“Kijk daar dan, wat is dat?” vroeg ik.
“Geen idee, maar het is wel apart”, kreeg ik als reactie, nadat hij het onderwerp van mijn vraag ook had gezien.
Naast een geopend bloemetje hing een vlinder, of was het geen vlinder? Het was zeker geen beauty, maar wat mijn aandacht had getrokken waren de langwerpige snuit en onvoorstelbaar snel bewegende vleugeltjes waardoor de vlinder bijna stil bleef hangen bij de bloem. De snuit stak hij daarbij in het bloemhart. Gebiologeerd bleven we enige tijd observeren, totdat de rekening gebracht werd. Weg was de vlinder. We rekenden af en wezen de serveerster nog even op de wesp in het flesje zodat ze bedacht zou zijn op een boze wesp bij het weghalen van het glas.
De (geen)vlinder hield me bezig en op Google kon
ik er niks over vinden. Oké. Wat ik wel vaker doe als ik ergens echt niet
uitkom, is een deskundige vragen. In dit geval heb ik de Vlinderstichting een
mailtje gestuurd. Daarin uitgelegd wat ik gezien had en afgesloten met de
woorden: “een vlinder die zich gedraagt als een kolibrie en net zo’n lange
snuit heeft. Wat kan dit zijn”?
Het antwoord was heel kort: “een kolibrievlinder”.
Het antwoord was heel kort: “een kolibrievlinder”.
Nou moe, hoe simpel kan het zijn. Wat schetst mijn verbazing toen ik enkele weken later de vlinder tegenkwam bij de minipetunia's die ik had hangen. Ja, zeker weten, het was er een. Hij, of zij, nam alle tijd om de nectar op te zuigen en van bloem tot bloem te vliegen. Dat gaf mij weer de tijd om er een filmpje van te maken. Kolibrievlinders blijken ook van klaverbloemetjes te houden. Goede kans dat ik hem nog eens tegenkom, want vanaf dat moment kijk ik anders naar klaver.