Er is veel
animo om een bezoek te brengen aan het boerderijmuseum in de provincie. Elke
bewoner die mobiel is of mobiel gemaakt kan worden met rolstoel of scootmobiel
heeft zich aangemeld. In het verzorgingshuis wonen 65 mannen en vrouwen, voornamelijk
afkomstig van het platteland.
De gebarsten eeltplekken op hun handen getuigen van jarenlange noeste arbeid. Dat valt niet meer weg te werken met crèmepjes en smeersels. Dat hoeft voor hen ook niet, ze zijn er trots op. Ze laten zich de behandelingen aanleunen omdat het afleiding geeft in de dagen die zo leeg zijn, vergeleken met vroeger. Deze handen, die in de aarde hebben gewroet, weer of geen weer. Die hout hebben gesprokkeld om de boerderijkeukens enige warmte te geven en de percolator te kunnen laten pruttelen op het fornuis. Die hebben gesjouwd met zware melkbussen. Ook de handen die voorzichtig de uiers schoonmaakten en kneedden om de melk te laten stromen. Handen die de punten van het schort vastpakten om een schaafwond op de knie van een van de kinderen droog te poetsen. Handen, die zelden rustten, behalve tijdens de kerkdiensten en tijdens het dutje na de maaltijd.
De bewoners hebben ieder hun eigen kamer waar ze zich omringd hebben met dierbare herinneringen uit hun oude woning: het tafelzeil, het houten kruisbeeld met palmtak, de rookstoel en de asbak.
De gebarsten eeltplekken op hun handen getuigen van jarenlange noeste arbeid. Dat valt niet meer weg te werken met crèmepjes en smeersels. Dat hoeft voor hen ook niet, ze zijn er trots op. Ze laten zich de behandelingen aanleunen omdat het afleiding geeft in de dagen die zo leeg zijn, vergeleken met vroeger. Deze handen, die in de aarde hebben gewroet, weer of geen weer. Die hout hebben gesprokkeld om de boerderijkeukens enige warmte te geven en de percolator te kunnen laten pruttelen op het fornuis. Die hebben gesjouwd met zware melkbussen. Ook de handen die voorzichtig de uiers schoonmaakten en kneedden om de melk te laten stromen. Handen die de punten van het schort vastpakten om een schaafwond op de knie van een van de kinderen droog te poetsen. Handen, die zelden rustten, behalve tijdens de kerkdiensten en tijdens het dutje na de maaltijd.
De bewoners hebben ieder hun eigen kamer waar ze zich omringd hebben met dierbare herinneringen uit hun oude woning: het tafelzeil, het houten kruisbeeld met palmtak, de rookstoel en de asbak.
De meesten pluizen de krant dagelijks uit, maar ze willen of kunnen de ontwikkelingen in de wereld niet altijd volgen. Waar is de tijd gebleven dat iedereen ’s avonds thuis bleef, dat de enige vakantie een fietstocht naar een naburig dorp was, dat voedzame maaltijden gezamenlijk gebruikt werden?
Nu eten ze met elkaar in het bewonersrestaurant, ook allemaal prima verzorgd, niks over te zeggen.
Maar de havermoutpap waarin de lepel recht overeind bleef staan, de dikke sneden van de mik, de drellen vet die van de grote stukken vlees dropen, dat is er niet meer. Nu zijn er vlaatjes en yoghurt die ze bijna kunnen drinken, een afgepast stuk vlees, weliswaar gebakken maar waar geen servet nodig is om de vette lippen af te vegen na het eten ervan.
De bus stopt voor de boerderij en iedereen wordt verwelkomd op de deel, in het midden schoongeveegd voor deze gelegenheid. De geur van hooi prikkelt de neusgaten en leidt tot enkele niespartijen. Nieuwsgierige koeien kijken toe als de plaatsen aan de lange tafels bezet worden. Dat heeft tijd nodig, want menigeen schuifelt eerst een ronde langs de koeien en streelt hun natte neuzen of kroelt tussen de horens. Een aantal bewoners deelt hun herinneringen over hun eigen vee: het ras, het aantal, de melkproductie. Zonder dat ze er erg in hebben, zetten ze een denkbeeldige boerenpet recht op hun hoofd, ooit een routinegebaar. Enkele mannen slaan de aangeboden stoel af en laten zich, handen op de knieën steunend, neervallen op een baal hooi of zelfs een omgekeerde emmer.
Vandaag let niemand op vlekken, op uitgebalanceerde voeding of op hun taalgebruik.
‘Verdomd, dâ’s lekker,’ bromt mijnheer Visser, terwijl hij zijn gebit terugduwt nadat hij te enthousiast heeft gehapt in een dikke snee krentenmik.
Na de rondleiding, die wat betreft meters niet veel voorstelt, maar wat betreft tijd des te meer, schuiven de bewoners weer aan tafel. Stralende ogen, rode wangen, monden die niet stilstaan.
Een echte boerenmaaltijd met een ruime keuze aan drank en eten, maar het hoogtepunt is de schaal met dampende plakken donkergebakken bloedworst met witte stukjes spek erin verwerkt. Wie dat wil, krijgt er gebakken appel bij. Zelfs een pot stroop met een houten lepel erin gaat rond.
‘Di motte ze in het huus ok moar eens moaken,’ smekt mijnheer Bakker. Hij kan rekenen op de bijval van de andere bewoners. Zijn vrouw pakt zijn eeltige hand en knijpt er even in.