SOMS HEB JE ZO’N DAG

Oké, half zeven wakker. Nou ja, dan sta ik maar op ook al was het vannacht pas half een voordat ik in bed lag. Na een half uur was ik weer klaar wakker, doordat een of andere idioot aan de overkant van straat rondjes begon te racen. Uiteindelijk dus een redelijk korte nachtrust. Dat is niet de eerste van deze week en dat gaat me gegarandeerd opbreken. Ik heb toch echt wel de geadviseerde zeven tot acht uur slaap nodig.

De start van de dag gaat nog wel goed met beschuitjes met aardbeien in de frisse ochtendlucht. Op het grasveld zijn twee merels, een lijster en een roodborstje wormen aan het zoeken in het gras, dat nog nat is van het sproeien gisteravond. Vogels op het gras betekent overigens wel de honden in bedwang houden om er niet op af te stormen en hun dag te starten met een vogelontbijt.
De kippen naar buiten laten en voeren. Het restje brood dat ik nog voor ze had bewaard is inmiddels beschimmeld. Pech voor de kippen, die moeten vandaag verder zelf maar hun kostje bij elkaar scharrelen in de wei en vanavond terugkomen voor hun bak kippenvoer.
Het koffiezetapparaat geeft aan dat het gereinigd moet worden, dus ik haal alle onderdelen eruit en maak ze schoon, maar het in elkaar zetten vraagt meer tijd. Waarom vergeet ik toch elke keer weer in welke volgorde en hóe ik alle onderdelen op de juiste manier terug moet plaatsen? Uiteindelijk, met behulp van de plaatjes in de gebruiksaanwijzing, lukt het en ik besluit nog even de was op te hangen voordat ik mijn eerste bakje koffie pak. 
Was ophangen aan de droogmolen. Deze molen is er een die aan de wand hangt, uitgetrokken moet worden tot je een klik hoort en dan is hij klaar voor gebruik. Als bijna alle was hangt, flats! De molen vouwt zich terug met alle was eraan. De molen weer open vouwen met het wasgoed er nog aan, vraagt iets meer spierkracht dan waarover ik op dat moment beschik. Dus de wasknijpers los, wasgoed van de lijnen af, molen opnieuw uittrekken totdat ik een duidelijke klik hoor, en de was weer opnieuw ophangen.

Hèhè, mijn verdiende kopje koffie.
Voordat het echt warm gaat worden, besluit ik nog even wat in de tuin te gaan werken en trek mijn oude kloffie aan. Accu’s leeg van de heggenschaar, die moeten eerst aan de lader. Dan ga ik maar aan de slag met onkruid weg te steken tussen de bestrating. Na zo’n drieëndertig keer door de knieën en weer overeind komen, loop ik zo langzamerhand met mijn gezicht op mijn bovenbenen en kom met pijn en moeite recht overeind. Dat was weer voldoende tuinwerk voor een aantal uurtjes.
Inmiddels is het ook zo benauwd geworden, dat ik het überhaupt niet meer in mijn hoofd haal om verder te tuinieren, dus ik spring even lekker onder de douche en hou me voor de rest van de dag redelijk rustig.

In de loop van de middag besluit ik nog even naar het graf van mijn ouders te rijden, om een kaarsje aan te steken voor Vaderdag en de planten daar te voorzien van water. Grafkaarsjes liggen nog in de auto. Ja, daar liggen ze nog steeds, helaas zijn ze door de hitte van de afgelopen dagen niet meer te gebruiken. Het kaarsvet is eruit gelopen. Nog een gelukje dat de kaarsen in een kratje stonden en schade aan de binnenkant van de kofferbak is voorkomen. Dat scheelt weer heel wat handelingen met strijkbout en wc-papier om het kaarsvet te verwijderen. Dan maar zonder kaarsje naar het kerkhof. Tegen mijn verwachting in, staan de plantjes er nog prima bij en bloeien rijkelijk.
Dicht bij het kerkhof, in de wijk waarin ik ben opgegroeid, is de supermarkt geopend na een fikse verbouwing, dus ik besluit om daar maar enkele benodigdheden voor het eten te halen. Ik ben er lang niet meer geweest, maar het voelt nog wel steeds als de supermarkt in mijn wijk ook al woon ik 10 kilometer verderop.

Het laatste gangpad loop ik door en o heerlijk, daar liggen rumbonen. Ik zie het aan de vorm van het chocolaatje op de verpakking. Ik drink niet, maar rumbonen vind ik wel zó verschrikkelijk lekker. Ik kan ze echt niet laten liggen, dus ik leg een pakje in mijn winkelwagentje. Naar de kassa en dan de boodschappen overhevelen in de auto. De rumbonen houd ik apart, daar wil ik onderweg vast aan beginnen. Ik trek de verpakking open en stop er een in mijn mond waarbij ik me al verheug om het besuikerde laagje aan de binnenkant van de chocola en het kleine beetje rum dat zich daarmee vermengt. Dat valt flink tegen, het snoepgoed heeft weliswaar de vorm van een rumboon maar is gevuld met een zoetige vulling van sinaasappelsnippers.
De rest van de verpakking blijft onaangebroken.

Wanneer ik thuis de boodschappen heb opgeborgen heb ik de terugslag te pakken van weinig slaap, warmte, wasgoed dat een andere kant op gaat, rumbonen die geen rumbonen blijken te zijn, kaarsjes die onbruikbaar zijn. Ik heb geen zin meer om nog aandacht aan het eten te besteden. Waarschijnlijk wordt dat ook niks bijzonders, want het vlees zal gegarandeerd aanbranden op zo’n dag als vandaag.
Weer in de auto en pizza halen. Altijd lekker.
En nu: benen omhoog op de bank, wat te drinken erbij en Formule 1 kijken. 

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...