Oma
Bannink woonde in een verzorgingshuis met de toepasselijke naam Levensavond. Ze
was al in de 90. In haar kamertje leek het altijd schemerig te zijn, maar ze
had prachtig uitzicht op het bos.
Als we op bezoek kwamen hees oma zich omhoog uit haar stoel, streek haar kleding recht, pakte haar zwarte wandelstok en kwam ons tegemoet lopen.
Als we op bezoek kwamen hees oma zich omhoog uit haar stoel, streek haar kleding recht, pakte haar zwarte wandelstok en kwam ons tegemoet lopen.
Oma
had altijd zwarte kleding aan met een jurk of rok tot op de enkels, en
daaronder zwarte kousen met stevige schoenen met blokhak waar haar enkels een
beetje overheen hingen.
Of het nu aan de kleding lag of dat het werkelijk zo was, oma was wel stevig gebouwd en eerlijk gezegd nogal vormeloos. Haar weinige haren waren met een, waarschijnlijk natte, kam strak naar achteren gekamd waardoor zich zilveren strengetjes over haar hoofd vormden waar je de roze hoofdhuid doorheen kon zien. Uiteindelijk vormde het restje haar een miniknotje, waarbij ik niet kon ontdekken hoe het op zijn plaats gehouden werd. Oma Bannink had een zware stem en een grappig accent waarbij de woord’n ’n beetje afgekneep’n werden. Boven haar mond en op haar kin groeiden zwarte stoppeltjes, die zo hard geworden waren doordat ze zich schoor.
Met
haar kleine handjes opende ze een bloemetjeskoektrommel waaruit wij een klein koekje mochten pakken
voordat we in de vensterbank gingen zitten om naar buiten te kijken.
Of het nu aan de kleding lag of dat het werkelijk zo was, oma was wel stevig gebouwd en eerlijk gezegd nogal vormeloos. Haar weinige haren waren met een, waarschijnlijk natte, kam strak naar achteren gekamd waardoor zich zilveren strengetjes over haar hoofd vormden waar je de roze hoofdhuid doorheen kon zien. Uiteindelijk vormde het restje haar een miniknotje, waarbij ik niet kon ontdekken hoe het op zijn plaats gehouden werd. Oma Bannink had een zware stem en een grappig accent waarbij de woord’n ’n beetje afgekneep’n werden. Boven haar mond en op haar kin groeiden zwarte stoppeltjes, die zo hard geworden waren doordat ze zich schoor.
Met
haar kleine handjes opende ze een bloemetjeskoektrommel waaruit wij een klein koekje mochten pakken
voordat we in de vensterbank gingen zitten om naar buiten te kijken.Een
klein minske, nog geen 1,55 meter denk ik: oma Bannink, mijn overgrootoma.