Vandaag heb ik
een date met een 91-jarige man. Hij staat me al op te wachten bij de voordeur
van zijn appartement. Ik weet dat hij een fanatiek NEC fan is, dus het verbaast
me niet dat de vlag van dit cluppie op zijn balkon hangt.
‘Je lijkt op je vader,’ begroet hij me met een stevige handdruk.
‘Je lijkt op je vader,’ begroet hij me met een stevige handdruk.
Enkele jaren
geleden begon onze eerste kennismaking: na een bericht op facebook waarin ik
trots een blauw-wit bord laat zien, dat door mijn opa geschilderd is toen hij
werkte op plateelbakkerij Oud Delft in Nijmegen.
Korte tijd later een telefoontje: ‘Hallo, met Ap. Ik heb nog met je vader gewerkt en je opa heeft mij leren plateelschilderen.’
Dit speelde in 1921, midden in coronatijd en we spraken af dat ik een keer naar hem toe zou komen als dat weer verantwoord was. Dan zou Ap me meer vertellen over zijn Oud Delfttijd tussen 1953 en 1963.
Korte tijd later een telefoontje: ‘Hallo, met Ap. Ik heb nog met je vader gewerkt en je opa heeft mij leren plateelschilderen.’
Dit speelde in 1921, midden in coronatijd en we spraken af dat ik een keer naar hem toe zou komen als dat weer verantwoord was. Dan zou Ap me meer vertellen over zijn Oud Delfttijd tussen 1953 en 1963.
En nu, eindelijk, zit ik tegenover
Appie. Trots laat hij me zijn collectie Delfts blauw aardewerk zien, dat hij
zelf geschilderd heeft, nadat hij eerst drie maanden door mijn opa ingewerkt
was. ‘Een heel aardige, rustige man, die alle tijd voor me nam,’ zegt Ap. ‘Hier
hangt zelfs nog mijn diploma uit 1953. Dat moet door je opa ondertekend zijn,
want hij was mijn leermeester.’
‘Hoe ging dat eraan toe op Oud Delft, aan de Molenweg?’ vraag ik. Natuurlijk ben ik nieuwsgierig naar meer informatie over de tijd dat hij met de ‘Oren’ werkte op Oud Delft.
‘Beneden in het pand werden de borden, vazen handmatig gedraaid op draaischijven. Het biscuitkleurig aardewerk kreeg daarna de eerste glazuurlaag in een bad, werd gebakken en daarna ging het aardewerk naar boven, naar het atelier. Ca 30-40 personen werkten daar. Links de mannen, rechts de vrouwen. De vrouwen brachten de randen aan en de mannen schilderden de patronen in. Ieder had zijn eigen specialiteit.’
In die tijd werden de afbeeldingen met een ponsief overgebracht op het aardewerk: een soort overtrekpapier waarin het motief met een naald was doorgeprikt. Daar wreef de schilder met een zakje houtskoolpoeder overheen en stond het motief op het aardewerk. Daarna werd het handmatig ingeschilderd.
En dat was een precies werkje, wat om een vaste hand vroeg, zodat de penseelstreken met blauwe verf zorgvuldig aangebracht konden worden op het witte bord. De schilderingen varieerden van afbeeldingen van “Oude Meesters” tot fantasiefiguren. Maar ook bijvoorbeeld de gevel van een gebouw, op bestelling ter gelegenheid van een jubileum. Overigens niet alleen blauw, eveneens gekleurde motieven.
Ap: ‘Je kon echt wel zien of dat door een ervaren plateelschilder was gedaan.’
Tot slot kreeg het aardewerk nog een glazuurlaag en werd gebakken.
‘Hoe ging dat eraan toe op Oud Delft, aan de Molenweg?’ vraag ik. Natuurlijk ben ik nieuwsgierig naar meer informatie over de tijd dat hij met de ‘Oren’ werkte op Oud Delft.
‘Beneden in het pand werden de borden, vazen handmatig gedraaid op draaischijven. Het biscuitkleurig aardewerk kreeg daarna de eerste glazuurlaag in een bad, werd gebakken en daarna ging het aardewerk naar boven, naar het atelier. Ca 30-40 personen werkten daar. Links de mannen, rechts de vrouwen. De vrouwen brachten de randen aan en de mannen schilderden de patronen in. Ieder had zijn eigen specialiteit.’
In die tijd werden de afbeeldingen met een ponsief overgebracht op het aardewerk: een soort overtrekpapier waarin het motief met een naald was doorgeprikt. Daar wreef de schilder met een zakje houtskoolpoeder overheen en stond het motief op het aardewerk. Daarna werd het handmatig ingeschilderd.
En dat was een precies werkje, wat om een vaste hand vroeg, zodat de penseelstreken met blauwe verf zorgvuldig aangebracht konden worden op het witte bord. De schilderingen varieerden van afbeeldingen van “Oude Meesters” tot fantasiefiguren. Maar ook bijvoorbeeld de gevel van een gebouw, op bestelling ter gelegenheid van een jubileum. Overigens niet alleen blauw, eveneens gekleurde motieven.
Ap: ‘Je kon echt wel zien of dat door een ervaren plateelschilder was gedaan.’
Tot slot kreeg het aardewerk nog een glazuurlaag en werd gebakken.
Mijn opa heeft daar tot aan zijn pensionering gewerkt. Dat was anders voor Ap
en zijn verhaal herken ik van mijn vader, die het na enige tijd ook voor gezien
hield. De uitspraak van Ap is tekenend voor die beslissingen: ‘De beloning was
belabberd. Het loonzakje was gemaakt van uienschillen,’ zegt Ap bloedserieus.
Op mijn vragende blik, verklaart hij lachend: ‘De tranen sprongen je in de
ogen.’
Kijk, en zo hoorde ik ook nog eens iets van de escapades van mijn vader in die tijd. 'Kom, Ap, we fietsen naar Grave.Net over de brug zit aan de linkerkant een frietzaak. En daar…werkt een leuke vrouw. '
Nee hoor, zij is niet mijn moeder geworden.
Kijk, en zo hoorde ik ook nog eens iets van de escapades van mijn vader in die tijd. 'Kom, Ap, we fietsen naar Grave.Net over de brug zit aan de linkerkant een frietzaak. En daar…werkt een leuke vrouw. '
Nee hoor, zij is niet mijn moeder geworden.
©Vera Oor, 2025
