Mijnheer Poot heeft een huis aan de rand van het bos, aan de schaduwkant, een houten huis. Op het naambordje naast de deur staat zijn naam: D.Poot. Het huis heeft een dak van riet en beschikt over een vochtige kelder, waarin de aardappels liggen opgeslagen. Daar lopen wel eens wat insecten doorheen maar dat deert hem niet. De aardappels eet hij zelf niet, die bewaart hij daar voor zijn buurman want die heeft geen kelder.
Dat het rieten dak van het houten huis kieren heeft en het huis wat vochtig is, maakt hem eigenlijk ook niet uit. Hij houdt van een hoge luchtvochtigheid in tegenstelling tot veel van zijn buurtbewoners.Hun huizen zijn goed geïsoleerd waardoor er vrijwel geen vocht binnen kan
komen. Mijnheer Poot krijgt het al benauwd bij het idee van zo’n droge
leefomgeving.
De straten in de wijk zijn vrijwel altijd bedekt met een dikke
laag bladeren, die de vele loofbomen laten vallen. De gemeente lijkt besloten
te hebben dat het niet de moeite is om de straten in de dunbevolkte wijk te
vegen. Als het regent ontstaat er een blubberige boel.
Vandaag heeft mijnheer Poot besloten om nieuwe
schoenen te gaan kopen en hij vertrekt vroeg in de ochtend naar de stad. Hij
gaat lopen. De buren weten precies wanneer hij langs loopt, soms herken je
iemand aan zijn of haar loopje.
Het is een kwartiertje lopen naar de schoenwinkel, waar hij hartelijk welkom wordt geheten. Hij komt niet vaak, maar is toch een graag geziene klant. Mijnheer Poot geeft aan op zoek te zijn naar teenslippers. De eigenaar van de winkel weet de maat van mijnheer Poot en gaat op zoek in het magazijn. Daar komt hij uit met een hele stapel dozen met slippers.
“Tot mijn spijt heb ik denk ik niet voldoende voorraad, maar ik kan ze bijbestellen, dat is geen probleem. Past u dit paar maar eens.”
Mijnheer Poot past de slipper en vraagt aan de verkoper of ze goed zitten. Zelf kan hij dat niet goed zien, hij heeft geen scherp zicht en zijn bril verbetert dat maar amper. Na een bevestigend antwoord van de verkoper, laat hij weten dat hij de bestelling wil plaatsen. Er zijn 250 paar slippers op de juiste maat in voorraad. De extra benodigde 250 paar kan hij bijbestellen.
“Dan moeten mijn poten de slippers maar delen, totdat de andere ook binnen zijn.”
Het is een kwartiertje lopen naar de schoenwinkel, waar hij hartelijk welkom wordt geheten. Hij komt niet vaak, maar is toch een graag geziene klant. Mijnheer Poot geeft aan op zoek te zijn naar teenslippers. De eigenaar van de winkel weet de maat van mijnheer Poot en gaat op zoek in het magazijn. Daar komt hij uit met een hele stapel dozen met slippers.
“Tot mijn spijt heb ik denk ik niet voldoende voorraad, maar ik kan ze bijbestellen, dat is geen probleem. Past u dit paar maar eens.”
Mijnheer Poot past de slipper en vraagt aan de verkoper of ze goed zitten. Zelf kan hij dat niet goed zien, hij heeft geen scherp zicht en zijn bril verbetert dat maar amper. Na een bevestigend antwoord van de verkoper, laat hij weten dat hij de bestelling wil plaatsen. Er zijn 250 paar slippers op de juiste maat in voorraad. De extra benodigde 250 paar kan hij bijbestellen.
“Dan moeten mijn poten de slippers maar delen, totdat de andere ook binnen zijn.”
Het volgende half uur helpt de verkoper de
slippers aan te trekken, bedankt hem voor de bestelling en wenst mijnheer
Duizend Poot een fijne middag. Hij houdt de deur voor hem open, totdat alle
1000 pootjes naar buiten zijn gelopen. Tevreden wandelt mijnheer weer naar huis
en gaat de kelder in om insecten te zoeken, die hij eens lekker gaat oppeuzelen