Alweer storm

 
“Blazers kondigen stakingen aan”, kopt het artikel op de voorpagina.
‘Ik ben helemaal kapot, dagen achtereen aan het werk,’ zegt een van de medewerkers van de expeditie, amper verstaanbaar. Met roodomrande ogen kijkt hij mij (redactie) aan.
‘We draaien nu al weken bijna aaneengesloten,’ voegt een collega toe.

Het gesprek met deze medewerkers en nog enkele collega’s maakt me al snel duidelijk dat ze aan het eind van hun latijn zijn. Wat me opvalt zijn hun wangen. Ik ken deze groep medewerkers als gezonde jongens die met bolle, rode wangen hun werk doen. De heldere pretoogjes geven altijd blijk van enthousiasme en plezier. Ze hebben onregelmatig werk, zo nu en dan een dag met zijn allen ertegenaan, maar dan kan het maar zo zijn, dat ze weken niet meer opgeroepen worden.

Enige kilometers verderop bezoek ik de draaiers: jongens die strak in het gelid in een rij staan. Ze hebben een smal postuur met piekharen boven op hun hoofd. Ook zij geven al dolgedraaid te zijn. Dezelfde opmerkingen als de blazers: op maximale capaciteit continudiensten werken.
 Zowel de blazers als de draaiers zijn al enkele kleren blij gemaakt met een dooie mus. Dan leek het erop, dat de druk enigszins zou teruglopen. Reikhalzend keken ze uit, naar de dagen dat hun inzet op normale sterkte zou volstaan.
 
Uiteindelijk waag ik me in het hol van de leeuw: dhr. T. Vanuit zijn hooggelegen kantoor bekijkt hij met genoegen de inspanningen van blazers en draaiers. Het kan hem niet snel genoeg gaan en hij geniet van de continuïteit van zijn levenswerk.
Ik klop aan zijn deur en na een bars ‘Ja,’ loop ik op hem af. Mijn uitgestoken hand negeert hij compleet en hij kijkt me met zijn vurige ogen aan.
‘Kunt u uw medewerkers en toeleveranciers al enige toezegging doen over het eind van deze krachtsinspanningen?’ waag ik me aan mijn eerste vraag.
‘Wat mij betreft gaat het nog wel enige tijd door. Ik heb nog enkele opdrachten klaarliggen.’
‘Heeft u ook al een naam voor de volgende klus?’
‘Kathleen,’ antwoordt hij zonder enig moment van twijfel.
Ik besluit de stoute schoenen aan te trekken en hem van weerwoord te gaan dienen.
‘Mijnheer Thor, niet alleen uw medewerkers en toeleveranciers, maar vrijwel alle Nederlanders hebben compleet genoeg van uw acties. Eerst Henk, dan Isha, nu weer gevolgd door Jocelyn en nu kondigt u al Kathleen aan.’
Hij lijkt niet bepaald enthousiast over mijn opmerking. Hij stormt op me af, zwiept de deur open en pakt me bij mijn schouders. Hij tilt me op, zet me buiten de deur en buldert me toe: ‘Waar haal je het lef vandaan? Ik ben Thor, de stormgod, en ik blijf zorgen voor frisse winden in dit land.’
Met lood in mijn schoenen ga ik met deze onweerstijding terug naar de medewerkers: de windmolens en de windblazers, die de wolken voor zich uitblazen.

©Vera Oor, 2024

Cocktailflashmob



Het is leuk om gedrag eens te observeren en te zien hoe mensen elkaar aansteken.

Mijn mooiste voorbeeld is van een aantal jaren geleden. Ik had het boek Mindfuck van Victor Mids gekocht om eens te weten te komen hoe hij zijn ‘slachtoffers’ bespeelt.

Een aantal trucjes uit het boek had ik geprobeerd, maar de meesten zonder succes of omdat ik domweg niet begreep wat hij bedoelde.

Die met het worstje lukte me wel, ik had het meerdere keren geoefend. Ja, ik zag werkelijk tussen mijn twee vingertoppen een cocktailworstje tevoorschijn komen.

Ik zat met mijn moeder in de trein en wilde haar het worstje laten zien. Ik gaf hardop mijn instructies:

-        Houd twee wijsvingers met de topjes tegen elkaar en laat de vingers rusten op je neuspunt. Blijf strak naar die twee vingertoppen kijken. Je ziet dan eigenlijk alleen je twee vingers, een beetje wazig

-        Daarna beweeg je langzaam je vingers (nog steeds met de toppen tegen elkaar) zo’n 2 centimeter van je neus af. Blijf naar die vingers kijken. Het lijkt alsof er een cocktailworstje tussen de twee vingers zit

-        Blijf kijken en beweeg de toppen van je wijsvinger een klein beetje van elkaar af. Het cocktailworstje gaat zweven.

Ze bewoog te snel, te ver van haar neus af of focuste haar ogen niet op de vingers. Geen worstje! Nog een keer proberen. En nog een keer.

“Ja! Ik zie het worstje”, riep ze enthousiast.

Het borreltje ontbrak, we Alom gelach in de coupé en toen ik om me heen keek zag ik een ware flashmob: meerdere mensen met hun vingers op hun neuspunt om het ook te proberen, ze hadden mijn uitleg gevolgd.

Het borreltje ontbrak, we hadden zo cocktailworstjes erbij kunnen presenteren in de coupé, zoveel mensen deden uiteindelijk ook een poging.


© Vera Oor, 2024

Geplaatst op pagina Gastschrijvers Gelderlander

Koud hè?

 

Het gesprek van de week: temperatuur -5, gevoelstemperatuur vele malen lager.

Snel stap ik, goed ingepakt, in de auto. Meteen de stoelverwarming en de blower aan. Na enkele minuten begint het aangenamer te worden. Die paar minuten duren best lang, beklaag ik mezelf.

Onderweg schiet het beeld van mijn ouders voorbij in de koude winters.

Mijn vader dagelijks op de fiets naar zijn werk, weliswaar in een dikke jas, met handschoenen aan en zijn kenmerkende blauwe alpinopetje, dat niet eens de oren bedekte.

Grijze, hoge sokken, die oma nog steeds voor hem breide: op meerdere pennen en het laatste draadje afgekant bij de tenen, waar het een puntje vormde. Ondanks dat gebeurde het toch dat mijn vaders charmante, dunne, melkwitte kuiten ontbloot werden tijdens het fietsen.

Wanneer hij ’s avonds thuiskwam, was het eerste wat hij deed: de jas en schoenen uit. Handenwrijvend stond hij bij de kachel, onderwijl met zijn ene voet de andere wrijvend om ook daar de doorbloeding op gang te krijgen.

Mijn moeder in haar dunne nylons, die met een jarretel op zijn plaats gehouden werden, stapte op de fiets om boodschappen te doen. De camel kleurige suède winterjas met dunne binnenvoering zal niet heel veel kou tegengehouden hebben. Een dun sjaaltje tussen de revers en de kraag en eenzelfde soort sjaaltje (zo’n driehoek waarvan de punten onder de kin geknoopt werden) om het hoofd.

Niks geen broek (dat droegen dames niet), dikke sokken, warme trui, wanten of een gebreide muts tot over de oren, met pompon. En laarzen? Nee, onder een rok hoorden damesschoenen met een klein hakje.

Wij als kinderen werden wel goed ingepakt met jas, muts, warme sokken en schoenen. O ja, en wanten, aan elkaar verbonden met een touwtje door de mouwen.

Hoezo koud hebben bij -5 in een warme auto?


©Vera Oor, 2024

Geplaatst op pagina Gastschrijvers Gelderlander

Hoge rekening

 

Voorovergebogen en hun hoofden ondersteund door hun handen, bekijken de accountant en de directeur de jaarcijfers van 2023 nogmaals.


De inkomstenkant laat weinig bijzonders zien. Over het algemeen kloppen de voorspellingen over de bezoekersaantallen, gebaseerd op jarenlange ervaring. De horeca draait prima, niks te klagen.

De uitgavenkant laat wel een verrassende stijging zien ten opzichte van het jaar 2022. Nou ja, verrassend? Je kunt eerder spreken van een zwaar teleurstellende stijging.

Uiteraard zijn de prijzen van voeding omhoog gegaan net zoals dat overal speelt. Personeelskosten zijn gestegen met het percentage zoals vastgelegd in de CAO. De stroomkosten zijn binnen de perken gebleven, dankzij de geplaatste zonnepanelen op de daken verspreid over het gebied.

De kosten van een online en een telefonische bestelling bij een groot farmaceutisch bedrijf laat alle alarmbellen rinkelen: een stijging van honderden procenten ten opzichte van voorgaande jaren.

 

Er wordt een spoedoverleg gepland met alle verzorgers. Die kijken ervan op. Een spoedoverleg? Dat is nog nooit eerder voorgekomen. De optimisten hopen op een extraatje, de pessimisten zien de briefaanheffen van het UWV al voorbijkomen. Met deze gemengde gevoelens neemt iedereen plaats in de grote zaal.

De directeur valt met de deur in huis: ‘We hebben een schrikbarend hoge rekening van het farmaceutisch bedrijf voor levering van honderden kilo’s paracetamol. Weet een van jullie hier meer over te vertellen?’

Honderden kilo’s? De verzorgers kijken elkaar aan. Nee, niemand heeft de online bestelling gedaan en ook telefonisch is er geen order geplaatst.


De directeur sluit de vergadering af met: ‘Natuurlijk voor iedereen een gelukkig nieuwjaar. Excuus dat ik dat in de hectiek vergeten ben. Voor zover ik geïnformeerd ben, hebben alle dieren de nieuwsjaarsnacht goed doorstaan, vele malen beter dan voorgaande jaren.’

Iedereen knikt en loopt terug naar ‘hun’ dieren waar ze verantwoordelijk voor zijn binnen de dierentuin.

 

Nick voert de chimpansees, zoals altijd, en gaat daarna in de observatieruimte zitten. Er loopt een project waarin onderlinge verstandhoudingen tussen de apen geanalyseerd worden. Hij neemt plaats achter de computer en bekijkt de videobeelden van de afgelopen week, want ergens in zijn hoofd begint iets te borrelen, wat hem aan het denken zet.

Bij de opnames van de dag na Kerstmis valt hem op, dat Chico, de oudste en slimste aap, een aantal uren niet in beeld is. Daarna komt hij triomfantelijk met zijn armen zwaaiend weer terug bij de rest van de groep onder het uitstoten van opgewonden ‘oe-oe-oe’-geluiden.

Nick bekijkt de bestanden van die dag en de zoekgeschiedenis van Google. Bingo! Er is gezocht op contactgegevens van farmaceutische bedrijven en er is een mail verstuurd met…paracetamolbestelling! En niet zo’n beetje!

De afgelopen maanden hebben ze geïnvesteerd in het aanleren van bepaalde computerspelletjes aan de chimps. Chico had dat razendsnel door en won zelfs van Nick. Chico is ook de chimp die kan tellen.

Een van de verstuurde mails laat wat onhandige spelfouten zien. Nick weet het zeker. De boosdoener van de online bestelling is gevonden.

Op dat moment krijgt hij een associatie met de telefonische bestelling en hij belt een van zijn collega’s. Nick legt zijn bevindingen uit en vraagt zijn collega, Jan, om ook een check uit te voeren.

 

Jan denkt na over de ‘valkuil’ waarbij hij hoopt de oplossing boven tafel te krijgen van hetgeen hij en Nick denken dat er gebeurd is.

Hij loopt naar de papegaaienkooi en inspecteert de nesten. In het nest van Lorita vindt hij een telefoon. Jan weet meteen waar die telefoon vandaan komt. Enige tijd geleden heeft een bezoeker melding gemaakt van het verlies van zijn telefoon in de buurt van de vogelverblijven. De bezoeker heeft het nummer doorgegeven wat gekoppeld is aan die telefoon.

Jan legt de telefoon terug in het nest, gaat buiten beeld van de vogels zitten en belt dat nummer. Ondertussen houdt hij vanuit zijn schuilplaats de reacties van de vogels in de gaten.

Bij het overgaan van de telefoon veert Lorita, een rode ara, overeind en fladdert naar haar nest. Verbazend handig pakt ze de telefoon met haar klauw op en tikt er met de snavel  op om de oproep te beantwoorden. ‘Hallo,’ zegt ze.

Jan verdraait zijn stem: ‘U spreekt met de leverancier van de door u bestelde paracetamol. Is de bestelling in goede orde ontvangen?’

Lolita knikt heftig met haar kop en krast: ‘Ja hoor.’

‘Mag ik u vragen, voor onze analyses, waar deze paracetamol voor gebruikt wordt?’ wil Jan weten.

Lolita aarzelt even met haar antwoord, maar antwoord met een zo menselijk mogelijke stem: ‘Alle dieren in de dierentuin hebben vorig jaar barstende hoofdpijn overgehouden aan de vuurwerkknallen met Oud en Nieuw, alsof iemand de slopershamer op hun koppen gebruikt had. Dit jaar hebben we allemaal, van stokstaartje tot olifant, van slang tot giraffe,  op voorhand paracetamol ingenomen en dat heeft wonderwel gewerkt.’


©️Vera Oor, 2023

Haarspeldbocht



‘Miraaa! Heb jij mijn spullen weer eens gebruikt?’, blèrt Susan door het huis. ‘Miraaa!’

Nou, mocht Mira haar naam nu nog niet gehoord hebben, dan mankeert er wat aan haar oren. Dat dat niet zo is, blijkt al snel als ze haar hoofd om de hoek van de slaapkamerdeur steekt.

‘Nee, ik ben niet op je kamer geweest,’ laat ze weten en wijst naar haar voorhoofd, ‘je krijst alsof je vermoord wordt!’

‘Jij bent de enige die iets met mijn make-upspullen kan en mijn hele tas is nu verdwenen.’

Dat Susan twijfelt aan de oprechtheid van het antwoord van Mira is wel duidelijk, maar die haalt haar schouders op, verdwijnt in haar kamer en trekt de deur achter zich dicht. Susan stuitert de trap af en vliegt de huiskamer in, waar haar moeder aan de eettafel zit te puzzelen.

‘Mam, weet jij waar mijn make-upspullen kunnen zijn?’ vraagt ze tegen beter weten in, want haar moeder gebruikt nooit make-up.

‘Nee, geen idee. Heb je Mira al gevraagd?’

‘Die zégt dat ze hem niet heeft, maar ik geloof er niks van. Ik ga bij haar op de kamer kijken.’

Terwijl ze de trap met twee treden tegelijk weer oprent naar boven, hoort ze vanaf de zolder gehuil. Dat moeten haar broertjes zijn, de tweeling Finn en Brian.  Ze vergeet haar make-up tas en neemt ook de trap naar de zolder met reuzenpassen.

 

Daar aangekomen ziet ze de twee jongetjes op de grond zitten, tussen de rails van hun spoorlijn, die ze met hulp van vader aangelegd hebben. Een modelspoorlijn die in de loop der tijd uitgebreid is tot behoorlijke afmetingen met dorpjes, bergen, kleine stationnetjes. Een ware lust voor het oog.

‘Wat doen jullie hier? Jullie mogen hier niet spelen als papa er niet bij is,’ bijt Susan ze toe.

Met betraande ogen kijkt de tweeling naar hun grote zus en proberen hun tranenregen te stoppen, wat ze niet lukt. Dikke tranen lopen over hun wangen en met trillende lipjes beginnen ze allebei tegelijk te stotteren. Er valt geen touw aan vast te knopen, aan de halve woordjes onderbroken met snikken en neusophalen. Dan valt de blik van Susan op…haar make-uptas. Bij het aangelegde berglandschap staat de tas en de inhoud ligt verspreid.

‘Hebben jullie mijn make-uptas gepakt?’ vraagt ze maar de ingehouden boosheid blijkt overduidelijk uit haar ogen.

De jongetjes gaan nog een standje hoger in de productie van tranen en stotterwoordjes, totdat er eindelijk iets van te begrijpen valt voor Susan.

Over enkele dagen is vader jarig en zij hadden samen het plannetje om hem te verrassen met een haarspeldbocht in de bergen, die aan moest sluiten op de rails. De haarspelden uit de tas van Susan hadden ze in de goede vorm gebogen maar het lukte ze niet om het treintje erover te laten rijden.  De dikte van de rails die ze uit de haarspelden hadden gevormd, kregen ze met geen mogelijkheid in dezelfde uitvoering als de rails die er al lagen. Dat betekende dat de trein zelfs nog vóór de haarspeldbocht uit de rails zou vliegen.

De boosheid van Susan verdwijnt als sneeuw voor de zon als ze hoort van de goede bedoelingen en de jammerlijk mislukte poging. Ze gaat gehurkt voor haar broertjes zitten en troost ze met de volgende belofte: ‘Morgen heb ik vrij, dan neem ik jullie mee naar de winkel voor modelspoortreinen en koop ik samen met jullie een mooie haarspeldbocht die past bij deze rails.’

Twee opgeluchte gezichtjes zijn haar beloning en ze neemt ze mee naar beneden.

Snel kijkt ze nog even om de hoek van de kamerdeur van Mira en roept: ‘het raadsel is opgelost. Kom ook maar beneden, dan hoor je waar mijn make-uptas gebleven was. 

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...