Honden zijn echte gewoontedieren en leren vooral héél snel datgene wat zij belangrijk vinden.
“Kom hier”. Er komt geen hond.
“Blijf”. De hond blijft niet.
“Zit”. De hond gaat liggen.
Maar o wee, zodra ze er fijne associaties mee hebben. Ik zet het koffiezetapparaat aan. Het drietal rent al naar de zitkamer en houdt alle bewegingen in de gaten. Koffie betekent iets lekkers. Hypnotiserend kijken drie paar ogen me aan, totdat ze het felbegeerde koekie krijgen. Ze zijn zélfs bereid daar wat voor te doen op dat moment.
“Kom hier”. De honden zijn er al.
“Zit”. Ze bewegen hun achterlijf iets naar beneden.
“Beter zit”. Plof, kont op de grond, staart naar
achteren.
Zijn ze buiten aan het graven, spelen of rennen,
dan hebben ze last van Oost-Indische doofheid als ik ze roep. Behalve…als ik
het woord erbij gebruik. Als een speer komen ze af op de woorden ‘koekie’ of
‘eten’.
“Och wat luisteren ze goed”, zegt een bezoeker.
Mmm, ja soms!
“Nee, niet weer die stomme cookies!”, roep ik
hardop.
Daar heb ik zo’n bloedhekel aan. Ik kies voor ‘weigeren’ of voor ‘voorkeuren aanpassen’.In een keer word ik me bewust van wat er rondom mij gebeurt: drie paar starende oogjes.Twee paar gespitste oortjes en een paar oortjes die wel naar mij gericht staan, maar niet de bouw hebben om recht overeind te blijven staan. Waar hebben zij nou ineens last van, vraag ik me af.Ach ja, de uitspraak van koekie of cookie maakt voor hun geen verschil, behalve dan dat ze ervoor willen luisteren.
Geplaatst Gelderlander Gastschrijvers 10-6-2023
