Ontplofte nier

5 oktober 02.30 uur: Klaarwakker! Buikpijn, niet normaal, flink uitstralend naar de rug.
Ik overweeg de huisartsenpost te bellen. Misschien trekt het weg?
Na een doorwaakte nacht neem ik contact op met de huisarts.



Gekromd strompelend loop ik de spreekkamer binnen. Na enkele pijnlijke drukbewegingen wil ik overeind komen maar halverwege gebaar ik mijn vriend die weet wat ik nodig heb: de lege plastic tas, uit voorzorg meegenomen, bedoeld voor de opvang van wat ik verwachtte te zullen produceren. Er komt niks afgezien van veel kokhalsgeluiden.
Eileidertorsie?
“Gaan jullie zelf naar het ziekenhuis of moet ik een ambulance bellen?”
We rijden zelf, gaat net zo snel. Maar jeetje, die drempels overal, die voel ik!
Na het onderzoek door de gynaecoloog en de conclusie dat het geen eileidertorsie is moeten we verder naar de SEH. Niet voordat ik weer het gebaar voor de plastic tas heb gemaakt.
“Hier heb ik iets anders, dat is beter dan die Primera tas!”
 
Vergezeld van deze doelgerichte nieuwe zak en de opgetrommelde rolstoel, rijden we naar de SEH.
Ondanks de drukte lig ik redelijk snel in een onderzoekskamer. Liggend is de pijn te houden. Vooral niet bewegen!
Nu wachten op de uitslagen van bloedwaarden.
“Helaas gaat het langer duren. De apparatuur in het lab ligt eruit.”
Wachten, liggen, niet bewegen.
“Dit gaat te lang duren, we gaan een scan uitvoeren om meer duidelijkheid te krijgen.”
Weer een rondje wachten op de uitslag.
“Tja, hoe zal ik het zeggen. We zien iets wat we nog nooit gezien hebben, de radioloog niet en wij op de SEH ook niet: een knik in de urineleider en een ‘ontplofte’ nier.”
Jeetje, niet alleen overal op straat en in de wereld, maar nu ook al in mijn lijf een ontploffing?
De nier is niet letterlijk ontploft, maar extreem groot.
“Het is heel druk en ik twijfel of ik u op ga nemen of dat u morgen terugkomt.”
“Ik ga echt niet meer naar huis.”
 
Het is extreem druk en er is geen plaats bij Urologie, dus tijdelijk lig ik op de trauma-afdeling en orthopedie. Vier vrouwen op een kamer.
De uroloog komt me daar opzoeken.
“We maken morgen nog een scan en besluiten dan over de aanpak. Dit is iets wat we nog nooit gezien hebben.”
Waar heb ik dat eerder gehoord vandaag?
“Voor de zekerheid blijft u nuchter, ook niet drinken.”
Gedurende de nacht houden buurvrouw en ik elkaar zuchtend en kreunend van de pijn wakker.
Pas tegen de ochtend, vrijdag 05.00 uur, doemelen we weg.
“We komen controles uitvoeren.”
Weg hazeslaapje, mijn mond voelt als een stuk ingedroogde klei.
Hé, de pijn is een stuk minder. Misschien is het allemaal toch vanzelf weggegaan.
 
Vrijdag 10.25 uur.
“U mag nog eten tot 10.30. Om 13.30 uur is de scan.”
“Nog eten? Ik ben al vanaf gisteren nuchter! Maar je zegt 10.30, dan heb ik nog 5 minuten. Doe me asjeblieft snel een boterham en een glas water, dat kan nog net.”
Prop, prop, slik, slik. 10.30 klaar.
De uroloog meldt zich weer.
“Er komt geen tweede scan. Drie radiologen en nog een uroloog hebben zich over de scan gebogen en geven aan voldoende informatie te hebben om over te kunnen gaan tot een operatie. Het is nog steeds iets wat geen van ons eerder bij de hand heeft gehad. Dit is iets wat misschien nog in een vakblad gaat komen.”
Op mijn antwoord “alles best, maar ik wil wel graag een kopie van dat blad”, krijg ik een bevestigend knikje.
“We weten nog niet wanneer de operatie plaats kan vinden, het is erg druk. De kans is groot dat het pas in het weekend mogelijk is. Voor de zekerheid moet u nuchter blijven.”
Aangezien de pijn stukken minder is, baal ik nog het meest van weer dat nuchter blijven en van die stomme infuuspaal naast me, waarbij de aanhangende zak vocht ervoor zorgt dat ik niet uitdroog.
In de tussentijd word ik wel verplaatst naar de verpleegafdeling urologie, waar een plaats is vrijgekomen. Wat een verschil. In tegenstelling tot de vorige afdeling een compleet nieuwe afdeling, licht, ruimte, voldoende sanitair en maar met één persoon extra op de kamer.
Tja, het is een man, maar goed alles went, zelfs een man, zeggen ze, dus ook deze man.
 
Vrijdag 17.30 uur: de verpleegkundige komt binnen met een operatiejasje. Zal het dan toch nog nu gebeuren?
“Ik ga u klaarmaken voor de operatie. Die staat om 18.00 uur gepland.”
Gelukkig, er komt schot in de zaak. Ik ben niet bang voor de operatie en verheug me nog het meest op het waterijsje na afloop. Dat heb ik eerder gehad en dat is zó lekker als je wakker wordt.
Ik kan naar binnen. Nog enkele checkvragen die ik de afgelopen dag al vaker gehoord heb: naam, geboortedatum. Aangevuld met de vraag of ik weet waaraan ik geopereerd wordt.
“Ja, aan een vergrote nier en een geknikte urineleider, rechts.”
“Hier staat links.”
Het dossier geeft zowel links als rechts aan in de tekst, maar uiteindelijk zijn we het er over eens dat het toch echt om mijn rechternier gaat.
“U krijgt nu eerst een ruggenprik.”
“Ruggenprik. Nee dat wil ik echt niet. Ik wil volledige narcose.”
Ik bereid me al voor op een discussie, maar dat blijkt niet nodig. Ik krijg volledige narcose na nogmaals gehoord te hebben, dat ze dit nog nooit gezien hebben.
Korte tijd later (in mijn beleving dan, de operatie heeft een uur geduurd) krijg ik mijn ijsje en mag naar de afdeling.
Weer de infuuspaal en nu ook een katheter. Zie dan maar eens bij de wastafel te komen om je op te frissen, intussen proberend het operatiejasje zodanig om me heen te vouwen dat ik enigszins aangekleed rondloop. Aangezien ik een stunteldiploma heb, zie ik mezelf al verstrengeld tussen allerhande slangen op de vloer eindigen.
 
Zaterdagochtend: ik mag weer eten en drinken! Geen pijn, niet misselijk.
De arts komt verslag uitbrengen.
“De nier is door het weghalen van de ophoping van urine in normale proporties. De urineleider had een vreemde ‘omweg’ gemaakt om in de blaas terecht te komen en een soort zwanenhals gevormd, die zorgde voor stuwing in de nier.
Die zwanenhals lag ook nog eens onder een bloedvat. U bent anatomisch anders gebouwd (nette bewoording voor afwijking?). Er is een slangetje geplaatst in de urineleider en die komt nu zonder omweg uit in de blaas. Dinsdag gaan de radioloog en urologen weer om de tafel zitten om te bespreken hoe nu verder. Wellicht is deze oplossing afdoende.
Donderdag verwachten we u voor een vervolgafspraak op de poli.
Als het katheter verwijderd is en u kunt weer zelf plassen, mag u naar huis.”
 
Ik krijg een duimpje van mijn overbuurman, die zelf nog niet dit vooruitzicht heeft en flink pijn lijdt.
Wachten tot ik het thuisfront kan bellen, dat ik klaar ben om opgehaald te worden.
Tussentijds hoor ik een gesprek van een patiënt enkele kamers verderop in plat Nimweegs:
Joa, xxx pakt mien op en set me tuus af. Dan rijen ze deur noar Heerenveen feur èneesée-Heerenveen.

Een week later: controle op de polikliniek. 
Van ‘anatomisch anders gebouwd’ ben ik nu benoemd als ‘exoot’. 
Bijzonder zeldzaam en nog maar enkele keren beschreven in een medisch tijdschrift.
De urineleider die normaalgesproken tussen spieren doorloopt de blaas in, heeft zich bij mij door de spieren heen geboord en werd door diezelfde spier afgeklemd. 
Dit veroorzaakte een verstopping/stuwing en daardoor ontstond een zwanenhals.
Met het ingebrachte slangetje hopen ze dat het weg blijft. Over een half jaar moet dat verwijderd worden en wordt bekeken of het zonder slang ook goed gaat.
Zo niet, dan volgt wellicht een operatie waarin de urineleider verlegd moet worden en op een andere plaats in de blaas ingevoerd moet worden.
Belangrijkste op dit moment: geen nierschade.
 
 
 

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...