Zeven is mijn geluksgetal, althans dat heb ik mezelf altijd voorgehouden. Gisterochtend, zeven juli, werd ik om half zeven wakker. Even ontbijten, alle dieren voeren en daarna vanaf zeven uur lekker vroeg in de tuin aan de gang bij een temperatuur die nog goed te doen was. Om kwart over zeven ’s avonds had ik gereserveerd bij een restaurant en precies zeven halve uren later kwamen we weer aanrijden bij de poort van onze tuin.
Daar werd ik verrast door wat er gebeurde
toen ik uit de auto stapte. De poort werd geopend door een van de zeven
dwergen, door Grumpy, de mopperende dwerg.
“Nou het zou tijd worden”,
verwelkomt hij ons. Hij sjokt terug naar de tuinstoelen die voor het huis staan
en schudt een andere dwerg wakker: “Sleepy, slaapkop, ze zijn eindelijk thuis.”
Sleepy, de slaperige dwerg, wordt
maar geleidelijk aan wakker, gaapt uitgebreid waarbij ik zelfs van afstand zijn
gebit kan bewonderen.
“Oh, moet je me daarvoor wakker
maken?” mompelt Sleepy binnensmonds. Hij maakt het zich weer gemakkelijk op het
kussen en slaapt verder.
“Hatsjie.” Voor mijn neus staat de volgende dwerg. Zoals altijd is Sneezy aan het niezen en door al het stuifmeel in de lucht, is dat nu nog eens extra het geval. Een dwerg hoeft zijn hand niet voor de mond te houden als hij niest, dus de druppels vliegen me om de oren. Vanuit een soort plaatsvervangende schaamte voor het onbehouwen gedrag van Sneezy, blijft Bashful blozend voor me staan met de handen op de rug en zijn hoofd wat naar beneden. Hij is duidelijk verlegen met de situatie. Ik stel hem gerust en zeg dat ik het niet erg vind, maar dat ik wel graag wil weten wat er aan de hand is. Waarom heeft Grumpy gezegd dat het tijd was om thuis te komen?
Happy, de vrolijke dwerg en Dopey,
de onhandige dwerg, die ik aan zie komen, maken rechtsomkeert en rennen terug
naar hun plaats onder een grote betonnen paddenstoel in de tuin. Wat is er met
hun aan de hand?
Daar komt Doc aan, de leider van de groep dwergen. Vanachter zijn uilenbrilletje kijkt hij ons spiedend aan en steekt van wal: “nou ben je zo’n grote fan van de Efteling, sprookjes vind je leuk om te lezen en te schrijven, je tuin is met al die frutsels overal net een Efteling in het klein en dan vergeet JIJ dat het vandaag zeven juli is? Dit valt me zo vreselijk tegen van je.”
Ik begrijp er helemaal niets van en
vraag hem “wat is er dan met zeven juli?”
“Ik heb er geen zin in om je ook
nog eens uit te leggen waarom zeven juli een belangrijke dag is. Succes ermee.
Vraag het maar aan Klein Duimpje”, wijst hij naar het kleine jochie dat
parmantig op ons af komt stappen.
Zijn lichaampje is ongeveer net zo groot als de laarzen waar hij in staat. Ik ken hem wel. In de Efteling kun je hem roepen wanneer je bij de slapende reus staat. Als je dan roept: ‘Klein Duimpje’ komt hij uit de struiken tevoorschijn en begint te trekken aan de laarzen van de reus, de Zevenmijlslaarzen. Die laarzen heeft hij nu aan, daar valt niet aan te twijfelen. Maar ondanks dat het een kleine opdonder is, begint ook hij ons flink de les te lezen.
“Met die zevenmijlslaarzen dacht ik jullie bij te kunnen houden, maar jullie reden veel te hard, zelfs met die laarzen lukte het me niet om jullie in te halen. Door alle opwinding was ik ook nog eens vergeten om broodkruimels te strooien en kon ik de weg terug niet vinden. Ik was verdwaald en heb heb heel wat van Nijmegen gezien, totdat ik gelukkig een plattegrond zag staan. Die ken ik wel vanuit de Efteling dus ik weet hoe ik die moet lezen. Daardoor ben ik weer teruggekomen in jullie tuin.”
We lopen achter Klein Duimpje aan tot achter het huis, waar het helemaal versierd is met lampionnen, met slingers, met kampvuurtjes en er staat zowaar een barbecue klaar. Werkelijk een feestelijke, maar vooral sprookjesachtige sfeer. Ergens op de achtergrond hoor ik geluid van het kikkerorkest uit de Indische Waterlelies. Dit hebben wij niet zelf gedaan, want toen we weggingen was alles nog zoals altijd. De honden zaten binnen, de kippen hadden hun nachthok al opgezocht en de geiten lagen lekker te soezen. Maar slingers? Nee die hebben we echt niet opgehangen. Lampionnen hebben we niet, wel enkele lampjes op zonnecellen, die automatisch aangaan.
Daar zie ik Grumpy weer aankomen.
“Mag ik nog iets vragen”, roep ik hem voorzichtig toe maar hij loopt ons voorbij en kijkt strak de andere kant op. Hij negeert ons compleet. Dit gaat me toch werkelijk te ver. Ik wil nu toch eindelijk wel eens weten wat er aan de hand is, dus ik grijp hem bij zijn puntmuts. Dat had ik natuurlijk niet moeten doen. Hij rukt de muts uit mijn handen en al mopperend loopt hij verder zonder ons een blik waardig te keuren.
De duisternis begint al in te vallen en buiten de lampjes en de vuurtjes kan ik weinig zien, totdat ik voor me twee groene lampjes op zie gloeien. Nou, niks lampjes dus. Het is een wolf. Een wolf met een slaapmuts op. Dit moet de wolf zijn uit Roodkapje die rondloopt met de muts van grootmoeder.
“Kun jij me vertellen wat hier aan
de hand is en wat er nu zo bijzonder is aan zeven juli?” vraag ik hem, waarbij
ik toch wel op een afstandje blijf staan. Ik heb per slot van rekening wel te
maken met een wolf!
“Dat zal ik je eens haarfijn
vertellen, nieuwsgierig aagje!”, grauwt hij me toe.
“Samen met mijn compagnon, de wolf die op zoek was naar de zeven geitjes, hadden wij een barbecue voorbereid met een aantal bekende figuren uit het Sprookjesbos om jullie te verrassen. Hij zou zorgen dat hij op tijd de zeven geitjes te pakken had gekregen en dat was hem ook gelukt. De laatste had zich verstopt in een klok. De bedoeling was om die geitjes op de barbecue te leggen. Omdat het zo lang duurde voordat jullie eindelijk thuis kwamen is hij in slaap gevallen, zijn de geitjes ontsnapt en moest hij weer opnieuw gaan zoeken. Tot nu toe heeft hij ze nog niet teruggevonden.”
“Maar waarom wilden jullie mij die
barbecue geven?”
“Als figuren uit het Sprookjesbos
hadden we gehoord dat je én fan bent van de Efteling én dat je graag sprookjes
leest, maar ook dat je ze zelf schrijft, dus we wilden wel eens kennis maken
met je.
En welke dag is er dan geschikter dan zeven juli?”
“Alweer zeven juli, wat is er met
zeven juli. Jullie hebben het er allemaal over, maar het zegt mij helemaal
niks.”
“Zeven juli is de dag van de
Sprookjes.”
Ik had hier werkelijk nog nooit van
gehoord, maar het blijkt dus te kloppen.
Op 7 juli 2007 heeft de Efteling de
dag van het Sprookje in het leven geroepen om aandacht te vragen voor
sprookjes. Het getal zeven is gekozen omdat dat verwijst naar veel sprookjes:
Klein Duimpje en de Zevenmijlslaarzen, de zeven Dwergen van Sneeuwwitje, de
wolf en de zeven geitjes.
Deze dag was zeven dus niet mijn
geluksgetal met al die boze sprookjesfiguren, maar ik heb het goedgemaakt met
ze. Ik heb aan allemaal mijn excuses aangeboden en uiteindelijk hebben we er
toch een gezellig tuinfeest van gemaakt.
Vanochtend was er niks meer te zien
van wat er de vorige avond allemaal in de tuin te zien was. Maar ik weet zeker
dat ik niet heb gedroomd. Dit sprookje was werkelijkheid en volgend jaar ga ik
op zeven juli denk ik naar de Efteling om mijn bezoekers van gisteravond op te
zoeken.