Meegaan met je tijd is een schilderij van Marius van Dokkum. Dit schilderij inspireerde me tot het volgende verhaal.
Geert bladert door de vergeelde pagina’s van het fotoboek, dat hij
bij het uitmesten van de zolder tegenkwam.
De foto van
zijn ouders bij de computer die hij in de jaren tachtig bij hun had geïntroduceerd.
Als de dag van gisteren herbeleeft hij deze dag, waarop hij uitleg zou geven
over het apparaat.
‘Ja, jongen, dat is goed. We zien je
vanavond.’
Geert sluit het telefoongesprek met zijn moeder af en concentreert zich op de weg.
Grinnikend probeert hij zich voor te stellen hoe zijn ouders verwonderd staan te kijken naar het nieuwe ding in de kamer. Hen kennende zullen ze het van alle kanten enigszins argwanend bekijken en op veilige afstand blijven. Pa met de eeuwige sigaar in zijn mond en ma met blosjes van opwinding over de aanwinst die de buitenwereld hun kamer in zal brengen.
Het had hem niet verbaasd, dat ze akkoord gingen met zijn voorstel om een computer aan te schaffen. Ze staan open voor nieuwe wetenswaardigheden. Eergisteren heeft hij computer, beeldscherm, instructieboekjes en cd-roms alvast neergelegd en aangesloten, zodat hij vanavond alles aan hen kan uitleggen.
Die avond rijdt hij naar het huis van zijn ouders. Hij loopt achterom de keuken in en loopt door naar de kamer waar hij plotseling stilstaat als hij zijn ouders bezig ziet. Hij hoeft geen moment na te denken en grijpt meteen zijn camera. Als journalist heeft hij die gelukkig altijd bij zich en dit is een moment dat vastgelegd móet worden. Ze hebben niet eens in de gaten dat hij binnengekomen is en inderdaad: pa met de sigaar en ma met blosjes. Maar voor het overige klopt de situatie niet met het beeld dat Geert in gedachten had. Hier staan twee oudjes die zelf op zoek zijn gegaan naar de mogelijkheden.
Voorovergebogen staan ze achter de tafel, beiden met hun gezicht bijna tegen het beeldscherm aan. Pa ondersteunt ma in haar zoektocht op het scherm door zijn hand op haar schouder te leggen en ma duwt haar rechterwijsvinger stevig op een van de toetsen. In haar linkerhand heeft ze het opengeslagen instructieboekje. Geert durft hen bijna niet te storen. Als ma schrikt stoot ze misschien haar kop koffie om en hij ziet de inhoud van het kopje al uitvloeien over de muis die aan de zijkant van de tafel bungelt.
‘Mm,’ praat zijn moeder binnensmonds. ‘Dit doen we niet goed. Laten we eens opnieuw beginnen.’
Geert kucht zacht en zijn moeder kijkt op.
‘Hoi, jongen. Je komt net op tijd. We zijn nu op pagina 21, maar we komen niet verder. De instructie zegt dat we de muis moeten gebruiken, maar dat ding dat zij muis noemen, werkt niet.’
‘Laat me eens kijken,’ zegt Geert. ‘Waarom heb je de muis opzij van de tafel hangen?’
‘Nou, het snoer is te kort volgens mij,’ antwoordt zijn moeder. Ik wilde hem op de grond leggen, net zoals het voetpedaal van mijn naaimachine, maar dat haalt hij niet. Een naaimachine kun je ook bedienen zonder het pedaal, dus ik dacht dat dat bij dit ding ook zou kunnen.’
Geert draait zich om en veinst een hoestbui, waarmee hij probeert zijn onbedaarlijke lach te camoufleren. Hij wil zijn ouders niet uitlachen, maar dit werkt zó op zijn verbeelding. Een muis gebruiken als voetpedaal!
‘Ik zal er eens naar kijken, maar zullen we eerst een bakkie koffie drinken? Ik zie dat jouw kop koffie inmiddels koud is geworden.’
Geert sluit het fotoboek en neemt het mee naar
beneden, naar de huiskamer. Op zijn gemak wil hij het helemaal doorbladeren.
Good old memories herleven.
Geert sluit het telefoongesprek met zijn moeder af en concentreert zich op de weg.
Grinnikend probeert hij zich voor te stellen hoe zijn ouders verwonderd staan te kijken naar het nieuwe ding in de kamer. Hen kennende zullen ze het van alle kanten enigszins argwanend bekijken en op veilige afstand blijven. Pa met de eeuwige sigaar in zijn mond en ma met blosjes van opwinding over de aanwinst die de buitenwereld hun kamer in zal brengen.
Het had hem niet verbaasd, dat ze akkoord gingen met zijn voorstel om een computer aan te schaffen. Ze staan open voor nieuwe wetenswaardigheden. Eergisteren heeft hij computer, beeldscherm, instructieboekjes en cd-roms alvast neergelegd en aangesloten, zodat hij vanavond alles aan hen kan uitleggen.
Die avond rijdt hij naar het huis van zijn ouders. Hij loopt achterom de keuken in en loopt door naar de kamer waar hij plotseling stilstaat als hij zijn ouders bezig ziet. Hij hoeft geen moment na te denken en grijpt meteen zijn camera. Als journalist heeft hij die gelukkig altijd bij zich en dit is een moment dat vastgelegd móet worden. Ze hebben niet eens in de gaten dat hij binnengekomen is en inderdaad: pa met de sigaar en ma met blosjes. Maar voor het overige klopt de situatie niet met het beeld dat Geert in gedachten had. Hier staan twee oudjes die zelf op zoek zijn gegaan naar de mogelijkheden.
Voorovergebogen staan ze achter de tafel, beiden met hun gezicht bijna tegen het beeldscherm aan. Pa ondersteunt ma in haar zoektocht op het scherm door zijn hand op haar schouder te leggen en ma duwt haar rechterwijsvinger stevig op een van de toetsen. In haar linkerhand heeft ze het opengeslagen instructieboekje. Geert durft hen bijna niet te storen. Als ma schrikt stoot ze misschien haar kop koffie om en hij ziet de inhoud van het kopje al uitvloeien over de muis die aan de zijkant van de tafel bungelt.
‘Mm,’ praat zijn moeder binnensmonds. ‘Dit doen we niet goed. Laten we eens opnieuw beginnen.’
Geert kucht zacht en zijn moeder kijkt op.
‘Hoi, jongen. Je komt net op tijd. We zijn nu op pagina 21, maar we komen niet verder. De instructie zegt dat we de muis moeten gebruiken, maar dat ding dat zij muis noemen, werkt niet.’
‘Laat me eens kijken,’ zegt Geert. ‘Waarom heb je de muis opzij van de tafel hangen?’
‘Nou, het snoer is te kort volgens mij,’ antwoordt zijn moeder. Ik wilde hem op de grond leggen, net zoals het voetpedaal van mijn naaimachine, maar dat haalt hij niet. Een naaimachine kun je ook bedienen zonder het pedaal, dus ik dacht dat dat bij dit ding ook zou kunnen.’
Geert draait zich om en veinst een hoestbui, waarmee hij probeert zijn onbedaarlijke lach te camoufleren. Hij wil zijn ouders niet uitlachen, maar dit werkt zó op zijn verbeelding. Een muis gebruiken als voetpedaal!
‘Ik zal er eens naar kijken, maar zullen we eerst een bakkie koffie drinken? Ik zie dat jouw kop koffie inmiddels koud is geworden.’
©Vera Oor, 2025