Ik was als kind nieuwsgierig naar
wat er allemaal in huis moest gebeuren en zo nu en dan hielp ik mijn moeder
mee. Ramen zemen vond ik leuk om te doen, en zelfs bij het bejaarde echtpaar
aan de overkant zeemde ik op jonge leeftijd al de ramen.
Tot onderbroeken toe streek mijn moeder en de lakens kregen keurige vouwen. Nadat het gestreken was pakten, voor het vouwen van de lakens, mijn moeder en ik elk een van beide korte uiteinden vast. Daarna vouwde ieder de punten naar elkaar en liepen we naar elkaar toe waardoor het laken nog een keer gevouwen werd. Dit herhaalden we totdat het (tafel)laken een zodanig formaat had dat het in de kast pastte. Nog een keer de strijkbout eroverheen en in de wasmand. Voor het persen van de plooien in haar plooirok en de broekspijpen van mijn vader gebruikte mijn moeder een grote zakdoek die ze nat maakte, over de plooi heen legde en droog streek. Keurig in de plooi zonder stoomstrijkijzer. Wat vond ik dat lekker ruiken, bij het persen kwam de geur van het wasmiddel nog eens vrij.
De buurvrouw heette de Vries met haar achternaam en ik noemde haar tante Vies, de 'r' kon ik niet uitspreken. Het huis van ome en tante Vies was het spiegelbeeld van ons huis, een twee-onder-een-kapper. En toch was het bij hun in huis net even iets anders: de meubels, de vloer, de indeling in de keuken. In de achterkamer hadden zij bijvoorbeeld nog een vaste kast in een hoek.
Omdat tante Vies een hond had, kwam ik daar nog wel eens over de vloer. Wij hadden alleen maar katten, maar de bouvier van de buren was toch wel erg leuk.
Tante Vies ging gewoon haar gang als ik er was. Zo ook de keer dat ze aan het strijken was. Gestreken en gevouwen wasgoed legde ze gedeeltelijk in de hoekkast, waarschijnlijk iets van tafellakens of zo die binnen handbereik moesten zijn.
Ik kwam thuis en vertelde mijn moeder wat ik gezien had.
“Tante Vies seiken in de kas” ratelde ik enthousiast. Mijn moeder vroeg zich af waar ik dat woord dan weer geleerd had en wat ik er in godsnaam mee bedoelde. Ze kon zich niet voorstellen dat de buurvrouw in de kast zou plassen, zoals ze zich evenmin kon voorstellen dat de betekenis van dat woord door mij gebruikt werd waarvoor het bedoeld was.
Uiteindelijk is ze maar gaan informeren wat ik gezien had. De dames hebben slap gelegen van het lachen, toen ze zich realiseerden wat ik geprobeerd had te vertellen: tante Vries strijkt en legt het in de kast.
Tot onderbroeken toe streek mijn moeder en de lakens kregen keurige vouwen. Nadat het gestreken was pakten, voor het vouwen van de lakens, mijn moeder en ik elk een van beide korte uiteinden vast. Daarna vouwde ieder de punten naar elkaar en liepen we naar elkaar toe waardoor het laken nog een keer gevouwen werd. Dit herhaalden we totdat het (tafel)laken een zodanig formaat had dat het in de kast pastte. Nog een keer de strijkbout eroverheen en in de wasmand. Voor het persen van de plooien in haar plooirok en de broekspijpen van mijn vader gebruikte mijn moeder een grote zakdoek die ze nat maakte, over de plooi heen legde en droog streek. Keurig in de plooi zonder stoomstrijkijzer. Wat vond ik dat lekker ruiken, bij het persen kwam de geur van het wasmiddel nog eens vrij.
De buurvrouw heette de Vries met haar achternaam en ik noemde haar tante Vies, de 'r' kon ik niet uitspreken. Het huis van ome en tante Vies was het spiegelbeeld van ons huis, een twee-onder-een-kapper. En toch was het bij hun in huis net even iets anders: de meubels, de vloer, de indeling in de keuken. In de achterkamer hadden zij bijvoorbeeld nog een vaste kast in een hoek.
Omdat tante Vies een hond had, kwam ik daar nog wel eens over de vloer. Wij hadden alleen maar katten, maar de bouvier van de buren was toch wel erg leuk.
Tante Vies ging gewoon haar gang als ik er was. Zo ook de keer dat ze aan het strijken was. Gestreken en gevouwen wasgoed legde ze gedeeltelijk in de hoekkast, waarschijnlijk iets van tafellakens of zo die binnen handbereik moesten zijn.
Ik kwam thuis en vertelde mijn moeder wat ik gezien had.
“Tante Vies seiken in de kas” ratelde ik enthousiast. Mijn moeder vroeg zich af waar ik dat woord dan weer geleerd had en wat ik er in godsnaam mee bedoelde. Ze kon zich niet voorstellen dat de buurvrouw in de kast zou plassen, zoals ze zich evenmin kon voorstellen dat de betekenis van dat woord door mij gebruikt werd waarvoor het bedoeld was.
Uiteindelijk is ze maar gaan informeren wat ik gezien had. De dames hebben slap gelegen van het lachen, toen ze zich realiseerden wat ik geprobeerd had te vertellen: tante Vries strijkt en legt het in de kast.