Mosselen in Oostende

Bij het zien alleen al van die glibberdingen vergaat me de lust om het te proberen, maar mijn vriend wilde zich er in Oostende weleens aan wagen en hielp het bevriende stel om de mosselpan leeg te maken.
Enkele uren later schoot hij het hotelbed uit, naar het toilet. Ik zal je de details besparen, maar er kwamen ongezonde geluiden uit de badkamer en de lucht was absoluut geen frisse zeelucht.
De volgende ochtend zag hij nog groen en geel. Op advies van de hoteleigenaar gingen we naar de apotheek. 

We stonden buiten te overleggen welke kant we op moesten lopen, toen we constateerden dat we nog maar met zijn drieën waren. Waar was vriendlief?
Rondkijkend zagen we in een klein bloemperk iets verderop een paar motorlaarzen boven de bloemen uitsteken. Hij was zo ziek, dat hij zich gewoon achterover had laten vallen in het perkje.
Met vereende krachten trokken we hem er weer uit en sleepten hem mee, richting apotheek. We hadden geopperd om het verblijf in het hotel met een nacht te verlengen, zodat hij op de kamer kon blijven om uit te zieken, maar daar wilde hij niets van weten. Hij wilde zo snel mogelijk naar huis.

Nadat we de apotheek hadden gevonden en medicatie hadden gekocht, gingen we met zijn drieën op een bankje zitten, naast een met gras overwoekerd spoorlijntje. Nummer vier ging er weer bij liggen, in het gras tussen de rails, er reed immers toch geen trein over dit begroeide spoor. In razende vaart hebben we hem aangespoord tussen de rails uit te komen voordat we een uitvaartmaatschappij moesten gaan bellen. Wat was het geval: een oud baasje kwam naar ons toe gelopen en vroeg: ‘Is ullie vrind ut lève moe?’
‘Wat? Rijden hier treinen?’ reageerden we verbijsterd.  Knikkend ondersteunde hij zijn Vlaams antwoord: ‘Amai.’ 


Geplaatst op pagina Gastschrijvers van de Gelderlander


©Vera Oor, juli 2024

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...