Mijn verhalenbundel "Op z'n Veertjes" begint met het volgende voorwoord:
Voorwoord in driehonderd woorden
'Staat dat er echt?’Opgewonden keek ik mijn moeder aan. Had ik écht datgene geschreven dat zij voorlas van mijn blaadje? Dat ze ter plekke iets verzon, had ik niet door.
Liggend op mijn buik op de vloerbedekking, mijn onderbenen recht omhoog gericht en heen en weer wiebelend, deed ik mijn best om tussen de lijntjes te krabbelen op het papier.
Ik “schreef”, maar wist niet waarover. Het belangrijkste was, dat ik schreef zoals ik mijn moeder dat zag doen: vloeiende lijnen met uithalen naar boven en naar beneden.
Was ik op die kleuterleeftijd al geïnteresseerd in
schrijven? Wie weet, is dit moment de eerste aanzet geweest.
Op de lagere school begon het echte schrijfwerk Zelfs nog met kroontjespen, inktpot
in de lessenaar en een inktlap.
Ik liet me graag voorlezen, maar vanaf het moment dat ik zelf kon lezen,
vergrootte mijn wereld. Hardop las ik, bij het licht van het bedlampje, korte
verhalen. De verhalen werden boekjes, de boekjes werden boeken.
Als lid van de bibliotheek wist ik in welke gangpaden ik mocht zoeken naar
boeken die ik nog niet gelezen had. Afhankelijk van mijn leeftijd mocht ik
telkens weer bij andere schappen snuffelen.
In de boekenkasten van de buren en achterburen vond ik
boeken, die ik daar ter plekke verslond.
Ik heb altijd veel gelezen, maar de laatste jaren ben ik met enthousiasme de
schrijfwereld ingedoken.
Wat missen mensen die niet kunnen lezen of schrijven veel aan informatie,
ontspanning, aan mogelijkheden.
Stichting Lezen en Schrijven zet zich in om iedereen
de kans te geven te leren lezen, schrijven, rekenen en gebruik te maken van
digitale vaardigheden. Zodat iedereen mee kan doen in de samenleving.
Om die reden heb ik besloten de royalty’s die ik ontvang door de verkoop van
deze bundel, te doneren aan Stichting Lezen en Schrijven.