IK GA DOOD!

De gevaren op de weg werden me al vroeg in mijn leven bijgebracht: ik moest altijd goed naar links en naar rechts kijken voordat ik de weg over wilde steken. Bij een oranje verkeerslicht mocht ik al niet meer doorlopen. Wanneer de slagbomen naar beneden gingen bij het spoor kreeg ik de instructie dat ik nooit door mocht lopen, ook niet als de belletjes bij de spoorweg rinkelden! Dat was heel gevaarlijk, want de trein reed heel erg snel.

Als klein peutertje zette ik parmantig de stapjes aan de hand van mijn lange vader. Stevige schoentjes, sokjes, dikke blote beentjes. We liepen de spoorlijn over. Ik dacht nergens over na en liep netjes mee, zoals ik ook de rest van de weg meegelopen had. Mijn vader was er toch bij, dus mij kon niks gebeuren.
Tingelingelingeling! De rood-witte slagbomen gingen langzaam naar beneden op het moment dat wij halverwege de overweg stonden. Ik bevroor en bleef stokstijf aan de grond genageld staan, met wijd opengesperde ogen.

We gaan dóód,  hoorde ik mezelf schreeuwen en ik zette het op een krijsen.
Een jonge man die aan de andere kant van de slagboom aan kwam fietsen, moest heel hard lachen. Ik zie het nog voor me. Hoe kon hij op dit moment lachen! Ik ging dood!
Mijn vader wisselde een blik van verstandhouding met de man, dat zag ik nog wel. Op hetzelfde moment bukte hij zich om mij uit de verstijfde positie op te tillen en naar de andere kant van de overgang te brengen, nog ruim op tijd voordat de slagboom dicht viel.
Seconden misschien, maar het leek een eeuwigheid in mijn jonge leventje.
Deze gebeurtenis staat me nog zo goed bij, dat het bijna lijkt alsof ik een toeschouwer ben geweest in plaats van ‘lijdend’ voorwerp.         
                                                              

Geplaatst in Gelderlander Gastschrijvers

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...