Nog één rotonde rijden en ik ben bijna thuis. Het waait
behoorlijk maar in de auto heb ik daar uiteraard weinig last van. Een van mijn
Spotifylijsten speelt en ik neurie wat mee op de muziek.
Midden op de rotonde staan twee bomen volop in de roze
bloesem en de hele kruin beweegt op en neer door de wind. Er rijdt niemand voor
me dus ik heb alle tijd om om me heen te kijken. En ineens valt het me op dat
de beweging van de roze kruin volledig synchroon loopt met de muziek. Alsof de
boom aan het dansen is. Ik ga wat langzamer rijden om van dit schouwspel te
genieten. Een gratis dansvoorstelling midden op de dag en ik ben de enige
toeschouwer.
De kruin lijkt een geheel van roze bloesem, maar dat het
totaal anders is, blijkt al snel wanneer er bloesemblaadjes door het open raam
naar binnen waaien. Ze komen terecht op het dasboard pal voor mijn stuur en
door wat ik dan hoor en zie, besluit ik de auto langs de kant maar even stil te
zetten en mezelf eens flink te knijpen om te testen of ik niet in slaap ben
gevallen.
Inmiddels hoor ik ook heel zacht gezang bij de
oorspronkelijk instrumentale muziek.
De roze bloesemblaadjes op mijn dashboard veranderen
geleidelijk aan in minidanseresjes in roze tutu’s. Ik durf bijna niet te ademen
omdat de luchtstroom die dat met zich meebrengt wel eens te veel kan zijn en de
bloesemblaadjes weg zal blazen.
Het zijn miniwezentjes die gracieuze bewegingen maken
waarbij tere lichtroze, als tule, vleugeltjes de kwetsbaarheid benadrukken. Hun
hoofdjes zijn bedekt met kleine pluisjes, als van een paardenbloem. Op de maat
van de muziek dansen ze over het dashboard, onderwijl zingend en neuriënd, heel
zacht en breekbaar, maar onwaarschijnlijk mooi.
Betoverd blijf ik kijken naar deze privé-voorstelling.
Een klein winterkoninkje landt in de sponning van mijn
openstaande raampje, zijn staartje parmantig omhoog. Het snaveltje opent zich
en ik verwacht een waterval van gezang van dit kleine vogeltje.
Maar nee, hij begint te kwetteren en ik kan verstaan wat
hij zegt.
“Mooi hè, deze bloesemkinderen? Ik kan er zo van genieten.
Mijn nestje heb ik gemaakt in het dichte struikgewas onder
de bomen en ik heb ze zien opgroeien.”
Het is maar goed dat ik mijn eigen gezicht niet kan zien,
want dat zal ongetwijfeld een erg onnozele en verbaasde uitdrukking hebben.
Het winterkoninkje vertelt me hoe de bloesemkinderen
ontstaan nadat de boompjes in de lente met lichtgroene blaadjes beginnen uit te
lopen. Bijen verzamelen in de weilanden bij de vroegste paardenbloemen de
paardenbloempluisjes en brengen die naar de bomen waar ze ze verspreiden over
de takken. De pluisjes vormen kleine beschermende laagjes over de prille
bloemknopjes totdat deze zich openen. De opgevouwen bloemblaadjes in de knop
ontvouwen zich bij hogere temperatuur en wanneer de wind uit het zuiden waait,
klemmen de bloesemblaadje zich vast aan het paardenbloempluisje en komen tot
leven. Ze dansen in de wind totdat ze allemaal uitgevlogen zijn waarna de
vruchten aan de boom zich gaan vormen.
Bloesemkinderen leven maar kort maar genieten volop van het
zingen en dansen.
Aandachtig heb ik naar het winterkoninkje geluisterd en me
niet eens gerealiseerd dat ik hem kon verstaan.
In een keer fladdert hij snel het raam uit en ik val bijna
uit de auto als het portier wordt opengetrokken en een man naar binnen kijkt.
“Alles in orde mevrouw?”
Nog enigszins verdwaasd zie ik de bloesemkinderen het raam
weer uitdwarrelen op de ontstane luchtstroom van het geopende portier.
De man kijkt me vorsend aan en langzaamaan herstel ik me.
“Uh, ja hoor. Alles is goed met mij. Ik kreeg een
telefoontje en kan niet handsfree bellen. Ik moest even stoppen.”
Even later start ik de auto en rijd nog een keer langzaam een extra rondje over de rotonde en als ik heel goed luister hoor ik in de verte nog zachte stemmetjes en vliegen bloesemblaadjes over de auto heen.