Voor
mijn ouders was het ‘the place not to be’.
Ze waren ervan overtuigd dat ik daar aan de drugs zou raken. Omdat
mijn vriend met mij meeging, kreeg ik toestemming om naar een concert in
Doornroosje in Nijmegen te gaan.
“Uiterlijk
elf uur thuis”, was de instructie de we meekregen, voordat ik achter op de
brommer stapte.
De grote ruimte op de benedenverdieping was matig verlicht, met uitzondering van de ingang.
Iedereen stond in groepjes bij elkaar of was op de dansvloer te vinden. Totdat
ik iemand zag binnenkomen die ik als allerlaatste had verwacht op deze locatie:
mijn vader. Nee toch! Wat moest hij hier nu, was er thuis iets aan de hand?
Nadat zijn ogen aan de duisternis en de nevel van
de rook gewend waren kreeg hij ons in het vizier en kwam naar ons toe.
“Ik wil wel eens naar dat concert luisteren”, zei
hij. Dat was tegelijk zo’n beetje het laatste wat ik van hem zag en hoorde,
want hij verdween in de mensenmassa om dichter bij het podium te kunnen komen.
Het was kwart voor elf en wilde ik op tijd thuis zijn, dan moesten we gaan, we
woonden op enkele minuten rijden van Doornroosje vandaan. Mijn vader kon ik
niet meer zo snel vinden, die was waarschijnlijk al lang vertrokken. Thuis was
het donker, iedereen lag op bed.
De volgende ochtend aan het ontbijt was ik benieuwd
naar de reactie van mijn vader. Mijn moeder niet minder, want toen mijn vader
thuiskwam, lag zij al op bed.
“Hoe laat was je dan thuis?”, vroeg ik verbaasd. Ik
kon mijn oren niet geloven toen ik hoorde dat hij pas bij het eind van het
optreden, tegen twaalf uur, naar huis was gegaan. Hij had genoten van zijn
uitje.
Geplaatst Gelderlander Gastschrijvers 20-5-2023