Dit deel had ik al eerder moeten plaatsen, maar vergeten.
Puppy Pip kent inmiddels de weg in huis en in de tuin. Natuurlijk moet ze veel slapen, maar zodra de oogjes open zijn, staat ze “aan”. Als zij aan staat, betekent dat voor ons: Opletten!
Niet in de laatste plaats om te kijken waar ze gebleven is. Ze kan de tuin niet uit, dat scheelt en daar amuseert ze zich met takken, een tuinhandschoen, een veger. En ze volgt de oudere Toon op de voet. Mm, als Toon tussen de struiken loopt, zal het wel veilig zijn, denkt ze. Met vier pootjes tegelijk springt ze omhoog en landt ergens tussen het groen. Dorus vindt haar veel te druk en blijft op afstand.He, dit is leuk, ontdekt ze, want waar de aarde wat losser is, begint ze als een dolle te graven. Kleine modderkluitjes vliegen weg en ze bijt zich vast in een vastgegroeide tak. Trekken om die los te krijgen, vergezeld van gevaarlijk gegrom. Althans dat denkt ze zelf, wij lachen op afstand om de drukke kabouter, die even later ruikt naar een zak potgrond.
Etenstijd en dat weet ze met haar interne klok. Ze loopt maar vast naar haar bench en kondigt met een kefje aan dat ze er klaar voor zit. Na het eten wacht ze rustig tot ze eruit gehaald wordt en ze mee naar buiten mag. Tot nu toe heeft ze nog maar 1 keer haar plasje binnen gedaan. Klinkt allemaal leuk toch? In ieder geval als je geen hekel aan honden hebt.
Maar het is niet altijd leuk. Dorus en Toon hebben meestal 1 of 2 x per jaar een behoorlijke knokpartij. Dat gaat gepaard met een hoop geblaf, gekef, geschreeuw. Op zo’n moment wordt weer even duidelijk gemaakt wie er uiteindelijk de hondenbaas in huis is en dat is Toon. Het gaat er heftig aan toe en het verbaast me nog altijd dat er geen bloed vloeit. Het formaat hondjes is dusdanig dat we er met gemak een omhoog kunnen trekken, waarna de ander uiteindelijk loslaat. Een paar uur later liggen ze weer naast elkaar op de bank alsof er niks gebeurd is. Triggerpoint voor een mogelijke vechtpartij is eten en dat vraagt om een gestructureerde werkwijze om hen van de etensbakken te voorzien.
Tja en nu komt het: na de eerste nacht van Pip had ik met het drietal buiten gelopen en ging weer naar binnen. Dorus en Toon liepen naast elkaar en ineens ging het los. Toon accepteerde denk ik niet dat Dorus net iets eerder bij de kamerdeur was dan hij. Pip keek met grote ogen toe en maakte zich gelukkig uit de pootjes naar de kamer. Een van de twee schreeuwende vechtersbazen tilde ik op en onderwijl probeerde ik de ander naar beneden en opzij te duwen met mijn voet. Totdat…ik mijn evenwicht verloor en tegen de grond flikkerde. Marthy was inmiddels op de herrie afgekomen en wist de knoop van honden en mens te ontwarren. Dorus naar de bijkeuken, Toon naar binnen en deur dicht. Koelen jullie eerst maar af! Ik hing hijgend tegen de koelkast aan om weer op adem te komen.
Bloed! Ik zag bloed op mijn broek. Een van de twee moest gewond zijn.
Niks een van de twee, een van de drie en die derde was ik. Enkele kleine gaatjes in mijn onderarm en…een flinke scheur in mijn broek. Een wolf zou zijn complimenten hebben gegeven aan de honden voor deze aanval. In het heetst van de strijd waren de honden alleen maar bijtbewegingen aan het maken geweest en keken niet naar wat of wie. En ik had een van twee omhooggetild. De ander was omhoog gesprongen om zijn soortgenoot te bijten, maar daarvoor zat ik blijkbaar in de weg toen ik eenmaal op de grond lag.
Verdere inspectie leerde dat Toon bij Dorus een plukje haar had losgetrokken, dus die had nu een kale plek. Verder geen schade.
Aangezien onze honden volgens mij afstammelingen zijn van varkens en ik dus niet wist waar hun bekkies allemaal in gewroet hadden, heb ik voor de zekerheid toch een tetanusinjectie laten zetten.
Pip heeft zich nergens wat van aangetrokken en liep even vrolijk als voorheen rond. Waarschijnlijk heeft ze gedacht dat deze herrie bij haar nieuwe ochtendritueel hoorde.
Nu zijn we vijf dagen verder en de rust is helemaal weergekeerd. Bij mij bijna.
©Vera Oor, 2025