5, 6 en 7 juli: Er staat wat te gebeuren!

5 juli: 
De krant kopt: Gevangenissen overvol. Geen plaats meer voor reguliere overtreders. Alleen zware misdadigers krijgen celstraf, waarbij ze centraal in het land in één gebouw worden ondergebracht. Alle andere gevangenissen houden hun deuren gesloten. Journalisten worden niet toegelaten en verdere toelichtingen ontbreken. Hetzelfde geldt voor dierenasiels: overvol. Geen plaats meer voor opvang tijdens vakanties. Ook daar wordt de pers niet toegelaten.
Deze eerste week van juli leiden de berichten tot onrust en paniek. Waar moeten we met onze huisdieren naar toe? 8 juli beginnen de vakanties en menigeen ziet zijn vakantie in het water vallen.
 
De tuincentra doen goede zaken. Ieder die nu niet op vakantie wil of kan gaan, omdat er geen plaats is voor hun huisdier, gaat in de tuin of op het balkon aan de slag. Doe het zelfzaken en bouwmarkten krijgen de potten witte, groene en blauwe verf niet aangesleept. Zwembadjes vliegen de deur uit. Er is een enorme vraag naar stro parasols om het idee van witte stranden aan een blauwe zeelijn onder een strakblauwe hemel te vervolmaken.
Ook Kitty is met haar dochter onderweg naar het tuincentrum. Met vereende krachten hebben ze de terrastegels wit geschilderd en het groene gras strak gemaaid. Geen sprietje onkruid te bekennen. De schutting hebben ze aan de bovenzijde blauw geschilderd, de wit-blauwe verf aan de onderzijde loopt golvend over in het terras. 
‘Jij mag het karretje duwen, maar wel bij mij in de buurt blijven hoor,’ instrueert Kitty haar zesjarige dochter Alice.
Aha, de tuinmeubels, daar kan ik mijn parasol scoren. Kitty zoekt haar weg door de mensenmassa.
‘Alice, hoe vind je deze?’
Geen antwoord. Kitty’s blik vliegt van links naar rechts, maar dochterlief is nergens te bekennen.
‘Alice!’ roept ze in lichtelijke paniek en loopt de zojuist gelopen weg terug. Geen Alice te zien.
Kitty laat in haar gedachten de afdelingen de revue passeren waar Alice’s interesse kan liggen. De dierenafdeling. Gelukkig, daar staat ze bij enkele kooien. Kitty loopt op het meisje af, maar als ze dichterbij komt, ziet ze meteen dat alleen de blonde lokken hetzelfde zijn, maar het meisje is niet Alice.
Inmiddels zoeken ook enkele medewerkers mee in het grote complex en sluiten bezoekers aan, die via de omroepinstallatie de oproep gehoord hebben om uit te kijken naar een blond meisje met rode laarsjes. Ze kan eigenlijk niet ongezien het terrein af, dat is een geruststelling, maar daar houdt het tegelijkertijd ook op. Geen spoor van Alice.
 
Kitty’s man, Erik,  is na het telefoontje van zijn vrouw meteen naar het tuincentrum gereden. Dit zijn ze niet gewend van Alice, die blijft altijd redelijk dicht in de buurt van haar ouders. Ze is veel te bang hen kwijt te raken nadat dat ooit aan het strand gebeurd is en ze bij de reddingsbrigade zat te wachten tot ze haar vader en moeder aan zag komen.
Erik loopt met zijn boek, het kleine insectenboek, op zak de zaak in en roept Alice’s naam. Hij weet van haar wens om een konijn te mogen houden en besluit door te lopen naar de afdeling kleindieren. Hamsters, cavia’s en gerbils maar geen enkel konijn.
‘Dat kan niet, er moeten vier konijnen zijn,’ antwoord de medewerker van deze afdeling op Eriks vraag waarom er geen enkel konijn is. 

 6 juli:
‘Gevonden!’ schalt het door de luidspreker, ‘Alice is nu bij de informatiebalie.’
Kitty en Erik rennen daarheen en omhelzen hun dochter die ze van opluchting bijna platdrukken. Erik kijkt eens goed naar het gezicht van zijn dochter en ziet duidelijke sporen van tranen over haar wangen.
‘Was je zo bang?’ vraagt hij.
Zijn dochter schudt ontkennend haar hoofd.en haalt haar schouders in een nonchalant gebaar op.
‘Waar was je gebleven, ik maakte me zo ongerust,’ en Kitty zakt door haar knieën om op ooghoogte van Alice te komen en kijkt haar vragend aan. Het lijkt alsof Alice dwars door haar heen kijkt, als ze zacht antwoordt: ‘In Wonderland.’
‘Waar hebben jullie haar gevonden?’ informeert Erik bij de medewerker van de informatiebalie.
‘Ze zat in een van de speelhuisjes, die tussen de schommels, zandbakken en zwembadjes staan op de eerste verdieping. We zagen nog net een klein puntje van een konijnenstaart wegschieten, toen we naar binnen keken. Waarschijnlijk heeft uw dochter de konijnen mee naar boven genomen.’
Enkele uren later, wanneer ze al lang en breed thuis zijn, roept Erik vanuit de huiskamer: ‘Kitty, snel, kom kijken.’
Kitty rent naar binnen.
‘Kijk.’
De nieuwslezeres van het jeugdjournaal vervolgt haar reportage: ‘Niet alleen in tuincentra, maar ook in speelgoed- en dierenwinkels en sprookjesparken zien we een opvallend aantal verdwijningen van onder meer (tuin)kabouters, sprookjesfiguren en dieren. Zelfs bij de grotere diersoorten vallen de verdwijningen op, zoals bij geiten en wolven. Helaas neemt de politie geen actie, omdat het hier niet lijkt te gaan om grote misdaden. Hier naast me staat een lid van de landelijke scouting, de kaboutergroep. Zij wil een oproep doen.'
Het meisje in kabouteruniform neemt de microfoon over en begint te praten. Erik en Kitty kijken elkaar aan. Ze verstaan er werkelijk helemaal niks van. Dan valt hun oog op Alice, die als aan de tv vastgekluisterd lijkt en aandachtig luistert. Zij lijkt te begrijpen wat er gezegd wordt. Na enige tijd kijkt ze hun kant uit: ‘Alle kaboutergroepen hebben morgenochtend héél vroeg een bijeenkomst. Daar moet ik ook heen.’
‘Hoezo? Wat gebeurt daar dan?’ kijkt Erik haar indringend aan.
‘Dat mag ik nog niet vertellen. Het is een verrassing. Alle kabouters in het hele land doen mee.'
Intussen heeft Kitty de moeder van een andere kabouter aan de telefoon en die heeft van haar dochter dezelfde vraag gekregen na het zien van het jeugdjournaal. Ze overleggen enige tijd met elkaar en ze besluiten toe te stemmen, maar wel in de buurt te blijven van de ontmoetingsplek van de kabouters.'
In het acht uurjournaal ’s avonds, als Alice al in bed ligt, wordt hun aandacht wederom getrokken door de scouting, nu door een kabouterleidster.
‘Ik wil u, als ouders, vragen mee te werken aan ons verzoek aan de kinderen om morgen naar hun groep te komen. Ik kan u garanderen, dat het volkomen veilig is wat we gaan doen. Alle groepen gaan erop uit naar een tuincentrum of pretpark in hun omgeving, onder begeleiding van meerdere kabouterleidsters. Morgen kunnen we u de verklaring geven voor deze onverwachte activiteit. Wij rekenen op uw vertrouwen.
 
7 juli:
Eindelijk: De kinderen zijn rond 08.00 uur weer allemaal thuis en kijken nu, net als hun ouders wiens geduld danig op de proef is gesteld, naar de eerste nieuwsberichten deze ochtend. De ouders hopen op duidelijkheid over wat er nu gebeurd is vanochtend vroeg.
 
Een vertegenwoordiging van de tuincentra, dierenwinkels, pretparken, speelgoedzaken, dierenhouders en -beschermers neemt plaats achter de forumtafel, evenals een politiechef en iemand van de landelijke scoutingleiding.
De woordvoerder van de tuincentra pakt de microfoon.
‘Enige tijd geleden kregen wij signalen dat er een enorme sabotageactie in gang werd gezet om sprookjesfiguren en dieren uit onze schappen, kooien en parken te verwijderen en op te sluiten. Helaas konden we het niet voorkomen en er heeft een gewelddadige overname plaatsgevonden van de gevangenissen in het land, evenals van de dierenasiels. Sprookjesfiguren en dieren zijn massaal opgepakt en daar geplaatst. De politie stond machteloos.’
De woordvoerder bouwt een moment van stilte in zijn betoog. Iedereen die op dit moment voor de tv zit, houdt zijn of haar adem in. Wat gaat er nog meer volgen aan nare mededelingen?
 
De vertegenwoordiger van pretparken neemt de microfoon over: ‘Uit betrouwbare bron vernamen we dat alle opgepakte sprookjesfiguren gevangen zouden blijven en pas op[VO1]  8 juli weer in vrijheid gesteld zouden worden. Figuren en dieren die nog niet gevangen waren genomen, hebben wij opgeroepen om, met behulp van kinderen, naar locaties te gaan waar sprookjeshuizen staan. Alle sprookjeshuizen in het land hebben namelijk een toegang naar Wonderland, dat u wellicht kent uit het verhaal van Alice in Wonderland.’
Hij neemt een slok water en vervolgt zijn uitleg: ‘Deze toegang is alleen zichtbaar voor kinderen. Zij hebben nog een rijke fantasie en staan open voor deze bijzonderheden. Een enkele volwassene lukt het ook om de toegang te zien. Eenmaal in het veilige Wonderland binnengestapt, zijn alle figuren en dieren ontvangen door vier konijnen die aanwijzingen hebben gegeven tot het vormen van groepen. Ter verduidelijking: de wolf uit Roodkapje en de wolf uit de Zeven Geitjes bij elkaar. Alle tuinkabouters en kabouters uit allerhande sprookjes samen, figuren met koninklijke achtergrond bij elkaar. Nou, bedenkt u zelf maar welke figuren er allemaal in sprookjes voorkomen. Zij zijn allemaal veiliggesteld. Onze zorg lag bij daarna bij alle anderen die gevangen waren genomen.’
 
De landelijke chef van de politie: ‘De gevangenissen en dierenasiels hebben wij afgelopen nacht weer in handen kunnen krijgen, zodat we op tijd de eerder gevangengenomen dieren en figuren konden bevrijden.’
‘Maar wat heeft dit alles te maken met het feit dat die boeven tijdelijke opsluiting wilden van alle figuren en dieren? En wat bedoelt u met “op tijd?” vraagt de journalist.
‘De kopstukken van deze anti-sprookjesorganisatie hebben wij opgepakt en wij weten nu hun motief: Het zijn fanatiekelingen die het bestaan en het in stand houden van sprookjes wilden dwarsbomen en op termijn zelfs uit ons collectief geheugen wilden verwijderen. De ideale datum om hier een signaal over af te geven was natuurlijk 7 juli: de dag van het sprookje. Vandaag dus!
Wij hebben dit weten te voorkom en vanochtend, in alle vroegte op deze zevende juli, zijn alle gevangengenomen sprookjesfiguren en -dieren met behulp van de grote aantallen kabouters van de scouting, bevrijd en teruggegaan naar hun oorspronkelijke locatie om hún dag, de dag van het sprookje, te vieren. Degenen die in Wonderland verbleven, zijn via de doorgangen in speelgoedhuizen ook teruggegaan naar de plek waar ze vandaan kwamen.’ 
‘Maar toegangen tot winkels, parken en omheinde gebieden waren natuurlijk gesloten, zo midden in de nacht. Hoe hebben zij toegang gekregen?’ wil de journalist tot slot nog weten.
Met een brede lach antwoordt de scoutingleidster: ‘Vergeet niet dat we hier met sprookjesfiguren te maken hebben hè? Een aantal van hen kunnen toveren!’
‘Waarom hebben ze zichzelf dan niet bevrijd uit de gevangenissen en asiels?’
‘De massale ontkenning van hun bestaan door de actievoerders had hun toverkracht tijdelijk lamgelegd, maar niet uitgebannen, zoals wel gebleken is.’
Fijne (zon)dag van het sprookje!

© Vera Oor, 2024



 [VO1

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...