Gebroken hartjes

 ‘Wat is er met jou gebeurd?’ vraagt Pim aan Kwiebus, die kermend op de grond ligt. ‘Je bent toch niet van de ladder gevallen, hoop ik.’
Kwiebus kreunt en beweegt voorzichtig zijn hoofd. ‘Jawel.’
Pim gaat naast hem zitten en onderzoekt zijn maatje op botbreuken of ander zichtbaar letsel. Het lijkt mee te vallen en behoedzaam ondersteunt hij Kwiebus als die probeert rechtop te gaan zitten.
‘Rustig aan. Blijf eerst even tegen mij aanleunen en daarna proberen we wel of je kunt staan.’

Inmiddels zijn hulptroepen gearriveerd, die overal vandaan lijken te komen.
Dat is niet verwonderlijk want het is hoogseizoen voor de tuinkabouters, die hun handen vol hebben aan het ondersteunen van te zware takken aan een plant; aan het in kruiwagens aanslepen van extra tuinaarde; aan het afspraken maken met de mollen over de gangen die ze mogen graven en waarbij ze de bloembollen die gepoot zijn, moeten omzeilen.
De taakverdeling onder hen is al jaren hetzelfde en dat betekent dat Kwiebus zich bezighoudt met het verzorgen van zieke planten om te proberen die er weer bovenop te helpen.

Maar wat is er nu misgegaan tijdens dat werk, vraagt Pim zich af en hij kijkt nog eens naar de metershoge touwladder die vanuit de boomtop langs de takken bungelt. ‘Ben je helemaal naar boven geklommen?’ vraagt hij. ‘En waarom? Zitten daar zieke takken of rottende stompjes waar een tak afgezaagd is?’
Kwiebus houdt zijn handen voor zijn oren bij alle vragen die op hem afgevuurd worden. Pas als het vragenvuur uitdooft, haalt hij zijn handen weg, neemt een diepe ademteug en begin te vertellen over zijn avontuur.
 
Inderdaad was hij de hoge touwladder ingeklommen omdat hij de bessen van de maretak die helemaal bovenin bungelt nodig had. Het mandje dat hij op zijn rug bevestigd had, was bijna gevuld toen hij zijn evenwicht verloor en met bizarre capriolen naar beneden viel. Onderweg greep hij zo nu en dan een sport van de touwladder, maar de kracht van het vallen was zo groot, dat die weer uit zijn handen getrokken werd. Om hem heen liggen nu de witte bessen van de maretak verspreid en zijn mandje ligt ondersteboven.
‘Wat moet je in vredesnaam met al die bessen dan? Hier beneden groeien toch ook bessen aan verschillende struiken?’ informeert Pim verder. Hij kan er maar niet bij dat Kwiebus zo onvoorzichtig is geweest. Kabouters staan bekend om hun evenwichtige en bedachtzame aard, dus zo’n gedurfde actie past niet bij hen. Er moet iets bijzonders zijn, wat maakt dat zijn maatje deze actie in gang heeft gezet.

Kwiebus legt uit dat alle andere bessen niet de eigenschappen hebben van de bessen van de maretak. ‘Weten jullie dat die bessen ook wel vogellijm worden genoemd? En ik had een sterke lijm nodig.’
‘Waarvoor dan?’
‘Een van de planten die ik vorig jaar gepoot heb, groeit enorm hard en de bloemetjes hebben stuk voor stuk extra zorg nodig.’
Langzaam begint er bij Pim iets te dagen. ‘Bedoel je die plant die ze “gebroken hartje” noemen?’
Hij herinnert zich dat Kwiebus de tranen in zijn ogen had staan, toen hij vorig jaar aankondigde deze plant te willen poten, omdat hij daar plannen mee had. Verder had hij er niet op doorgevraagd. Elke tuinkabouter heeft zijn eigen zorgen.
‘Ja, maar die plant heeft nu zoveel bloemetjes en ik had me voorgenomen al die gebroken hartjes te lijmen. De sterke lijm van de maretakbessen zou me daarbij kunnen helpen. En stel je eens voor dat ik die gelijmde hartjes uit kan delen aan iedereen die lijdt aan een gebroken hart? Dat zou toch geweldig zijn?’

Pim krabt zich even door zijn witte baard, wisselt enkele blikken met de tuinkabouters om hem heen en zegt vervolgens: ‘Kwiebus, wat een nobel streven. Wie zal zeggen, dat dit niet de oplossing om liefdesverdriet te helen. Het is de moeite van het proberen waard, maar wij gaan je daarbij helpen. Niemand van ons gaat nog van die acrobatische toeren uithalen met een touwladder, daarvoor roep ik de hulp in van onze vrienden, de merels. Zij kunnen de bessen ophalen en naar je toevliegen, zodat jij weer een hartje kunt lijmen.
Alleen al de gedachte aan de uitwerking van gerepareerde hartjes stemt optimistisch en ieder kent wel iemand die zo’n hartje kan gebruiken. Niet alleen voor een gebroken hart, maar ook als hart onder de riem als iemand het eens zwaar heeft door ziekte of verdriet.

© Vera Oor, 2026

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...