Peruaanse theebladeren

 
Wat ik nog niet wist: Beertje Paddington komt oorspronkelijk uit Peru. Zijn rode hoed en het koffertje met een geheime ruimte waren hem nagelaten door zijn oom. Toen zijn tante naar een bejaardenhuis moest, zette ze hem als verstekeling op een boot. Uiteindelijk belandde hij op station London Paddington, waar hij gevonden werd. Inmiddels is hij een wereldster en heeft die faam nog eens versterkt door zijn aandoenlijke theemoment met queen Elizabeth, korte tijd voordat zij overleed.

Sindsdien is hij niet meer gezien op Buckingham Palace. Hij heeft lange tijd getreurd na het overlijden van de Queen. Om zichzelf te troosten verslond hij de nodige potten marmelade, die hij in zijn koffertje stopte en meesleepte naar Hyde Park, waar Paddington zijn tijd doorbracht. Zijn rode hoedje hing slap om zijn koppie en hij sjokte met zijn kop naar beneden van bank naar bank. Hij zag voorheen altijd wit om zijn neus, maar dat was niet meer zichtbaar. Hij verwaarloosde zichzelf en begon er smoezelig en rafelig uit te zien. Eerder werd hij nog weleens begroet door kinderen die naar hem zwaaiden: ‘Hoi Paddington,’ maar dat werd almaar minder nu hij er zo slonzig bij zat en de kinderen het park niet meer bezochten vanwege de ingetreden kou.
Om zichzelf te beschermen tegen de weersinvloeden, knoopte hij de houwtjes-touwtjes van zijn blauwe jas stevig dicht en trok de hoed ver over zijn ogen. Hij voelde de stramheid optrekken in zijn poten en liep steeds moeizamer. Uiteindelijk vond hij een plekje onder de struiken aan de rand van Buckingham Palace, van waaruit hij weemoedig naar het raam keek van de ruimte waar hij de laatste keer binnen was geweest en thee had gedronken.

De kleine beer wrong zich door de mensenmassa’s heen om een glimp op te vangen van de wisselingen van de wacht. Hij voelde zich op die momenten weer verbonden met het paleis. Voor deze gelegenheden had hij uit een prullenbak in Hyde Park een weggegooide regenjas gevist, die hij aantrok om niet op te vallen. Niemand zag dan wel beertje Paddington, maar des temeer rook men hem. Zijn poten verloren geleidelijk aan kracht en de deksels van de potten marmelade kon hij niet goed meer dichtdraaien, waardoor de sinaasappelgeur kon ontsnappen.

Tot op heden is hij niet herkend, maar vandaag is anders. Het terrein is nog meer afgezet want er komt hoog bezoek: King Charles en zijn vrouw Camilla komen de vorderingen in de verbouwing van het paleis bekijken. Deze verbouwing duurt tot 2027 en tot die tijd wonen ze ergens anders. 
Niemand heeft erg gehad in Paddington, die in zijn schuilplaats is blijven zitten, maar op het moment dat de koninklijke auto voorrijdt, waagt hij zich wat dichterbij. De koning en zijn vrouw stappen uit, op de voet gevolgd door hun twee trouwe viervoeters: Beth en Bell. Die hebben het nog eens ver geschopt, denkt Paddington. Van asielhonden tot koninklijk gezelschap en een steek van jaloezie trekt door hem heen.
Voordat Paddington de kans krijgt om weg te lopen, komen de twee hondjes op hem afstormen. Ze hebben hem geroken. Natuurlijk kennen zij hem aan zijn geur, ze hebben hem ooit ontmoet bij de queen. Paddington strompelt weg, maar de honden halen hem in. ‘Paddington, stop,’ keffen ze als ze aan weerskanten van hem opduiken. ‘We doen je niks.’
Charles en Camilla staan op afstand toe te kijken waar hun honden naar toe zijn gerend en, ondanks zijn erbarmelijke toestand, herkennen ze Paddington.
‘Och Paddington, hoe gaat het met je?’ vraagt Charles. ‘Ik heb je nooit meer hier gezien.’
Paddington buigt zo diep mogelijk, maar hij verliest zijn evenwicht en valt plat op zijn snuit voor Camilla op de grond. Zij raapt hem onmiddellijk op en kijkt bezorgd in zijn ogen. ‘Charles, het gaat niet goed met hem. We nemen hem mee naar binnen.’

Ondanks de verbouwing is er nog stroom en water aanwezig in het paleis en met veel liefde verzorgt Camilla Paddington, die het zich allemaal aan laat leunen. Geleidelijk aan begint hij te genieten van de aandacht en ontspant zijn lichaampje zich. Uit een van de kastjes in de badkamer tovert Camilla een föhn tevoorschijn, waarmee ze zijn vacht droogt. Hij glanst en het wit om zijn neus is weer zichtbaar. Charles heeft inmiddels het rode hoedje en de blauwe jas gewassen en gedroogd en overhandigt de kledingstukken aan Paddington. Nu lukt het buigen wel en Paddington buigt diep voor het echtpaar. ‘Dank u wel, dank u wel.’
‘Kom Paddington, loop maar mee naar de salon. We zullen vast nog wel thee kunnen krijgen.’
Paddington springt van de stoel bij de salontafel, wanneer de lakei binnenkomt met heet water en kopjes. ‘Mag ik het alstublieft verder verzorgen?’ vraagt hij met een benepen stem. 
De lakei kijkt vragend naar Camilla, maar op haar handgebaar zet hij alles voor Paddington op een tafel neer. Die sleept zijn koffertje erbij en zorgvuldig opent hij het slot daarvan. De potten marmelade zet hij even opzij en dan…opent hij het geheime vak. Een dienblad met Peruaanse afbeeldingen diept hij eruit op en zet het op de tafel. Dan duikt hij met zijn snuit nog dieper in het geheime vak. Ja, gevonden! De Peruaanse theebladeren. Voorzichtig schuifelt hij met het dienblad tussen zijn pootjes naar het koninklijk paar en kijkt hen verwachtingsvol aan.
‘Ja, graag Paddington.’
Hij begint van top tot teen te glunderen en schenkt met trillende pootjes voorzichtig de thee in de klaargezette kopjes.

©Vera Oor, 2024

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...