‘Daar gaat hij weer. Zonder paraplu, en het gaat nog wel regenen.’
Trix kijkt hem na, als hij naar buiten loopt en kijkt hoofdschuddend naar haar collega. De man houdt zich vast aan de deurknop, steun zoekend om de windvlaag te trotseren. Nog voordat hij de deur achter zich dicht kan trekken, waaien droge, bruine bladeren ritselend naar binnen en verspreiden zich over de tegelvloer in de ruime hal.
Seniorentehuis Indenbosch doet de naam eer aan met de ligging in het groen aan de rand van de stad. Nu de bomen hun bladeren beginnen te verliezen, is die stad op afstand zichtbaar.
Mijnheer van Borg loopt langzaam, maar vastbesloten het bospad in. Hij blijft staan en ademt met gesloten ogen de herfst in. De vochtige aarde is bezaaid met afgewaaide takjes, bladeren, eikels en lege kastanjebolsters. Roodbruine bladeren plakken aan zijn schoenen en een ondeugend geel eikenblad kriebelt langs zijn gezicht. Met gesloten ogen blijft hij zo staan en lijkt een onlosmakelijk deel uit te maken van de omgeving tussen de vallende bladeren. Hij geeft gehoor aan de stem in zijn hoofd: “Adem rustig en diep in, adem langzaam uit”.
De armen van de man naast hem sluiten zich om zijn schouders en duwen zijn hoofd tegen diens borst. De jongen hoort de hartslag van de man. De geur van sigarettenrook hangt om hem heen, een vertrouwde lucht. Net als bij zijn vader.
‘Waar is papa?’ vraagt hij uiteindelijk met overslaande stem.
De man kijkt neer op de kruin van de jongen. ‘Max, je vader is meegegaan naar de trein. Ik weet niet waar hij nu is.’
‘Gaat hij dood?’
‘Waarschijnlijk is hij ergens heengebracht waar hij moet werken. Werken voor de moffen.’
Max neemt het gesmoorde antwoord van zijn oom in zich op. De moffen, dat zijn de Duitsers, dat weet hij. Maar waarom moet papa ergens werken en mag hij niet mee?
Gisteren nog zijn ze samen naar de winkel geweest om eten te halen. Papa zuchtte diep toen hij enkele bonnen uit zijn zak opdiepte en alhoewel hij zacht praatte tegen de eigenaar van de winkel, had Max het gehoord.
‘Berends, ik ben bang voor iets wat ik niet weet, maar wat ik alleen maar kan vermoeden. Waarom hebben wij anders onze koffers klaar moeten zetten, zoals de Joodse Raad adviseerde. Rika en de meisjes zijn naar haar zus. Ik ga morgen met Max ook die kant op. Hopelijk zien we elkaar weer. God zij met je.’
Toen er midden in de nacht luid op de deur gebonkt werd, had zijn vader hem opgetild en razendsnel meegenomen naar de schuilplaats achter de keukenkast. ‘Hou je heel stil en kom pas tevoorschijn als ik het zeg,’ had hij haastig gezegd. Max voelt nog zijn stevige omhelzing en de natte wangen en rook de zo bekende sigarettenrook. De voordeur die hard dichtgeslagen werd, is het laatste wat hij hoorde totdat oom David de keukenkast van zijn plaats schoof en naar de hoek liep, waar hij zat.
‘Als ze je vragen naar je naam, zeg je dat je Jan heet,’ instrueerde de man hem kortaf, maar niet snauwend. Zijn blauwe ogen keken vriendelijk. ‘En dat je mijn knecht op de boerderij bent.’
De spanning die rond deze tocht hing, was voelbaar, maar voor Max was het gissen waarom dat zo voelde. Het moest met Duitsers te maken hebben.
De volgende dag kwamen ze aan bij de afgelegen boerderij van tante Rika. Moeder had hem snel naar zich toegetrokken en meegenomen naar een ruimte, achterop de deel.
De herfstbladeren die aan zijn schoenen waren blijven plakken, veegde tante Rika op, zodat er geen spoor naar de ruimte zou leiden.
De tijd daarna leefde hij met zijn moeder en twee zusjes in de kleine ruimte, zonder daglicht, die ze heel af en toe ’s avonds mochten verlaten om in de kamer bij tante Rika te zijn. De gordijnen stevig gesloten. O, hoe miste hij de buitenlucht, de bomen en de weilanden, maar inmiddels was hem heel duidelijk dat het niet anders kon.
Nadat de oorlog voorbij was, ging hij samen met zijn moeder en twee zusjes terug naar hun eigen huis, dat deels beschadigd was, maar bewoonbaar. Het lange wachten begon, wachten op een bericht van zijn vader. Had hij de oorlog
overleefd? Zou hij nog ooit thuiskomen?
En dan, een stormachtige dag, waarop de herfstbladeren
eerder binnen waren dan dat zijn vader over de drempel stapte. Ze bleven hem
aanstaren alsof ze een geest zagen. Totdat hij op hen af kwam lopen en ze alle
vier tegelijk omklemde. Max snoof de bekende geur van tabak op, vermengd met de
vochtige lucht van de herfst. Hij ademde diep in, en langzaam weer uit.
Stormachtige herfstdagen bleven voor altijd verbonden met de herinnering aan dit moment.
Stormachtige herfstdagen bleven voor altijd verbonden met de herinnering aan dit moment.