Pip, deel9: In de puberteit?

Het ene moment is Pip erg lief en leuk, maar het volgende moment kan ik haar wel de nek omdraaien. Is ze nu al in de puberteit? Het zou kunnen, want kleine honden komen hier eerder in dan grote. Zal ik maar met de leuke Pip beginnen?
Ik denk dat ze een hekel gaat krijgen aan de winter. Het wordt al wat kouder buiten en zodra ze klaar is met rauzen en terroriseren, kruipt ze nu al op schoot. Als er geen schoot beschikbaar is en de bank in gebruik is als slaapplaats voor Dorus en Toon manoeuvreert ze net zo lang tot ze lekker warm tussen hen in ligt. Eigenlijk zouden op zo’n moment, als ze eindelijk rustig is, Toon en Dorus in actie moeten komen. Een vergeldingsactie voor het hun aangedane leed. 
Ze is goed zindelijk, maar ik moet toch eens nakijken of er garantie zit op Pip. Volgens mij is ze lek. Ze staat regelmatig voor de deur te piepen en en als ik haar naar buiten laat, plast ze vrijwel meteen. Zo vaak als zij het doet, presteer ik het nog niet eens als ik een blaasontsteking heb. Ach, dat beestje heeft een kleine blaas, denk ik dan maar. 

Bereid je voor: nu komt de puber Pip in beeld.
Er was deze week een dag dat ik haar graag als cadeautje mee had willen geven aan de eerste de beste die zich zou melden. Ik zou haar een grote strik ombinden en de nieuwe eigenaar veel succes wensen. Waarschijnlijk had ze bij het moment dat ik haar overdroeg de strik al gesloopt, zoals er wel meer kleingemaakt wordt tussen haar scherpe tanden. 
Het commando “hier” is ze vergeten volgens mij. Ze draait zich om en neemt de spatten met haar staartje omhoog als een middelvinger. Ik kan roepen tot ik een ons weeg en dan presteert ze het ook nog om, als ze eindelijk naar me toekomt, me aan te kijken met vragende oogjes “Waar is het koekje?” Nou Pip, dan heb je mooi pech, dan had je een kwartier eerder moeten komen. 
Dorus en Toon moeten het ook ontgelden, keer op keer. Ze wacht haar kans af en duikt dan op een van de twee en begint te bijten en te trekken. Zelfs een zeer duidelijke correctie van Toon heeft geen effect. Dat levert een woef-woef-woef met een tragische uithaal op (zoals ze ook bij ons doet als we drie keer “nee” hebben gezegd) en ze stuitert gewoon door. Zou er iets dwars zitten? Ze krijgt het voordeel van de twijfel. Dus hup, mee naar buiten en stukjes lopen. Overduidelijk dat ze moet poepen, te zien aan het rondjes draaien. Maar ze neemt er gewoon de tijd weer niet voor, totdat…hèhè, eindelijk, daar is tie dan: de drol. Keurig opgedraaid zoals een hondendrol eruit hoort te zien. 
De andere dagen van de week had ik ook zo nu en dan te maken met een kleine terrorist. Zou ze een spion zijn van een hondenbevrijdingsfront?
Niet alleen sokken en blote voeten zijn heel interessant om in te bijten, het is nu ook een sport om een jump te nemen, zo hoog mogelijk en vast te grijpen wat er voorhanden is. Dat was dus mijn broek, ter hoogte van mijn knie. Een tragisch einde voor de “nette” broek, die nu geschikt is om mee in de tuin te werken. 
De walnoten die ik van haar afpak en daarvoor een snoepje in ruil geef, leg ik op tafel, een onbereikbare plek voor mevrouw. Wat doet ze? Ze sleept haar dikke kussen richting tafel, duwt haar kop eronder tot het recht overeind staat. Vervolgens springt ze erop en dan is de afstand tot de tafel nog maar heel klein. 

Het territoriumbesef begint te komen. Ik loop met haar het hek uit. Op de oprit bij de buren staat een caravan. Dat is vreemd, hoor ik de hersentjes van Pip denken. Die hoort er niet, want de afgelopen weken stond hij er ook niet. Een blafsalvo valt de caravan ten deel met uiteindelijk een snelle aanval van een “gevaarlijke” hond, die in de achteruit gaat, zodra ze dichter bij de caravan komt. Hetzelfde gebeurt als ik een plant, verpakt in folie, naast de auto heb staan. Ook die hoort er niet. Klopt, morgen is hij weg, want dan gaat hij naar de jarige waarvoor hij bedoeld is. 
In deze periode waarin Pip verkeert, is de puppytraining ook een ware uitdaging voor mijn geduld. Als een karretje in een zweefmolen, draait en springt ze om me heen, onderwijl weer honderden konijnenkeutels besnuffelend. Om toch weer positief te eindigen: ze ging keurig zitten op de opdracht “zit” en liggen bij “af”. Yes! Zelfs op commando “hier” kwam ze naar me toe!

©Vera Oor, 2025

Pip deel 8: I believe I can fly

Zo langzamerhand valt de puzzel van de grote wereld op zijn plaats en vindt Pip bij elkaar horende stukjes. Zo weet ze dat het soms beter is om niet te luisteren zodat ze niet het risico loopt, dat de deur dicht gaat en ze vervolgens binnen moet blijven. 

De druiventijd is bijna voorbij, dus dat betekent dat binnenkort het hek tussen voor- en achtertuin opengaat en ze weer de, volgens haar broodnodige, extra ruimte krijgt. Zou het dan eindelijk lukken, dat ze gewoon eens een keer moe wordt?

Mijn moeder zei weleens als wij hartstikke druk (en lastig) waren: ‘Ik krijg de pip van jullie.’

Ik krijg zo nu en dan de pip van Pip als ze weer eens tijdens het lopen probeert de veters in mijn schoen los te trekken, onderin mijn broekspijp gaat hangen of met groot enthousiasme van me wegrent met een stuk hout in de bek. Natuurlijk komt ze even later wel weer binnen, maar als ik er niet op tijd bij ben, sleept ze een halve boomstam mee, die “afgepeld” moet worden.

Gisteren maakte ze het zelfs zo spannend, dat ze vergeten had buiten te plassen en aan kwam rennen toen ik de etensbak klaargemaakt had en bij haar in de bench had gezet. Haar snuit verdween in de brokjes, maar onderwijl zakte ze door de achterpootjes en ja hoor, daar liep het plasje die ze vergeten was. ‘Grrr.’ 

 

Maar…meestal is ze wel lief en luistert ze goed. Ik kan me nu al niet voorstellen dat ze er kortgeleden nog niet was. Zo houd ik angstvallig dit kleine dier in de gaten als ik drie buizerds boven het huis zie cirkelen. Pip is niet groter dan een konijn en stel je voor dat zo’n buizerd denkt dat er een konijn loopt en Pip een stuk mee laat vliegen in de snavel?

Overigens denkt Pip zelf dat ze kan vliegen, dus les bij een buizerd is niet nodig. Ze zit op de bank en fixeert haar blik op de persoon die in de stoel iets verder zit. Ik kan haar gedachten lezen maar ben niet snel genoeg om te voorkomen dat ze met een boog overspringt naar de stoel. Tja, en als Pip eenmaal iets ontdekt heeft, doet ze dat vaker. Ze is in haar enthousiasme wel één keer te snel geweest en berekende de sprong niet goed genoeg. Jump! Een landing naast de stoel waar ze vervolgens heel beteuterd bleef zitten.

Gelukkig riep ik precies op het juiste moment: ‘Nee Pip,’ zodat ze ervan schrok. Ze sprong ineens op de salontafel om waarschijnlijk een aanval te openen op het potje met hondenkoekjes. Mijn reactie heeft haar hersentjes bereikt en sindsdien heb ik geen aanval op de tafel meer gezien.

 

Ik meld haar aan voor een programma over stormsurvivors. Takken zwiepen in het rond, bomen buigen door, de regen klettert tegen de ramen en in de verte een donderslag. Pips stemming van vandaag past bij het onstuimige weer: als een dolle racet ze over het gras, tussen de struiken en meldt zich even later druipnat en hijgend bij de deur.

Als ’s avonds de buitenlamp zijn licht verspreid over het gras, begint de volgende vliegles. Ik kan helemaal niks ontdekken, maar Pip jaagt dat het een lieve lust is op…? Ik denk dat het ieniemienie muggetjes of motjes zijn. Ze rent in sneltreinvaart ergens op af. Dan maakt ze een sprong met vier poten tegelijk in de lucht om even later neer te storten op het, voor mij nog steeds onzichtbare, slachtoffer. En hup, de andere kant op. Dit houdt ze langer vol dan ik het geduld heb om te wachten tot ze klaar is. Ze amuseert zich goed en kan toch de tuin niet uit. Zo nu en dan zie ik in het licht weer een vliegende hond voorbijracen alsof ze in de leer is geweest bij Max Verstappen.

 

Ik heb het vaker gezien bij een pup en ook bij Pip gebeurt het: de hik. Als ze daar last van heeft, schudt haar hele lijfje en kan ik zelfs op afstand zien dat ze weer eens de hik heeft.

Heel komisch is het om haar rond te zien sjouwen met een sproeikop van een gieter in de bek waardoor het lijkt of ze een megafoon te pakken heeft en ons wil laten weten dat ze in aantocht is.

‘Opgelet…hier kom ik, Pip de pup.’

 

Geen idee of er nog een deel 9 komt. Ooit zal er toch een bepaalde routine komen in het leven van Pip en komen er weinig tot geen nieuwigheden meer bij.

 

Pip, deel 7, 15 weken oud

Vijftien weken oud nu, waarvan ze er zeven bij ons is.
Alles wat ze tegenkomt wordt slachtoffer. Ze is tanden aan het wisselen, dus overal moet op gekauwd worden. Minder fijn is dat, dat dat als het ff kan ook mijn voeten zijn. Blote voeten is not done met mevrouw in de buurt.
Elke ochtend zit Toon er klaar voor en wacht geduldig tot zijn kleine vriendinnetje naar buiten komt. Hij biedt zich min of meer aan en daagt haar uit om te spelen. Dat bevalt haar wel want na een nacht slapen vindt ze het hoog tijd voor wat lichaamsbeweging. Ze rollebolt, rent en sprint, trekt, bijt en duwt. Ze presteerde het op een gegeven moment om de tien kilo zware Toon met bruut geweld aan zijn haren te trekken en mee te slepen over de gladde vloer. Dan weet ik dat het genoeg is en grijp ik in. Hoog tijd om weer even wat af te koelen in de bench. Ook geen probleem, dan gaat ze slapen.

De puppiefluf haartjes zijn aan de beurt om geplukt te worden. We rijden daarvoor naar de fokker, die dit nog voor haar rekening neemt.  Oei, dit vind ik wel spannend. ‘Zet haar maar neer, hoor.’
En daar gaat het heen: haar moeder, haar zusje, haar stiefzusje en een enorme reu rennen op haar af en onmiddellijk is het dikke keet. ‘Laat maar lopen, dan is ze zometeen goed moe als ze op tafel moet.’ De rest van de dag heb ik geen hond aan haar, want ze duikt de bench in als ik haar in de auto zet en eenmaal thuis til ik een slappe “lappenhond” de auto uit. Binnen duikt ze weer de bench in en valt onmiddellijk in diepe slaap.

Ja hoor, het lukt: de bank opspringen. Even doorspringen tot op de leuning en met een plof laat ze zich vallen tussen Dorus en Toon. Die vinden het prima en daar ligt het drietal naast elkaar alsof het nooit anders geweest is. Wijselijk houdt ze zich rustig om zeker te stellen dat ze daar mag blijven.
Dorus en zij zijn nu ook vriendjes. Ze mag zelfs zijn gebit en oren inspecteren en andersom gebeurt dat ook. Dorus heeft minder geduld dan Toon en dat weet ze. Ze speelt iets minder fanatiek en ik heb nog niet gezien, dat ze keihard aan zijn haren trekt.
Wat op de bank lukt, lukt ook naar de vensterbank. Ze heeft al regelmatig jaloers naar Toon of Dorus gekeken als die daar hun uitkijkpost innemen. Inmiddels weet ik, als ze op de vensterbank springt en daarna voor de deur gaat zitten, dat ze dan naar buiten moet. Van regen komt ze niet onder de indruk en ze dendert door de struiken en meldt zich als ze weer naar binnen wil. Ze komt met haar koppie net bij de onderkant van het raam in de deur en kijkt naar binnen. Je zou er bijna medelijden mee krijgen, twee waterige oogjes tussen de druipende haren. Zelfs de oortjes zijn topzwaar van het water en hangen wat slap. Een stevige afdroogbeurt en een rondje rausen en dan pakt ze haar favoriete bezigheid weer op: speeltjes verzamelen. De kamer is nog elke dag een slagveld en het is soms hink-stap-sprong voor mij om mijn nek niet te breken over alles wat rondslingert. De snippers van een mee naar binnen gesleurd en gesloopt takje verdwijnen in de stofzuigermond Zo brengt die zijn geld nog op.

Toevallig staat de uitzending de Hondenacademie aan op de televisie en ineens valt me op, dat de oogjes en oortjes van Pip, die zojuist nog naast me lag te slapen, gericht staan op het scherm. De puppytraining van deze week ging niet door, dus wie weet haalt ze op deze manier toch nog wat kennis binnen.

©Vera Oor, 2025

Pip, deel 6. 14 weken oud.

 


Alles wat los en vast zit, wordt onderworpen aan het gebit van Pip. De tijd van het wisselen is begonnen. Ik heb nog geen enkel tandje teruggevonden, maar dat kan ze doorgeslikt hebben of ergens uitgespuugd zonder dat ik er erg in heb gehad.
Haar schatkamers breidt ze nog steeds uit met wat ze allemaal vindt. Hoe ze eraan gekomen is, mag Joost weten maar in een keer lag er een vale, geelkleurige bal tussen de verzameling en die was voor die dag haar favoriet speeltje.

Ze staat op de wiebelplank op een manier waarop menig sportschoolbezoeker jaloers zou zijn. Met het grootste gemak houdt ze de controle over haar evenwicht en wiebelt van links naar rechts. Dat dit voor andere honden nog weleens lastig kan zijn, bleek tijdens de derde puppytraining. Relaxed bleef Pip staan in een kruiwagen waarin ze voor- en achteruitgereden werd. Enkele andere honden zag ik benauwd om zich heen kijken toen ze aan de beurt waren. Deze derde training viel op het moment nadat ik twee dagen daarvoor nog met een fikse verkoudheid en 39 koorts op bed lag. Ik begon met een wattenbollenhoofd aan de training, die ik te belangrijk vind om over te slaan. Wonderwel hield Pip denk ik rekening met mij en hield zich gedeisd met snuffel- en niet-luisteracties. Ze deed het zelfs goed. Een rubberen mat, een groot stuk vloerbedekking en verderop een stuk zeil moesten ervoor zorgen dat de pups in de training leerden niet bang te zijn voor andere ondergronden. Geen probleem voor mevrouw. Ze dribbelt eroverheen alsof er geen verandering in ondergrond is.
‘Pip, hier!’ en daar komt ze aangerend. Waar ze de vorige training er nog van beschuldigd werd poep in haar oren te hebben, kreeg ze nu zelfs een compliment van de trainer. ‘Heel goed.’

Vanuit een ver verleden kende ik hondentraining met felle correcties aan een slipketting, waarbij het dier bijna gekeeld werd. Bij de vorige hond had ik al gewerkt met de werkwijze waarop beloninkjes worden gegeven als een hond doet wat van hem gevraagd wordt. Zo werken ze hier ook.
Klinkt misschien onlogisch. Ik zou ook altijd komen als me een rumboon voorgehouden wordt, dus waarom zou een hond daar anders over denken bij een snoepje. Toch werkt het goed. Het commando vindt uiteindelijk een plaatsje in de hondenhersens en, na enige tijd, reageren ze automatisch op dat commando, ook zonder beloning. Meestal dan, wel te verstaan.
Het zijn gelukkig geen hulphonden, want dan was zelfs Toontje met vlag en wimpel gezakt.

Maar…Toon is zonder meer de hulphond voor Pip. Alle frustraties mag ze op hem afreageren, correcties geeft hij haar op de juiste manier, hij leert haar dat een speeltje ook weleens afgestaan moet worden en dat ze niet voor elk onverwacht geluid of beweging bang hoeft te zijn.
Op zijn hoge leeftijd wordt hij uitgedaagd om rondjes mee te rennen in de dagelijkse dosis dolle vijf minuten van Pip.

Dorus begint Pip ook meer te accepteren, snuffelt zo nu en dan aan haar en probeert haar zelfs voorzichtig uit te dagen. Op een of andere manier weet Pip dat ze het spelletje op een andere manier moet spelen dan bij Toon. Na elke beweging van haar kant wacht ze voorzichtig de reactie van Dorus af, voordat ze weer een stapje verder gaat.
Mijn hart maakte eenzelfde hoge sprong als de sprong van Pip toen die plotseling bij Dorus in de mand dook en bovenop hem belandde. Ik was bang voor een fikse knauw van Dorus. Maar die was waarschijnlijk volledig overdonderd en liet het zelfs toe dat Pip naast hem kwam liggen. ’s Nachts slapen ze weliswaar al bij elkaar, maar dan ligt Pip in de bench en Dorus in zijn mand.  

©Vera Oor, 2025

Pip, deel 4. In een testpanel?

De delen van het verhaal van Pip staan in een onlogische volgorde, omdat ik er vergeten had te plaatsen. Dit is dus deel 4. 

Weer een week verder met Pip. Ik denk dat ik haar aan ga melden voor een testpanel en ik weet wel zeker dat ze het Duracell-konijntje gaat verslaan.
Een pup van deze leeftijd slaapt 18 – 20 uur per dag. Dat is tenminste zoals het hoort te zijn. Pip denkt daar anders over. Het beestje bruist van de energie en als ik haar haar gang laat gaan, haalt ze dat bij lange na niet. Verplicht de bench in dus nadat ze heeft gegeten en gerausd. Ze protesteert niet maar de oren staan rechtovereind en de oogjes wijd open, totdat…ze bewusteloos neerploft. De wereld kan vergaan, zonder dat ze erop reageert.

Vorige week eindigde ik met het voornemen om naar de eerste puppytraining te gaan. Nou, dat was een drama. Zes pups, waarvan Pip de allerkleinste is, maar met de grootste ongehoorzaamheid.
Een uur lang heeft ze konijnenkeutels gespeurd in plaats van “zit”. Waar de andere pups danig onder de indruk waren van levensgrote pluchen beesten die tussen hen in gezet werden, keek Pip er nog niet naar om, konijnenkeutels bleven interessanter en in plaats van in haar ogen keek ik alleen maar tegen een staartje aan. Ik was total loss na de training en met het Duracellhon-dje in de mand achterop fietste ik naar huis, waarna ik haar overdroeg aan haar baasje: ‘Nu is ze voor jou!’
Zitten doet ze op commando inmiddels, bij “af” ploft ze met vier poten tegelijk op de grond. Dit alles thuis. Morgenavond bij de tweede training zal het wel anders zijn.
Alle struiken in de tuin heeft ze inmiddels onderzocht, ze weet waar de mollen graven, van welke hoogte in de border ze naar beneden kan springen om daarbij te landen tussen de kruipplantjes. Ze weet hoe hard ze de bocht door kan rennen zonder haar kop te stoten, ze weet wanneer het potje met koekjes opengaat als de koffie klaar is. Commando “zit” is dan niet nodig. Twee trouwe hondenoogjes kijken me vanaf enkelhoogte hoopvol aan.
Voeten in sokken of blote tenen worden gegarandeerd slachtoffer van de messcherpe tandjes die ze erin zet. Van takken tot balletjes en andere rotzooi verzamelt ze, tot aan mijn tuinhandschoen toe, die ik regelmatig kwijt ben. Die ligt dan gegarandeerd op een van haar verzamelplekken in huis of in de tuin. Ze heeft er vijf en ik weet nu waar die zich bevinden.

Maar o, wat is ze lief, als ze naast me komt zitten op de bank of op schoot kruipt. Vanuit een ooghoek houdt ze de omgeving in de gaten, maar reageert er dan niet meer op. Als een slappe tod moet ik haar dan naar buiten dragen om toch nog even een laatste plasje te laten doen, voordat de nachtrust begint. Voor haar en voor mij broodnodig.

©Vera Oor, 2025

Pip, deel 2. Pip heeft haar weg gevonden en ik inmiddels ook

Dit deel had ik al eerder moeten plaatsen, maar vergeten. 

Puppy Pip kent inmiddels de weg in huis en in de tuin. Natuurlijk moet ze veel slapen, maar zodra de oogjes open zijn, staat ze “aan”. Als zij aan staat, betekent dat voor ons: Opletten!
Niet in de laatste plaats om te kijken waar ze gebleven is. Ze kan de tuin niet uit, dat scheelt en daar amuseert ze zich met takken, een tuinhandschoen, een veger. En ze volgt de oudere Toon op de voet. Mm, als Toon tussen de struiken loopt, zal het wel veilig zijn, denkt ze. Met vier pootjes tegelijk springt ze omhoog en landt ergens tussen het groen. Dorus vindt haar veel te druk en blijft op afstand.
He, dit is leuk, ontdekt ze, want waar de aarde wat losser is, begint ze als een dolle te graven. Kleine modderkluitjes vliegen weg en ze bijt zich vast in een vastgegroeide tak. Trekken om die los te krijgen, vergezeld van gevaarlijk gegrom. Althans dat denkt ze zelf, wij lachen op afstand om de drukke kabouter, die even later ruikt naar een zak potgrond.
Etenstijd en dat weet ze met haar interne klok. Ze loopt maar vast naar haar bench en kondigt met een kefje aan dat ze er klaar voor zit. Na het eten wacht ze rustig tot ze eruit gehaald wordt en ze mee naar buiten mag. Tot nu toe heeft ze nog maar 1 keer haar plasje binnen gedaan. Klinkt allemaal leuk toch? In ieder geval als je geen hekel aan honden hebt.
 
Maar het is niet altijd leuk. Dorus en Toon hebben meestal 1 of 2 x per jaar een behoorlijke knokpartij. Dat gaat gepaard met een hoop geblaf, gekef, geschreeuw. Op zo’n moment wordt weer even duidelijk gemaakt wie er uiteindelijk de hondenbaas in huis is en dat is Toon. Het gaat er heftig aan toe en het verbaast me nog altijd dat er geen bloed vloeit. Het formaat hondjes is dusdanig dat we er met gemak een omhoog kunnen trekken, waarna de ander uiteindelijk loslaat. Een paar uur later liggen ze weer naast elkaar op de bank alsof er niks gebeurd is. Triggerpoint voor een mogelijke vechtpartij is eten en dat vraagt om een gestructureerde werkwijze om hen van de etensbakken te voorzien.
Tja en nu komt het: na de eerste nacht van Pip had ik met het drietal buiten gelopen en ging weer naar binnen. Dorus en Toon liepen naast elkaar en ineens ging het los. Toon accepteerde denk ik niet dat Dorus net iets eerder bij de kamerdeur was dan hij. Pip keek met grote ogen toe en maakte zich gelukkig uit de pootjes naar de kamer. Een van de twee schreeuwende vechtersbazen tilde ik op en onderwijl probeerde ik de ander naar beneden en opzij te duwen met mijn voet. Totdat…ik mijn evenwicht verloor en tegen de grond flikkerde. Marthy was inmiddels op de herrie afgekomen en wist de knoop van honden en mens te ontwarren. Dorus naar de bijkeuken, Toon naar binnen en deur dicht. Koelen jullie eerst maar af! Ik hing hijgend tegen de koelkast aan om weer op adem te komen.
Bloed! Ik zag bloed op mijn broek. Een van de twee moest gewond zijn.
Niks een van de twee, een van de drie en die derde was ik. Enkele kleine gaatjes in mijn onderarm en…een flinke scheur in mijn broek. Een wolf zou zijn complimenten hebben gegeven aan de honden voor deze aanval. In het heetst van de strijd waren de honden alleen maar bijtbewegingen aan het maken geweest en keken niet naar wat of wie. En ik had een van twee omhooggetild. De ander was omhoog gesprongen om zijn soortgenoot te bijten, maar daarvoor zat ik blijkbaar in de weg toen ik eenmaal op de grond lag.
Verdere inspectie leerde dat Toon bij Dorus een plukje haar had losgetrokken, dus die had nu een kale plek. Verder geen schade.
Aangezien onze honden volgens mij afstammelingen zijn van varkens en ik dus niet wist waar hun bekkies allemaal in gewroet hadden, heb ik voor de zekerheid toch een tetanusinjectie laten zetten.
 
Pip heeft zich nergens wat van aangetrokken en liep even vrolijk als voorheen rond. Waarschijnlijk heeft ze gedacht dat deze herrie bij haar nieuwe ochtendritueel hoorde.
Nu zijn we vijf dagen verder en de rust is helemaal weergekeerd. Bij mij bijna.


©Vera Oor, 2025

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...