Modderworstelen met gevolgen

 


Gisteren was het prima weer om weer eens in de tuin te wroeten. Niet al te heet, en droog weer. Tuinhandschoenen aan, snoeischaar en steker naast me en aan de gang. Overtollige slierten hedera wegtrekken en in het wild opschietende bramentakken. Niet overal is de grond droog, dus soms is het ook een beetje modderworstelen om het eruit te krijgen. Ik lijk wel een van de honden, die kunnen ook zo lekker wroeten. 
Na zo’n twee uurtjes had ik er wel even zat van en ik druk me op (ja dat gaat allemaal niet zo soepel meer, dus het is echt opdrukken) en meteen voel ik mijn rug. 

Tijd voor pauze. O ja, woensdag, de viskraam staat in het dorp. Eerst maar even daarheen en dan zometeen een harinkie. Helaas, de viskraam had vakantie, dus ik heb de nabijgelegen supermarkt met een bezoek vereerd en een saucijsje gehaald. De rug deed steeds meer zeer en hangend over het winkelwagentje was ik vlug klaar met mijn boodschappen.
Eenmaal thuis hebben we lekker het saucijsje gegeten, maar gaandeweg begon ik ook mijn buik te voelen en uitstraling naar bovenbeen. Gatverdarrie, nu hoop ik niet dat ik een ischias heb opgelopen. 

Paracetamolletje. Half uur later tweede paracetamolletje. Uurtje later: ibuprofen, dat ik bijna nooit gebruik.
‘Ik ga even op bed liggen.’
De alarmbellen bij Marthy gingen eerder af dan bij mij. Hij zag de overeenkomsten met mijn “ontplofte nier” van vorig jaar.
‘Bel het ziekenhuis dan even voor de zekerheid.’
De afspraak was dat ik die inderdaad rechtstreeks mocht bellen als binnen een jaar vergelijkbare klachten terugkwamen.
‘Maakt u een dezer dagen maar een afspraak op de poli.’
Ik had het gesprek nog niet beëindigd of ik krijg me toch een pijnaanval. Niet normaal. Ze vroegen later in het ziekenhuis naar de pijnscore van dat moment. Nou, die was 10+. 
Het zweet liep me in stralen van het hele lichaam, ik werd misselijk en dacht er zo bij neer te klappen. De telefoon bij Marthy in zijn handen gedrukt en “recent gesprek” ingedrukt. Mag hij even afhandelen.
‘Poli urologie.’
‘We hebben net al gebeld, maar de pijn is nu zo hevig, dat we meteen weer terugbellen.’
Vanaf de zijlijn gaf ik zo nu en dan een kort antwoord en ze kon aan de andere kant van de lijn wel horen, dat het helemaal niet goed ging.
‘Kom maar naar de Spoed Eisende Hulp.’

Met een emmer voor de zekerheid in mijn hand op de bijrijdersstoel gekropen en naar de SEH. Hoe is het mogelijk? Niemand in de wachtkamer, dus ik was meteen aan de beurt voor de triage. Bloedafname, vragenlijsten en overleg met de uroloog. Die kwam erbij en uit de echo bleek dat de nier weer vergroot was. Dit keer gelukkig niet in de hoogste graad 4, maar in graad 2. Reden om te handelen, ook omdat de bloeduitslag verminderde nierfunctie aanwees.
‘Ik heb het dossier even nagekeken. U bent in oktober hier geweest. Een exoot, uw aandoening.’
Inmiddels was de pijn enigszins gezakt en kon ik er ook weer om lachen. Hij heeft me opnieuw beloofd, dat ik een kopie krijg van het artikel in een medisch tijdschrift, want dat dat er nu toch echt gaat komen, ligt wel voor de hand.
‘We gaan opnieuw een stent plaatsen, maar we moeten ook nadenken over een andere oplossing, want dit is weer tijdelijk.’
‘Klopt,’ zei ik. ‘Dat is vorig jaar ook aangegeven, dat er dan een andere operatie moet komen waarbij een nieuwe ingang in de blaas gemaakt wordt.’
‘Ja, maar dat vraagt een planning, is een grotere o.k. en vraagt een langere hersteltijd. Dat kunnen we nu niet doen. Dus toch weer de stent. Ik ga kijken of operatie vanavond nog lukt. Wanneer heeft u voor het laatst gegeten?’
‘Om 13.00 uur een saucijs, om 15.00 uur een kop thee en onderweg hierheen om 16.00 uur een zuurtje.’
Een bedenkelijk gezicht tegenover me.
‘Dat zuurtje kan nog weleens doorslaggevend worden om nu niet te opereren. Dat moet ik met de anesthesist overleggen. Anders wordt het morgen, maar we nemen u nu in ieder geval op.’

Ik vroeg Marthy om thuis spullen te gaan halen en gaf mijn “boodschappenlijstje” mee. Nou, hij was nog geen vijf minuten weg: ‘We gaan u toch nu opereren, ik zie u zo op de operatiekamer.’
Kapje op mijn neus en mond.
‘Adem in, adem uit.’
Even later voel ik een prikkel in mijn keel. Bah, net nu tijdens de operatie.
‘Dag mevrouw Oor. U bent er weer. Wilt u een ijsje?’
Ja natuurlijk wilde ik dat ijsje. Maar dit betekende dus dat ik al op de verkoeverkamer lag, met de operatie achter de rug. Even later ben ik teruggebracht naar de afdeling, waar ik Marthy kon bellen dat hij kon komen met mijn boodschappen.
Om een nog langer verhaal iets korter te maken (grapje): nog 2 beschuiten naar binnen gewerkt, veel wakker geweest, maar geen pijn meer en helemaal mobiel.
 Maar ik zag al heel vroeg een piepklein streepje licht door de verduisteringsgordijnen komen en dan duurt het wel lang voordat na enkele uren de voedingsassistente eindelijk komt vragen: ‘Wilt u ontbijt hier op bed, of gaat u naar het buffet?’
Ja, inderdaad, om de hoek een buffet met enkele tafeltjes en stoelen voor de mobiele patiënten die dit willen. De meesten waren misschien nog niet wakker of waren niet mobiel genoeg, maar ik zat er samen met nog één patiënt. Het leek wel een hotel. Niks mis mee.
En nu ben ik weer thuis, de regen stroomt in bakken langs de ramen, dus in de tuin werken zit er nu niet in, los van het feit dat ik dat nu even niet mag. Dus mooi de tijd om een verhaaltje te schrijven. Waargebeurd helaas.

©Vera Oor, augustus 2024

 

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...