Genoeg te doen in mijn tuin op het moment. Voor vandaag vind ik het genoeg geweest.
Op het moment dat ik dit aan het schrijven ben, zie ik linksboven in het scherm iets gebeuren en komt er een kleine rode muts tevoorschijn. Het scherm vouwt zich verder open en in een keer wordt mijn hele beeldscherm in beslag genomen door een kabouter, de eigenaar van de rode muts.
Alsof een tekening van Rien Poortvliet uit zijn boek 'De kabouter' tot leven komt.
Het kereltje kijkt me niet bepaald vriendelijk aan, zijn mond is een strak streepje en hij fronst zijn witte wenkbrauwen. Het blauwe jasje is enigszins vaal en verkreukeld en zijn groene broek heeft ook de beste tijd gehad. Met een klap zet hij een emmertje voor zich neer, pal voor zijn voeten in de gele klompjes. In het emmertje ligt tuingereedschap voor zover ik kan zien.
Wat is dit dan, vraag ik me af?
Alsof een tekening van Rien Poortvliet uit zijn boek 'De kabouter' tot leven komt.
Het kereltje kijkt me niet bepaald vriendelijk aan, zijn mond is een strak streepje en hij fronst zijn witte wenkbrauwen. Het blauwe jasje is enigszins vaal en verkreukeld en zijn groene broek heeft ook de beste tijd gehad. Met een klap zet hij een emmertje voor zich neer, pal voor zijn voeten in de gele klompjes. In het emmertje ligt tuingereedschap voor zover ik kan zien.
Wat is dit dan, vraag ik me af?
Hij kan blijkbaar gedachten lezen en roept me afgebeten toe: 'Wie ik bén? Ik ben jouw tuinkabouter die je ergens in een hoekje in de kas weggestopt hebt.'
In een keer herken ik hem. Inderdaad, ooit heb ik een tuinkaboutertje gekregen maar heb hem nooit een plaats in de tuin gegeven. Hij staat ergens in het kasje. Weggooien kan ik hem niet, want dat doe ik niet zomaar met iets wat aan mij gegeven is.
'Ja, zeg het maar, ik zie aan je gezicht dat je me herkent,' snauwt hij.
'Klopt, jij staat in mijn kasje te verpieteren in een hoekje.'
'Verpieteren? Ik werk me een slag in de rondte.'
'O? is mijn verbaasde reactie.
En hij begint te vertellen.
Nadat hij in de hoek was neergezet, voelde hij zich afgedankt. Hij was nog maar net begonnen als tuinkabouter en gelijk buiten functie gesteld. Hij had weg willen lopen. Zijn tuingereedschap en emmer had hij al in een kruiwagentje gelegd, totdat zijn opvoeding hem parten ging spelen.
Een tuinkabouter wordt, net als een politieman, ergens gestationeerd en daar moet hij zijn werk uitvoeren. Of hij het nu leuk vindt of niet. De plicht roept hem, hij gaat aan de slag en maakt de tuin tot zijn levenswerk. Dus ook hij had dat gedaan, toen hij mee verhuisd was naar de grotere tuin. Dag in, dag uit, werkte hij in het kasje en in de tuin. Hij timmerde trapjes om overal bij te kunnen komen, plantjes die op het punt van verdrogen stonden, gaf hij wat water. Uitgebloeide bloemetjes knipte hij uit de planten en wanneer dat nodig was, hield hij een peptalk voor een plantje dat bijna de moed op wilde geven om nog te overleven.
'Denk je nu echt, dat de tuin er zo bij ligt, omdat jíj er in bezig bent?'
Ik kijk hem verbaasd aan.
'Ja, want ik doe daar heel veel. ’s Avonds en in het weekend vooral.'
'Ik zal je uit de droom helpen. Zodra jij thuiskomt, zorg ik dat ik weer op mijn plekje in het kasje sta, met mijn emmertje naast me. Kabouters laten zich niet zien.'
Zijn stemmetje klinkt steeds zachter en ik hoor een onderdrukte snik. Hij stampt machteloos met zijn klompje op mijn bureau, de punt van zijn muts hangt voor zijn gezicht als hij naar de grond kijkt.
In een keer herken ik hem. Inderdaad, ooit heb ik een tuinkaboutertje gekregen maar heb hem nooit een plaats in de tuin gegeven. Hij staat ergens in het kasje. Weggooien kan ik hem niet, want dat doe ik niet zomaar met iets wat aan mij gegeven is.
'Ja, zeg het maar, ik zie aan je gezicht dat je me herkent,' snauwt hij.
'Klopt, jij staat in mijn kasje te verpieteren in een hoekje.'
'Verpieteren? Ik werk me een slag in de rondte.'
'O? is mijn verbaasde reactie.
Nadat hij in de hoek was neergezet, voelde hij zich afgedankt. Hij was nog maar net begonnen als tuinkabouter en gelijk buiten functie gesteld. Hij had weg willen lopen. Zijn tuingereedschap en emmer had hij al in een kruiwagentje gelegd, totdat zijn opvoeding hem parten ging spelen.
Een tuinkabouter wordt, net als een politieman, ergens gestationeerd en daar moet hij zijn werk uitvoeren. Of hij het nu leuk vindt of niet. De plicht roept hem, hij gaat aan de slag en maakt de tuin tot zijn levenswerk. Dus ook hij had dat gedaan, toen hij mee verhuisd was naar de grotere tuin. Dag in, dag uit, werkte hij in het kasje en in de tuin. Hij timmerde trapjes om overal bij te kunnen komen, plantjes die op het punt van verdrogen stonden, gaf hij wat water. Uitgebloeide bloemetjes knipte hij uit de planten en wanneer dat nodig was, hield hij een peptalk voor een plantje dat bijna de moed op wilde geven om nog te overleven.
Ik kijk hem verbaasd aan.
'Ja, want ik doe daar heel veel. ’s Avonds en in het weekend vooral.'
'Ik zal je uit de droom helpen. Zodra jij thuiskomt, zorg ik dat ik weer op mijn plekje in het kasje sta, met mijn emmertje naast me. Kabouters laten zich niet zien.'
Zijn stemmetje klinkt steeds zachter en ik hoor een onderdrukte snik. Hij stampt machteloos met zijn klompje op mijn bureau, de punt van zijn muts hangt voor zijn gezicht als hij naar de grond kijkt.
Ik voel me schuldig. Heb ik dan al die tijd echt nooit gezien wat de tuinkabouter altijd gedaan heeft? Ik moet mezelf bekennen dat dat inderdaad het geval is en dat ik alle eer op heb gestreken. Dat gaat veranderen, neem ik me voor en ik vraag hem om even naar me te luisteren.
'Het spijt me. Ik ga vanavond aan de slag en zal mijn schilderspullen tevoorschijn toveren en jouw jasje en broek weer een frisse kleur geven.'
Het manneke kijkt me aan, maar houdt duidelijk nog wat afstand en in zijn oogjes lees ik de twijfel: hij moet het eerst nog eens zien.
'Ik zorg ervoor dat je een beter plekje krijgt en straks, als het beter weer begint te worden, krijg je ook een mooi plekje in de tuin. Dat heb je wel verdiend.'
Zijn gezichtje verandert op slag en voor me zie ik de tuinkabouter zoals die er uit hoort te zien: een enthousiaste vrolijke kabouter die zijn emmertje energiek oppakt en ermee wegloopt. Hij stapt in mijn beeldscherm en verdwijnt op de plek waar hij erin gekomen is: links boven in de hoek. Als laatste zie ik een geel klompje uit het scherm stappen.
'Het spijt me. Ik ga vanavond aan de slag en zal mijn schilderspullen tevoorschijn toveren en jouw jasje en broek weer een frisse kleur geven.'
Het manneke kijkt me aan, maar houdt duidelijk nog wat afstand en in zijn oogjes lees ik de twijfel: hij moet het eerst nog eens zien.
'Ik zorg ervoor dat je een beter plekje krijgt en straks, als het beter weer begint te worden, krijg je ook een mooi plekje in de tuin. Dat heb je wel verdiend.'
Zijn gezichtje verandert op slag en voor me zie ik de tuinkabouter zoals die er uit hoort te zien: een enthousiaste vrolijke kabouter die zijn emmertje energiek oppakt en ermee wegloopt. Hij stapt in mijn beeldscherm en verdwijnt op de plek waar hij erin gekomen is: links boven in de hoek. Als laatste zie ik een geel klompje uit het scherm stappen.
