‘Kan iemand die
oproerkraaiers naar buiten werken?’ vraagt de gespreksleider, terwijl hij
probeert boven het groeiende protest uit te komen, dat uit de nok van het
gebouw neerdaalt over de aanwezigen. Het fluiten, piepen en schreeuwen neemt
toe.
De
informatiebijeenkomst voor belangstellenden voor woningen in de nieuw te bouwen
wijk, is drukbezocht. Grootse plannen van de gemeente om een gedeeltelijk braakliggend
terrein te bebouwen met rijtjeswoningen en appartementen zal worden toegelicht.
Het gebrek aan woningen noodzaakt om de beschikbare vierkante meters zo
optimaal mogelijk te gebruiken. Dit betekent smalle huizen, zo klein mogelijke
tuinen en smalle straten. Parkeervoorzieningen zijn er minimaal ingepland.
Het beoogde terrein
is in de loop der jaren gedeeltelijk begroeid met een variëteit aan planten,
struiken en bomen. Het rijtje onbewoonbaar verklaarde woningen staat op
instorten. Alleen vogels en vleermuizen wonen er nog.
De minister van
wonen heeft regels aangepast, die het mogelijk maken om snel te starten met de
bouw. Een van die regels is, dat nieuwbouwwoningen niet meer verplicht moeten
voldoen aan aanvullende huisvestingseisen, namelijk die voor huismussen,
gierzwaluwen en vleermuizen. Er hoeven geen nestkastjes aangebracht te worden.
De gemeente
adviseert nieuwe bewoners zelf voor deze voorzieningen te zorgen. Het kan niet
binnen het bouwbudget gerealiseerd worden.
‘Wat een idiote
insteek,’ reageert een van de toehoorders. ‘Alsof die voorzieningen
doorslaggevend zijn voor de bouwkosten. Jullie kunnen massaal inkopen met
kortingen, die wij zelfs op black Friday nog niet krijgen. Ik ga dat niet zelf
bekostigen.’
Vanuit de nok van het gebouw zeilt een wolk naar beneden. Vleermuizen landen massaal in de kapsels van de aanwezigen, mussen kwetteren luid in de microfoons, gierzwaluwen vliegen pijlsnel achter, voor en opzij van de mensen, onderwijl het nodige dumpend wat hun naam eer aandoet.
Het gekrijs van de mensen overstemt al snel alle andere geluiden. De gespreksleider maait met zijn armen rond zijn hoofd om aanvallers af te weren en grijpt de microfoon voor de snavels van de huismussengroep weg.
‘Time out!’ roept hij op volle sterkte. Geleidelijk aan verstommen de geluiden in de zaal en de gezichten en koppies worden naar hem gericht.
‘Wij hebben nog een subsidiepotje, dat we wilden gebruiken voor reclameborden tijdens de bouwfase. Ik zal in de raad voorstellen om dit aan te wenden voor huisvesting van de gevleugelde aanwezigen. U wordt binnenkort geïnformeerd over dit vervolg.’