Tegenwoordig hangen mijn groene rubberen regenlaarzen op een rek bij de achterdeur. De dieren zullen gevoerd moeten worden en zo nu en dan moet ik de wei inlopen. Wij hebben kleigrond, waardoor bij langdurige regen of sneeuw de groene wei transformeert tot een bruine modderpoel.
Ik ga richting wei met laarzen in
maat 41, maar kom er met maat 45 uit. De klei vormt een dik plakaat onder en
opzij van de zolen. Bij het lopen zak ik weg in de blubber. Zodra ik een stap
maak zuigt de modder zich eerst vacuüm om de laars, waarna ik die er met een
zompig geluid weer uittrekt.
Als er voor
geiten en schapen regenlaarzen zouden bestaan, kregen ze die van mij. Zo nu en
dan hebben ze zo’n dikke klomp klei onder hun pootjes zitten, dat ze mank lopen
en wij de klei er tussen uit moeten peuteren.
Mijn vader
en moeder gingen ieder op hun eigen manier de regen in. Mijn vader stopt de
broekspijpen in de sokken, trok zijn jas aan en petje op, voordat hij op de
fiets stapte. Zijn hoofd zo ver mogelijk weggedoken in de kraag van zijn
regenjas.
Althans, zo werd de jas genoemd. Zodra het flink doorregende was ook deze doorweekt.
Mijn moeder had eenzelfde soort regenjas, tot net over de knie. Daaronder de nylonkousen en de damesschoenen. En om het charmante aanzicht compleet te maken ging over het hoofd een regenkapje. Een opgevouwen dun doorzichtig stuk plastic, standaard in de tas aanwezig. Bij het openvouwen ontstond er een soort van harmonica die over het hoofd gebogen kon worden en met twee touwtjes onder de kin bevestigd. De voorkant werd nog even over het voorhoofd getrokken, de achterkant tot in de nek. Het kapje werd na gebruik te drogen gelegd nadat eerst de regendruppels eraf geschud waren. Eenmaal droog werden de twee touwtjes in een rechte lijn uit elkaar getrokken en het kapje vouwde zich weer op. Terug in de tas.
Althans, zo werd de jas genoemd. Zodra het flink doorregende was ook deze doorweekt.
Mijn moeder had eenzelfde soort regenjas, tot net over de knie. Daaronder de nylonkousen en de damesschoenen. En om het charmante aanzicht compleet te maken ging over het hoofd een regenkapje. Een opgevouwen dun doorzichtig stuk plastic, standaard in de tas aanwezig. Bij het openvouwen ontstond er een soort van harmonica die over het hoofd gebogen kon worden en met twee touwtjes onder de kin bevestigd. De voorkant werd nog even over het voorhoofd getrokken, de achterkant tot in de nek. Het kapje werd na gebruik te drogen gelegd nadat eerst de regendruppels eraf geschud waren. Eenmaal droog werden de twee touwtjes in een rechte lijn uit elkaar getrokken en het kapje vouwde zich weer op. Terug in de tas.
Het was
een veelgebruikt kapje en diende om de krullen in het haar, door permanent of
watergolf erin gebracht, keurig op de plaats en droog te houden.
Het zag er werkelijk niet uit. Mijn moeder had dat ding nog lange tijd in haar tas zitten, maar gelukkig kwamen er langzamerhand echte regenjassen met een capuchon. Nog veel later ging ze gewoon het huis niet uit als het regende
Het zag er werkelijk niet uit. Mijn moeder had dat ding nog lange tijd in haar tas zitten, maar gelukkig kwamen er langzamerhand echte regenjassen met een capuchon. Nog veel later ging ze gewoon het huis niet uit als het regende
Ingekorte versie geplaatst op pagina Gastschrijvers van de Gelderlander