Pip, deel 12: Certificaat puppytraining

Zo onbesuisd als Pip ergens op af kan stormen, zo’n angsthaas werd het ineens. Sloopwerkzaamheden iets verderop in de straat produceerden een bult herrie om U tegen te zeggen.
Pip liep met mij een klein rondje. De ochtendrust tussen vallende blaadjes en kwetterende vogels werd ruw verstoord door de eerste klap van de sloopkogel. Pips oren gingen plat, haar staart in een achterwaartse krul en ze dook vol in de riem. Ze trok uit alle macht om terug te rennen naar de veilige tuin. Mijn poging om haar verder te laten lopen door te doen alsof er niets aan de hand is, haalde niks uit. Proberen haar aan te halen evenmin. De angst spatte ervan af. Met een rotvaart rende ze de tuin in, naar de deur.
Het heeft aardig wat oefening gekost om haar toch opnieuw mee te laten lopen, zonder dat ze zich bijna wurgde in de riem. Dorus en Toon kwamen minder onder de indruk van de herrie en misschien gaf dat haar wat vertrouwen. Nu loopt ze weer mee, maar haar houding is superalert: oren gespitst en hals opgerekt. Gelukkig heeft ze dat alleen bij het deel van de route, waar ze de eerste keer het geluid hoorde. Daarna of op een andere plek is ze weer de enthousiaste, mee trippelende Pip.
 
Over het geheel genomen wordt Pip iets rustiger, met de nadruk op íets. Ze neemt uitgebreid de tijd voor slaapjes op de bank en nestelt zich bij de andere twee. De dolle vijf minuten worden minder.
Inmiddels weet ik ook dat, wanneer haar hypergedrag aanhoudt, dat vaak een teken is, dat ze moet poepen. Er is geen peil op te trekken, wanneer dat is. De ene dag wel vier keer, een andere dag maar twee keer.
 
Ik moet weleens aan Toon Hermans denken met zijn nummer: “Wat ruist er door het struikgewas?” Zou hij ook een hond hebben gehad?
Als Pip op onderzoek uit is in de tuin en ik roep “hier” dan hoor ik in eerste instantie een hoop bladgeruis en zie ik een wiebelende plant. Dan komt ze als een raket aangestormd. Nog steeds kijkt ze dan hoopvol naar mijn hand. Om haar dit te leren, kreeg ze eerder een snoepje als ze op commando naar me toekwam. Nu krijgt ze dat niet elke keer meer, maar hoop doet leven.
Dat ze dit commando beheerst, laat ze op de puppytraining ook vol overtuiging zien. Als een afgeschoten pijl, rent ze door een tunnel, springt over een minihindernis en stuift op me af.
Daar heb je het dan ook wel zo’n beetje mee gehad. De trainer in de puppycursus omschrijft het goed: “Je moet enorm je best doen om haar aandacht te krijgen, maar als je die hebt, luistert ze goed!”
 
Deze week was de laatste training. Ze werken gelukkig niet met diploma’s want dan was Pip met vlag en wimpel…gezakt! Alle zes de eigenaren en hun pup kregen een certificaat met daarop de onderdelen benoemd die aan de orde zijn geweest.
Nog steeds vraag ik me af wie er nu op training is geweest. Pip of ik?
“Af en blijf.” Pip gaat af, maar de enige die blijft, ben ik. De trainer omschrijft het in haar opmerking op het certificaat goed: “Pip heeft nog een korte concentratieboog”.
“Zit en blijf.” Van hetzelfde laken een pak. Ik blijf staan en kijk naar de achterkant van Pips kop.
“Wandelen zonder trekken”. Dat doet ze goed totdat…er nog onontdekte keutels liggen. Zij trekt en ik trek haar terug.
“Staan”.  Staan gaat goed.
“Aaien”.  Even wachten tot Pip er tijd voor heeft. Maar dan kan ze ook vol overgave genieten, vooral thuis.
“Kommetje”.  Haar bekkie moet ze laten rusten in mijn hand. Het begin van het gebit laten zien bij de dierenarts. Gaat goed. Ze vertrouwt me, onderwijl snuffelgeluiden makend want je weet maar nooit of er nog een kruimeltje tussen de vingers zit.
“Nee.” Het heeft wat voeten in aarde gehad. Ze weet dondersgoed wat nee is, maar ik moet het wel een aantal keren herhalen. Na drie keer nee, geeft ze nog steeds haar typerende uithaal, dat lijkt op een huilende wolf. Ze is het er dus niet mee eens.
Opmerking van de trainer: Pip is een heerlijke, eigenwijze pup die graag haar eigen plannetje trekt.
“Vast/los”. Mm, vasthouden van datgene wat ze zelf gevonden heeft, lukt prima. Vasthouden van een speeltje? Nee, dat minder. Dat vindt ze niet interessant genoeg. Die beroemde korte spanningsboog is daar niet op berekend en de trainer voegt er in haar opmerkingen nog aan toe: “Pip vindt alles veel te leuk.”
Loslaten lukt goed. Ze weet dat ze in ruil daarvoor een snoepje krijgt, indien bij de hand.
“Wachten”. Wat is dat? Pip wacht nergens op, dus ook niet bij de deur die opengaat. Wat wel werkt is “Terug.” Dan stapt ze terug door de op een kier geopende deur en als vanzelf volgt dan, soms, het wachten.
Wie heeft er nu eigenlijk het certificaat van de puppytraining verdiend? Ik weet het zeker: dat ben ik.
De laatste training heeft ze van de trainer twee nieuwe benamingen gekregen: “clown” en “blij ei”.
En ik dan? Ik geef mezelf maar een schouderklopje. De aanhouder wint.
 
Haar schatkamers houdt ze nog in stand en sleept er alles naar toe, wat ze mag hebben of wat ze te pakken kan krijgen. Terwijl ik dit typ, zie ik haar pogingen om op de stoel te springen, zonder daarbij de stoffer te verliezen, die ze ook weer ergens opgeduikeld heeft.
Nou ja, beter een stoffer dan een deel van een skelet. Ze heeft al eerder dat skelet van een pad gevonden en meegenomen. Dit keer was ze aan het snuffelen tussen grote stapels gevallen bladeren. Hoe is het mogelijk dat ze daartussen het kleine pootje vindt van een vogel.

©Vera Oor, 2025

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...