In de winter open ik mijn restaurants: vogelrestaurants.
Tot een paar jaar terug zag ik nooit een mus
aan een vetbolletje hangen. Tegenwoordig zijn het waarachtige acrobaten. Ze
zetten hun nageltjes in de bol. Vergezeld van veel gekwetter en gefladder
zorgen ze ervoor dat een soortgenoot niet aan hetzelfde bolletje gaat hangen.
Bij dit soort mussengevechten houden andere vogeltjes zich op veilige afstand
om te voorkomen dat ze een klap van een mussenwiek meekrijgen.
Ze komen later wel terug om hun slag te slaan.
Vanuit de dennenappelsilo vallen veel zaadjes
in de aarde eronder. Het buffet is geopend en ook hier valt een bruine
mussenkolonie aan. Ze hippen van links naar rechts, fladderen even weg en komen
weer terug voor de volgende gang. Nu geen gevecht want er is genoeg plaats aan
tafel.
Totdat ik toch echt met mijn boodschappentas
de deur uit moet. Een wolk van bruine bolletjes stijgt op en verspreidt zich in
de tuin. Alsof er een compressor wordt aangezet ontstaat er een soort windvlaag en gesuis in de lucht door de wegtrekkende, fladderende wolk.
Geen mus meer te zien, maar vanuit de heg voel ik de tientallen mussenoogjes in mijn rug prikken. Ze houden me in de gaten houden en wachten tot de kust veilig is. Aanvallen maar weer om hun maagjes te bevoorraden. Ze kunnen nog wegvliegen met hun dikke buikjes en langzamerhand komen de anderen aan de beurt: vinkjes, pimpel- en koolmeesjes, winterkoninkjes en een roodborst. Zelfs een specht waagt zich af en toe dichterbij wanneer een snoer pinda’s in de aanbieding is.
©2023 Vera Oor
