Emily wilde haar artistieke aard niet begraven in allerhande verplichtingen en besloot zich te wijden aan het schilderen van landschappen. Daarnaast volgde ze een opleiding tot preparateur. Zij had op het landgoed menig dood dier gevonden, dat afgevoerd werd als oud vuil. Vanuit haar liefde voor dieren kon ze dit niet verkroppen en ze besloot de dieren die ze vond, voortaan op te zetten. Meer en meer trok ze zich terug in haar eigen wereld, die ze om zich heen had gecreëerd in haar atelier met alle benodigdheden voor schilderen en prepareren.
Verwoede pogingen om haar te koppelen, liefst aan een man van stand, mislukten. Een keer leek het ergens toe te leiden. Meerdere keren had Emily afspraken gehad met Frank Nelson. Ze leken voor elkaar geschapen, maar hij verdween plotseling uit haar leven en uit het dorp. Emily sloot zich nog meer af van de buitenwereld, tussen haar werkstukken en haar dieren.
Prachtige schilderijen kwamen onder haar vingers uit. Ze wist op een bijzondere manier haar eigen omgeving op doek en paneel te zetten. De weerspiegeling van bomen, grassen en wolken vloeiden in diffuse kleuren over in het blauwe water van de kleine gracht en in het groengele water van de Vecht aan de overkant. De afwezigheid van mensen en materialen en de krachtige aanwezigheid van de natuur gaven deze werken een bijna serene uitstraling.
Ook had ze het prieel een keer vereeuwigd in olieverf. De blauwe kleuren van de Grieks aandoende zuilen accentueerden de diepgroene kleur van de hoge deuren, voorzien van veel kleine, vierkante ramen. Het glas in de bovenramen, gezet in waaiervorm, reflecteerde het invallende licht. De brede, crèmekleurige afwerking van zandsteen aan de bovenzijde versterkte het historisch accent van dit achthoekig gebouw.
Na het overlijden van haar ouders had Emily het landhuis en landgoed verkocht, met uitzondering van haar kleine domein, de grond eromheen en een klein optrekje erachter waarin ze woonde.
Emily is overleden. Zij zat vredig in haar stoel voor het tuinhuis onder de overhangende takken van de majestueuze boom, waar de bakker de bestelling aan haar wilde overhandigen. Toen hij geen gehoor kreeg op zijn ‘goedemorgen’ had hij geprobeerd haar wakker te maken, in de overtuiging dat ze sliep. Ze was dood, in haar middagdutje overleden. Een gewaarschuwde arts constateerde een natuurlijke dood van de inmiddels 88-jarige Emily.
Nu heeft de plaatselijke natuurbescherming te horen gekregen dat zij de erfgenamen zijn van het prieel en alles wat erin staat. Enkele leden gaan voor het eerst een kijkje nemen en met de nodige eerbied lopen ze naar binnen. Hun oog valt op een schilderij dat op de ezel staat. Een weergave van het interieur van het prieel. Een minutieuze afbeelding van dat wat ze om zich heen zien: de doeken en panelen, de opgezette muizen, eekhoorns, een vos, een das, een reiger, eenden, vogels.
Totdat iemand naar het schilderij loopt en iets aanwijst, wat amper opvalt, maar nu hun oog er naar toe getrokken wordt, overduidelijk aanwezig is: een koperen ring in de houten vloer naast de opgezette vos.
Ze kijken naar de plaats waar de vos staat, waar geen ring te zien is. Een van hen schuift de vos voorzichtig opzij en huivert bij de aanraking van het dier, die hem met felle ogen aankijkt en zijn tanden laat zien, alsof hij ineens toe kan slaan. Daar glinstert de koperen ring.
Na kort overleg besluit het gezelschap eraan te trekken. De ring blijkt bevestigd aan een luik, dat krakend omhoog komt bij hun gezamenlijke inspanning. Stof dwarrelt omhoog en licht op in de binnenvallende zonnestralen, als ontsnapt sterrenstof.
Een trap?
De nieuwsgierigheid wint het van hun wantrouwen en, bij het licht van een van hun telefoons, daalt het gezelschap af en komt in een ruimte, die eenzelfde achthoekige vorm en afmetingen heeft als de begane grond. Het grote verschil met ‘boven’ is dat deze ruimte vrijwel leeg is, afgezien van een stoel. De groepsleden verstijven als ze naar de stoel lopen. Er zit een man in.
‘Een wassen beeld?’ vraagt iemand zich hardop af.
‘Nee, nee, nee… Weet je wat dit is? Een geprepareerd mens,’ zegt een ander verbijsterd.
De afschuw en het ongeloof tekent zich af op de gezichten en ze maken zich snel uit de voeten, de trap op. Het luik gooien ze dicht, waardoor de vos omvalt, op zijn zij komt te liggen en hen beschuldigend aankijkt omdat ze het grote geheim van Emily hebben ontdekt. Hijgend staan ze naast elkaar, terwijl een van hen het alarmnummer belt. Korte tijd later staan er diverse hulpdiensten rond het prieel en de hulpverleners dalen af naar de onderverdieping.
Wie had dat gedacht van freule Emily? Een moordenares?
Wat blijkt na gedegen onderzoek? De persoon in de stoel is zorgvuldig geprepareerd en is goed geconserveerd gebleven, al vele jaren, gezien de spinnen- en stofwebben die er rondom hem zijn geweven.
Slechts een klein gat in zijn borst op harthoogte verraadt de doodsoorzaak. De papieren in zijn borstzak wijzen uit dat het hier gaat om Frank Nelson, de verdwenen dorpsgenoot. In een van de acht hoeken in de ruimte ligt een verroest pistool, als uit een westernfilm.
De man houdt ook enkele papieren in zijn hand en, in het bijzijn van zijn collega’s, leest een van de agenten de inhoud voor: Ik heb Frank vereeuwigd om hem voor mezelf te behouden. Dit was de enige uitweg die ik zag in mijn wanhoop nadat hij me had opgebiecht niet evenveel van mij te houden als ik van hem. Is getekend: Emily.