WINTER- EN ZOMERKONINKJES

Terwijl de winterkoninkjes af- en aanvliegen naar hun nestjes, haal ik de zomerkoninkjes naar binnen.
Aardbeien, heerlijk, maar niet van die geïmporteerde, die echt nergens naar smaken, behalve naar water. De aardbeien van de volle grond zijn de échte. Ze smaken zoals aardbeien horen te zijn: zoet en sappig. Ze hebben een mooie donkerrode kleur. Ze ruiken naar…ja, naar aardbei.
Zolang ze verkrijgbaar zijn, ga ik ze halen en het liefst bij de aardbeienkweker in de buurt en niet uit het schap van de supermarkt.
Rollen beschuit heb ik klaar liggen om besmeerd te worden met een laagje boter en bedekt met de rode vruchten. En voor de zoetekauw die ik ben, een dun laagje suiker erover.
Bij het eten is het, in ieder geval voor mij, opletten dat de aardbeien in mijn mond belanden en niet halverwege van de beschuit afglijden en op mijn, natuurlijk op dat moment lichtgekleurde, shirt vallen.
Waar ze nu overal te koop zijn, was dat niet altijd zo. Wij kregen thuis slechts af en toe aardbeien op een witte boterham.
 
Tijdens een fietstocht met het gezin op een zomerse dag kwamen we uit bij een afgelegen vervallen boerderijtje. De ooit witte verf bladderde van de muren, het dak hing op een aantal punten nog aan de spanten. Op verschillende plaatsen waren de dakpannen al aan gruzelementen gevallen en lagen opzij van het huis op de steentjes, waartussen het onkruid welig tierde en op sommige plaatsen kniehoog was. Toch had dat zijn charme, kleine bloemetjes aan de scheuten die zich tussen de voegen omhoog wurmden. De deur was afgesloten en voor de ramen hing nog een restant van ooit witte vitrage die het inkijken belemmerde. Dit soort locaties intrigeert me altijd, en toen ook al.
 
Wie zouden hier gewoond hebben, hoe zag hun leven eruit, waar zijn die mensen nu? Bij dit boerderijtje stelde ik me een bejaard boerenechtpaar voor, waarvan de boer in zijn blauwe overall, gele klompen en steunend op zijn stok nog wat rondscharrelde over het erf. De boerin had nog een bezigheid in de verzorging van haar kippetjes. Samen hadden ze gezeten op het bankje en genoten van het weidse landschap, mijmerend over hun leven. Ze hadden een klein moestuintje opzij van het huis, afgezet met paaltjes en gaas om de konijnen zoveel mogelijk buiten te houden. De witte bloemetjes van de aardbeienplant zouden binnenkort weer overgaan in kleine groene vruchtjes om geleidelijk aan te transformeren tot een heerlijk rode aardbei, rustend in het stro dat verspreid lag om de planten. Enkele groentes voor eigen gebruik had het echtpaar gepoot en de grond tussen de planten werd zorgvuldig geschoffeld door het oude boertje.
 
Op het moment dat wij bij dit boerderijtje uitkwamen, stonden daar nog de restanten van het bankje, de paaltjes om de moestuin zijn scheef gaan hangen en vanuit mijn ooghoek zag ik een poes wegvluchten voor dit onverwachte bezoek. Het hekje dat toegang gaf tot dit kleine moestuintje stond half open. Mijn vader was er al doorheen gelopen en wij volgden nieuwsgierig.
Ondanks dat de bewoners waarschijnlijk al lange tijd weg waren, stonden er nog steeds enkele aardbeienstruikjes met zo nu en dan een aanlokkelijk rode vrucht die de vogels nog niet gevonden hadden. Dát waren toch een lekkere aardbeien! 

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...