om vet te laten smelten.’
Ondanks de situatie moet de massieve olifantstier glimlachen. ‘Dat is een naam om trots op te zijn. Geen enkel ander dier heeft deze koosnaam, zelfs het nijlpaard niet. Dit hoort gewoon bij het olifant zijn. Stel dat je opzet geslaagd zou zijn en je was heel veel afgevallen, dan kreeg je een andere bijnaam, slaphuid off zo. Als…je het al overleefd zou hebben. Ik schrok me dood toen de vetwalmen opstegen en jouw heerlijke eigen olifantenlucht verbrand begon te ruiken.’
Bessie grote oren beginnen te flapperen als de kwispelende staart van een hond en ze gaat wankelend staan, ondersteund door haar Billie.
Nadat alle dieren zich ervan bewust zijn dat het grootste gevaar gevaar voor Bessie is geweken, gaan ze gezamenlijk aan de slag met het doven van het vuur.
Mollen en konijnen graven uit alle macht flinke bergen zand omhoog en bedekken daarmee de smeulende resten van de houtskool, achteloos achtergelaten door deelnemers aan een illegale barbeque.

Pip, deel 1. Hèhè, wat een zwaar leven.

Hèhè, wat een zwaar leven.
De eerste anderhalf jaar na mijn geboorte heeft mijn moeder aardig wat teksten geschreven bij de foto’s die van mij gemaakt werden. Na de geboorte van mijn broertje, werd dat minder omdat ze er waarschijnlijk te weinig tijd voor had. Heel leuk om te lezen over de ontwikkeling van een baby en dan te weten dat ik die baby was. Zo schreef ze toen ik 1 jaar en 4 maanden oud was:

Je hebt zo de gewoonte om midden onder je “spel” ergens op de grond te gaan zitten met de hartgrondige uitdrukking: Hèhè! Waarschijnlijk van je moeder geleerd als die je naar boven gedragen heeft, want je bent behoorlijk zwaar. ’t Is een komische gewoonte van je en we moeten er altijd om lachen. Zo jong en al zo’n zwaar leven dat je moet zuchten.

Deze gewoonte heb ik nog steeds. Het is ook niet meer dan een gewoonte en heeft niks te maken met zwaar werk of zo. We hebben afgesproken dat ik een seintje krijg als ik het al drie keer heb 
gezegd op een dag. Dat is de limiet. 
Gisteren ben ik boven de limiet uitgekomen. 

Al vroeg in de auto om naar Twente te rijden. Nadat we Aila in hadden moeten laten slapen, besloten we een nieuwe Cairn terrier te gaan zoeken. Dat is gelukt. Eind mei is Pip geboren en gisteren hebben we haar opgehaald. 
Een hele uitleg van de fokker over van alles en nog wat en uitgerust met hond, een zak voer, speeltjes, een foto van Pip op canvas en het koopcontract gaan we op huis aan. 
In de auto zit ze op schoot en na even te hebben laten horen hoeveel decibels ze kan produceren, kijkt ze nieuwsgierig naar buiten en hangt even later uitgeput over mijn arm te slapen om een kleine anderhalf uur later geïntroduceerd te worden bij haar nieuwe thuis. 
Dat is niet zomaar hup de auto uit, mee naar binnen lopen en snuffelen. Nee, dat is een geplande introductie. 

Eerst krijgt de oudste hond, Toon, de aandacht zoals die dat gewend is als we thuiskomen en mag daarna naar buiten. Ja, en dan gebeurt het: dan komt de nieuwkomer het gras op lopen. Het is toch spannend om te zien hoe ze op elkaar reageren. Nadat Pip met een langgerekte rug en uitgestrekte neus kennis heeft gemaakt met Toon en nadat Toon haar van voor tot achter heeft besnuffeld, maakt hij haar met een korte grauw duidelijk dat hij toch echt de baas is op dit terrein. Even later loopt de kleine Pip met haar staartje parmantig omhoog en de oogjes gefixeerd op de kont van Toon, achter hem aan. Hèhè, dat gaat goed. 
Nu mag nummer twee, boomertje Dorus, buitenkomen om kennis te maken. Mm, die vindt het maar niks, zo’n kleine indringer en trekt enkele keren zijn lip op. Na waarschuwingen van onze kant, 
beheerst hij zich en houdt afstand. Pip echter gaat nu de komiek uithangen en springt op veilige afstand om hem heen om bij de minste geringste reactie in de achteruit te gaan. 
Hèhè, weer een stap verder en mijn spanning over deze ontmoetingen trekt weg. 
Daarna mag de kleine frummel nog een klein rondje meelopen over de uitlaatplek buiten onze tuin, waarbij ik uit moeten kijken dat ze niet klem komt te zitten tussen mijn voeten, want ze springt links en rechts om me heen. Net zoals de anderen hoeft ze niet aan de riem en ze trippelt mooi mee. 
Hèhè, nu ff rust. Mevrouw gaat in de bench, even janken en ligt dan voor pampus. Ik hang niet minder moe op de bank. En voordat je het weet is de dag om, heeft ze al drie keer gescheten en gepiest en wonderwel allemaal buiten. Ze heeft gegeten, gedronken en kennisgemaakt met enkele bezoekers die nieuwsgierig waren naar onze nieuwe aanwinst. 
Hoor ik nou blafjes die klinken als hèhè? 

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...