Rumboon

 Dit 55-woordenverhaal van mij wordt opgenomen in de 9e bundel van Schrijverspunt waarvoor ik samen met 54 anderen gekozen ben uit honderden inzendingen 
 




RUMBOON
De jongen streelt de craquelé hand en houdt haar de geopende doos bonbons voor. Ze kiest een ijscup, hij iets anders.
Haar breekbare stem is slecht verstaanbaar en hij buigt zich iets voorover.
Ze houdt afwerend haar armen boven haar hoofd en het gefluister gaat over in angstig geschreeuw: ‘Nee papa, nee, niet slaan!’

Kota Radja

 

Ik rijd nu naar de Chinees en bestel een, of meer, van de keuzegerechten om mee naar huis te nemen. Twee standaardvragen krijg ik dan altijd: sambal bij? en nasi, bami of witte rijst?

In de zestiger jaren was eten halen bij de Chinees een ongekende luxe, wat zelden gedaan werd. Maar dan werd het wel tegelijkertijd een uitstapje en een feest.

Achter op de bagagedrager van de fiets van mijn vader kon een metalen rekje omhoog geklapt worden. Dit diende als ruggensteuntje om te voorkomen dat het kind dat achterop zat, van de fiets zou vallen. Een plastic kussentje voorkwam diepe geulen in de beentjes en billetjes. Het zorgde ervoor dat het zitten iets aangenamer werd, behalve bij heel warm weer. Dan plakte je met billen en beentjes vast aan dat plastic.

Zondag ging het gebeuren: mijn vader zette mij achterop de fiets en stapte zelf op. Op het moment dat ik dit schrijf vraag ik me af hoe hij dat voor elkaar kreeg om zijn been over de stang heen te slingeren zonder mij uit het stoeltje te lanceren. Mmm, moet ik nog eens achter zien te komen.

Ik hield mijn vaders jas aan weerszijden stevig vast en daar gingen we richting het centrum waar we na ongeveer een kwartier aankwamen bij het Chinees/Indisch restaurant met mooie gouden tekens op de ramen. Het verlichte uithangbord liet de Nederlandse letters Kota Radja zien.

De standaardbestelling was Nasi Goreng speciaal. De r probeerde hij dan zodanig te laten rollen dat de Chinees-Indonesische mijnheer kon horen dat hij wel wat Indonesisch sprak. Er werden pogingen gedaan om meer zinnen in het Indonesisch te poekelen, zoals mijn vader het noemde. Tijdens zijn verplichte diensttijd in Indonesië kwam hij als chauffeur op veel plekken en in de kampongs ging hij graag bij de ‘inlanders’ op bezoek. De ‘blanda’ kende heel wat families en was zelfs wel eens bij de ouders van, de toen nog kleine, Wieteke van Dort geweest. In zijn dagelijks taalgebruik waren Indonesische woorden voor ons gewoon geworden. Pisang in plaats van  banaan en  klapper in plaats van kokosnoot. Een dienstmaat van hem uit Amsterdam, ome Herman, poekelde mee als we  wel eens in Amsterdam op bezoek gingen. Die was wars van afhaalchinees en stond een hele middag in de keuken om zelf een grote pan nasi te maken, kroepoek in het vet te bakken en de rode pepertjes om te toveren tot sambal. Dat ome Herman nog geen vuur spuwde was bewonderenswaardig, gezien de enorme hoeveelheden sambal die hij door zijn eigen bord nasi roerde.

Terug naar Kota Radja waar ik tijdens het wachten geen genoeg kon krijgen van het rode fluweelachtige behang met de gouden bloemen, de glimmende  houten balie en de  mooie hanglampen.  De nasi werd zorgvuldig in kranten gewikkeld en  het pakketje ging mee op de fiets, tussen mijn vader en mij in. Nasi was in die jaren geen bijgerecht maar een, en het enige, hoofdgerecht dat mee naar huis ging.


©Vera Oor, 2024

Mijn kinderboek: Jimmie gaat naar de dierentuin, ga je mee?

 


Aftakeling

 


O jee, de aftakeling slaat toe, schiet het door mijn hoofd.


Met mijn boodschappenlijstje op de telefoon bij de hand ligt onderhand alles wel in het boodschappenwagentje wat ik nodig heb. Even controleren. Nee, koffie vergeten! 

Teruglopend naar het vak van de koffie hoor ik mezelf, gelukkig niet al te hard, zeggen: ‘Koffiemelk, volgens mij is die ook bijna op.’
Koffiemelk gepakt, in het wagentje gezet en weer verder gelopen. Nog een keer het lijstje nalopen. Nou moe, nog steeds geen koffie. Nu was ik notabene daarvoor teruggelopen naar het vak en kom zonder koffie maar wel met koffiemelk terug.

Gelukkig ben ik niet de enige. Ook vandaag kom ik in de winkel weer mensen, ook veel jonger dan ik,  tegen die ik een beetje in zichzelf mompelen. Soms kan ik het niet laten en vraag dan aan een wildvreemde: ‘Wat zocht je ook alweer, hè?’
Nog nooit is iemand daar boos over geworden, ze herkennen zichzelf wel in die opmerking, en meestal krijg ik een antwoord als: ‘Oh, erg hè,’ vergezeld van een big smile.

Dit gebeurt overigens niet alleen in de winkel, maar ook thuis. De trap oplopen en aan mezelf vragen als ik boven ben: ‘Wat ging ik ook alweer doen?’

Meestal gebeurt dat als ik er met mijn gedachten niet helemaal bij ben of onderweg afgeleid word. Bijvoorbeeld door iets dat op de trap ligt en dat ik oppak om maar gelijk mee te nemen. Maar dat was niet waarvoor ik naar boven liep. In dit soort situaties is de beste oplossing nog altijd om terug te lopen naar waar je vandaan kwam en meestal schiet je halverwege wel weer te binnen wat je van plan was. Hoe vaak anderen dat ook meemaken, hoor je wel als je zo’n voorbeeld deelt.


©Vera Oor, 2024  Geplaatst op pagina Gastschrijvers Gelderlander

Verdreven dieren

Februari 2024:
De 22 bejaarde paarden en drie varkentjes zijn volledig overstuur, nadat een bezoeker achteloos een krant op de grond heeft laten vallen. Tijdens het ronddraaien van de stoomcarrousel hebben ze allemaal de grote krantenkop kunnen lezen: “Exit dieren in stoomcaroussel in de Efteling”.


Vanaf 1956 draaien zij hun dagelijkse rondjes en hebben genoten van de opgewonden kinderstemmen. Overigens bleef het niet bij kinderstemmen, ook volwassenen konden zich weer even kind voelen.
Zodra een bezoeker bij de caroussel staat en die in beweging komt, begeleid door stoomgeluiden en vrolijke kermismuziek, wordt die meegenomen in de vrolijke sfeer. De varkentjes genieten van de pogingen die bezoekers doen om zich in zijn lijf te wringen om er te zitten. Prinsen en prinsesjes nemen plaats in de koetsen en een enkele stoere ridder klimt op een paardenrug. Hier beleven kinderen nog hun eigen sprookje, zoals ook in het sprookjesbos.
 
 
Ruim voor de openingstijd hebben de dieren een kringoverleg belegd. De dieren, normaal  gesproken glanzend van de kleurrijke verf, zien er vaal en bleekjes uit. Ze hebben een doorwaakte nacht achter de rug.
‘Wat hangt ons boven het hoofd?’ knort een van de varkens. Enkele paarden laten hun hoofd hangen, de teugels hangen er slapjes bij. Daar gaat hun toekomst, maar niet alleen die van hun, ook van kinderen.
Een van de paarden valt het varken bij en hinnikt zwaarmoedig: ‘Dit is pas het begin. Hoe denk je dat dit zich gaat ontwikkelen? We kunnen onze biografie gaan schrijven: “De verdreven dieren”.
Doffe, uitgebluste ogen van de andere paarden kijken zijn kant op en hij vervolgt: ‘Het sprookjesbos kan wel opdoeken. Hoeveel sprookjes met dieren zijn daar wel niet? Het blijft echt niet bij de stoomcaroussel!’
 
De opwinding heeft zich verspreid en dieren uit het sprookjesbos verzamelen zich in het Carousselpaleis. De ezel uit “Ezeltje strek je”, de wolven uit “Roodkapje” en “De wolf en de zeven geitjes”, waar van het laatste sprookje ook de geitjes er staan. De kikkers en ganzen uit “De Indische Waterlelies” en de zwanen uit “De zes zwanen” worden begeleid door honderden muizen, die overal in het sprookjesbos leven.
De groep is bij lange na niet compleet, want alle andere dieren zijn ook onderweg. Het is dringen in het Carousselpaleis en iedereen praat, kwaakt, hinnikt, knort, gakt en piept door elkaar.
Een van de uilen, die bij het huisje van Pinoccio te vinden zijn, fladdert naar het midden en roept op tot rust: ‘Mededieren, ik heb een voorstel.’
Meteen is het muisstil en iedereen luistert gespannen naar het plan van de uil.
‘We blijven hier en gaan niet terug naar de plek, waar we altijd staan. Het zal al snel blijken hoe we gewaardeerd worden.’
De uil kan rekenen op grote bijval, de deuren worden gesloten en iedereen blijft binnen.
 
De Efteling opent de deuren en de bezoekers stromen massaal naar binnen. Een deel slaat af naar de attracties met achtbanen en waterpret. Het andere deel duikt het sprookjesbos in. Al snel komt deze laatste groep met teleurgestelde gezichten het bos weer uitlopen. Er is niets te zien van de anders zo opgewonden kindergezichtjes als ze de route door het sprookjesbos hebben gelopen. De groep wordt groter en groter en verzamelt zich rond een Eftelingmedewerker die hen uitleg komt geven: ‘Tot onze grote spijt zijn krantenberichten van gisteren aanleiding geweest voor alle dieren om in staking te gaan. Zij vrezen voor hun toekomst.’
Een van de ouders roept uit: ‘Ik kan het me voorstellen. Dit was zo’n belachelijke oproep. Te gek voor woorden, dat kinderen het gevoel zouden krijgen dat dieren puur voor plezier gebruikt worden. De volgende stap is zeker, dat ze hun huisdieren ook maar weg moeten doen?’
Hij krijgt bijval van de verzamelde groep en ze besluiten de inmiddels gearriveerde pers een statement mee te geven.
 
De dag erop kopt de krant: ‘Geef kinderen de beleving van een sprookje. Het hoort thuis in de kinderwereld, waarin ze nog onbevangen kunnen zijn.’

De verzamelde dieren in het Carousselpaleis hebben te horen gekregen van de steunactie van de bezoekers en besluiten terug te gaan naar hun eigen plek, waar ze zich gesteund voelen door de bezoekers en waar ze weer opbloeien tussen de opgewonden kinderstemmen.

Voor alle duidelijkheid: dit verhaal is uit mijn fantasie ontsproten! 

©Vera Oor, 2024  

Sla



Het menu ziet er, zoals elke donderdag, hetzelfde uit: gebakken aardappels van de restanten van de afgelopen dagen, een gehaktbal en sla.

De sla staat al op tafel en tegen de tijd dat de gezinsleden aanschuiven, zullen de aardappels en gehaktbal bruin genoeg zijn om erbij gezet te worden.

Ans laat van schrik de vork uit haar handen vallen als ze een hels kabaal uit de kamer hoort komen. Ze rent naar binnen om de oorzaak te zoeken. Dat kost niet al te veel moeite, want het geluid stopt niet als zij de deur opent.

Nog net op tijd ziet ze iets groens op zich afvliegen en in een reflex bukt ze. Met een ‘platsj’ eindigt het projectiel op de wand. Ze bekijkt het met verbazing: een blad sla! De herrie trekt weer haar aandacht en ze loopt naar de tafel, waar het geluid vandaan komt.

 

‘Hè? Wat gebeurt hier?’ vraagt ze zich hardop af.

De slakom wiebelt op en neer en de inhoud beweegt alle kanten op.

Bewegende sla? Herrie makende sla?

Ze slaat met de platte hand zo hard mogelijk op tafel. Meteen is het stil op enkele sputterende geluidjes na. Ans kijkt eens goed in de kom en ziet daar nog maar weinig slablaadjes liggen, zoals zij die van de krop geplukt en gescheurd heeft. Het merendeel van de blaadjes is veranderd in groene smurrie.

Plotseling schiet een minuscuul geel voetje tussen het groen uit en maakt schoppende bewegingen. Het geluid zwelt weer aan en Ans kijkt vol verbazing naar wat er in de kom gebeurt. Gele voetjes en groene handjes gaan elkaar te lijf. Een platgeslagen stukje sla kruipt als een worm omhoog tegen de wand van de kom en Ans ziet duidelijk een gezicht erin. En een mond.

Ans richt zich tot het gezichtje: ‘Wat gebeurt hier?’

Hijgend antwoordt het slablaadje: ‘De slaoliedruppels beweerden dat ze harder konden slaan dan wij, de slablaadjes. En toen sloeg de vlam in de pan, of beter gezegd: in de kom.’

 

Ans, die zich niet gek laat maken, pakt de kom op en zet die met een klap terug op tafel. Het is stil.

‘Omdat jullie nu toevallig het woord sla in je naam hebt zitten, maken jullie ruzie en slaan er maar wat op los? Onvoorstelbaar!

Ik weet het: slaolie heeft een gevecht moeten leveren toen in de fabriek de olie uit de zaden geslagen werd, sla heeft het gevecht met mij moeten leveren terwijl ik de blaadjes in stukken scheurde. Hier is maar één winnaar en dat ben ik!’

Doodse stilte in de slakom, waarvan de inhoud wacht op wat er nu gaat komen.

Ans vervolgt haar relaas: ‘Jullie gaan de koelkast in, tot morgen. Dan kunnen jullie afkoelen. Morgen stamp ik jullie samen met aardappels tot slastamppot. Vandaag eten wij mais uit blik.’


©Vera Oor, 2024

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...