SLAPEN IN DE EFTELING

 
Ik heb gesolliciteerd. Bij het groenonderhoud van de Efteling. Na afloop van het sollicitatiegesprek kreeg ik een rondleiding door het park, waardoor ik het eens van de andere kant kon bekijken.
Mijn eerste werkdag: het is vroeg opstaan. Ik hijs me in mijn overall met Efteling-logo en rubberen laarzen. Ik neem een voorbeeld aan de geroutineerde tuinman die mij in zal werken, pak ook een kruiwagen en tuingereedschap en loop achter hem aan. Hij heeft al snel in de gaten dat ik wel wat tuinervaring heb en na een paar dagen krijg ik mijn ‘eigen route’.
Vanochtend ga ik in het Sprookjesbos aan de slag. Langnek slaapt nog, de grote reus van Klein Duimpje ook, evenals de wolf in het bed van de grootmoeder van Roodkapje. Die komen pas in beweging als de toegangspoorten open gaan. Al het groen staat er prima bij en vraagt vandaag niet veel onderhoud.
 
Met moeite open ik een oog een beetje, wanneer ik op en neer geschud wordt.
“Ben jij helemaal gek geworden?”, briest een van de parkwachters boven me en geeft me hardhandig een duw.
“Als jij er niet tegen kunt om zo vroeg op te staan, moet je dit werk niet doen. Ik ga dit melden bij je leidinggevende.”
Het dringt maar half tot me door, ik draai me om en zie nog net dat ik op een houten bankje lig. En weer word ik wakker geschud. Laat me toch met rust, laat me slapen.
Ik open mijn ogen een beetje en daar staat die parkwachter van net ook weer, nu naast mijn leidinggevende, die me hardhandig overeind trekt.
“Vera, je bent ontslagen”, dring zijn stem een beetje tot mijn suffe hoofd door en ik kijk hem slaperig aan.
“Ont-slá-gen!”, zegt hij nog een keer nadrukkelijk en gooit op hetzelfde moment een klots water in mijn gezicht.
Dat helpt. Ik ben klaarwakker. In zoverre dan, dat ik mijn ogen open heb, maar voor de rest snap ik nog niet veel van wat er nu aan de hand is.
“Ik weet niet hoe ik hier ben gekomen”, zeg ik en kijk ondertussen bevreemd naar het bankje waar ik op zit. Het is het bankje dat dicht bij Holle Bolle Gijs staat.
 
“Het interesseert me niet hoe het gebeurd is, we hebben al genoeg aan ons hoofd om er ook nog een slapende tuinvrouw bij te hebben.”
“Wat is er nog meer dan”, vraag ik hem.
“Ik weet niet wat er aan de hand is, maar de Trollenkoning wordt niet wakker en hier, die bolle kop”, wijst hij naar Holle Bolle Gijs, “die komt niet verder dan “papi…” en dan valt hij stil. Dus dit gedoe met jou kunnen we er echt niet bij gebruiken. Ga naar huis.”
“Wacht even, toen ik als laatste bezigheid bij de Trollenkoning takken opraapte, was hij net aan het wakker worden en aan het gapen”, antwoord ik.
“En daarna heb ik nog wat papiertjes bij Gijs in de mond gegooid, en die vroeg om nog meer “papier hier”.
 
Heel langzaam aan begint zich een idee in mijn hoofd te vormen en ik roep de mannen, die al bij me vandaan lopen, achterna: “ik weet denk ik wat er aan de hand is.”
Ze lopen stoïcijns door.
“Luister even naar me, ik weet de oorzaak.”
Ze draaien zich langzaam om.
“O ja, nou daar zijn we wel benieuwd naar, naar jouw smoesje. Kom maar op.”
Ik vertel ze over de laatste werkzaamheden die ik me kan herinneren.
*Alle dode bloempjes en dode takjes had ik links en rechts opgeraapt. Nog één perkje moest ik doen waar een bonte verzameling aan bloemen staat. Ook onder de papaver haalde ik de uitgebloeide en afgevallen bloemen weg en knipte hier en daar de zaaddozen er tussenuit, die teveel ingedroogd waren. Toen nog even rond de boom van de Trollenkoning wat dode takken weghalen. Plotseling viel ik achterover over een boomwortel in de grond die ik over het hoofd had gezien en viel tegen de kruiwagen aan, die omviel en de hele inhoud werd door een windvlaag nog eens weggeblazen.”
 
“Ja, wat wil je nu eigenlijk zeggen. Schiet eens op, we hebben meer te doen dan te luisteren naar jouw smoesjes.”
“Ik heb alles nog een keer opgeraapt, weer in de kruiwagen gegooid en ben toen weggelopen naar Holle Bolle Gijs om enkele papiertjes die tussen het groen terecht waren gekomen in zijn mond te gooien.
 
“Kom Jan, we gaan, dit duurt me te lang”, zegt mijn leidinggevende tegen zijn collega en wil weer weglopen.
“Ho stop, nog heel even! Kennen jullie slaapbollen?”
“Ja, er zit er een hier ”, krijg ik als adrem antwoord.
“Nee dat bedoel ik niet. De grote papavers worden ook wel slaapbollen genoemd. Van hun ingedroogde sap wordt opium gemaakt.”
Heel langzaam aan begint het door te dringen: “en van opium word je slaperig”, weet Jan.
“Precies, en omdat de losse blaadjes ronddwarrelden door de wind heeft de Trollenkoning het ingeademd. De papiertjes die ik hier in de mond van Gijs heb gedaan, hadden natuurlijk ook wat van dat melksap op zich.
En ik heb alles ingeademd. Nu weet ik waarom ik op dit bankje lig, ik heb wat opium binnengekregen.”
 
“Verrek, je hebt gelijk, dat zou allemaal goed kunnen zoals jij het vertelt. Schiet op, help ons met bordjes plaatsen. Jij bent nu wakker, dus zullen die andere twee langzamerhand ook wel bijkomen.”
Ze halen razendsnel enkele bordjes uit het magazijn die ze neerzetten bij Holle Bolle Gijs en de Trollenkoning met de tekst ‘Tijdelijk buiten gebruik’.
 
Ik mocht naar huis om goed uit te rusten en de volgende dag heb ik samen met een collega heel voorzichtig alle papavers in het perkje verwijderd. Stel je voor dat alle bezoek in het Sprookjesbos in slaap valt. Zo wil de Efteling de krant niet halen.

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...