Wat zit er achter die kastdeur?

´Oude bomen moet men niet verplanten,’ luidt het spreekwoord, maar dat geldt niet voor Trees. Vrijwel alles is verhuisd naar het appartement. Trees verlaat haar huis met tuin en is tevreden met haar nieuwe woonstek, het appartement in de stad. In plaats van op het ligbed in de tuin, dat ze met de rollator maar moeilijk kon bereiken, zit ze nu prinsesheerlijk op het balkon dat drempelloos bereikbaar is.
Op haar hoge leeftijd is dit wel belangrijk, ook omdat de rollator een van haar steunpunten is, net zoals de aangebrachte leuningen langs de muren in alle ruimtes. Bovendien is haar gezichtsvermogen beperkt, maar dat doet absoluut geen afbreuk aan haar wilskracht. Ze zal het niet met je eens zijn als je zegt dat ze eigenwijs is. Nee, ze weet gewoon wat ze wíl en zo moet dat dan ook gebeuren.
‘Dit moet mee verhuizen, dit ook, dat hoef ik niet meer. En, o ja, waar is dat gebleven? Dat wil ik perse meenemen.’
Verschillende punthoofden zijn er ontstaan bij de kinderen, maar eindelijk, ma is verhuisd en geïnstalleerd. 

Wat niemand heeft begrepen, is dat de voorraadkast in het appartement zorgvuldig afgesloten is, evenals enkele kratjes in haar kamer.
‘Daar heb je niks mee te maken,’ gaf ze het stellige antwoord als iemand vroeg wat daar dan wel allemaal moest liggen.
Geen van de kinderen heeft eraan meegewerkt om spullen in die kratten en de kast te leggen, dat weten ze zeker, maar hoe komen die kratten dan hier? Loeizwaar zijn ze. Het vermoeden bestaat dat de inhoud van de voorraadkast ook zo zwaar is. Trees zelf kan het nooit gedaan hebben, die kracht heeft ze niet meer. Maar wie dan wel? De geheimzinnige blikken tussen Trees en haar zus, die ze nog met regelmaat bezoekt, spreken boekdelen, maar het boek opent zich niet. Dus tante weet er ook meer van.
Vele vakanties hebben de twee zussen samen doorgebracht, veelal in het buitenland. Hebben deze activiteiten eraan bijgedragen dat ze tot op deze leeftijd nog zo actief en veerkrachtig zijn?
Enkele keren is Trees nu gevallen, de kinderen zijn opgetrommeld en de zorgmedewerkers van het aangrenzende verzorgingshuis lopen enkele keren per dag hun ronde, waarbij ze ook het appartement van Trees aandoen. Ze smeren onder meer haar boterhammen voor het ontbijt. Niet dat de kinderen daar overigens tevreden over zijn. Het lijkt meer op breek- en scheurbrood dan op een boterham die in stukjes gesneden wordt.
 
Maar nu, nu is het echt mis. Trees is opgenomen in het ziekenhuis. Het gaat slecht met haar en ze bezoeken haar vrijwel dagelijks. Zal ze deze opname overleven? Heel langzaam verbetert de situatie en ze mag zelfs naar huis.
‘Pak je  even wat water voor me?’ vraagt ze. ‘Nee, niet uit de kraan.’
‘Waarvandaan dan wel?’ vraagt Hilde.
‘Hier heb je de sleutel van de voorraadkast. Daar moet je het pakken.’
De sleutel van de voorraadkast. Eindelijk! Nu zal het raadsel opgelost worden wat er daar verborgen wordt gehouden. Hilde draait de sleutel om en opent de desbetreffende deur. Hè? Verbijsterd kijkt ze naar de metershoge stapels van waterflesjes. Ma heeft haar verstand verloren. Die denkt vast en zeker dat er oorlog komt en heeft een voorraad water aangelegd. Ze pakt twee flesjes en loopt naar binnen.
‘Geen vragen,’ bijt Trees haar toe, die wel verwacht dat de vragen nu zullen komen.
Hilde schenkt een glas water in en overhandigt dat aan haar moeder. Die kloekt het achterover en wil nog een glas.
‘Rustig ma. Je hebt alle tijd.’
‘Nee, twee liter op een dag moet ik drinken en ik heb nog wat in te halen na die stomme, onverwachte ziekenhuisopname. Als ik weer eens naar het ziekenhuis moet, zorg dan dat ik mijn eigen water krijg. Ik had wel dood kunnen gaan.’

Als in een stripverhaal wemelt het van de vraagtekens om het hoofd van Hilde. Ze kan zich niet meer inhouden en vraagt: ‘Wie heeft al dat water hier neergezet?’
Trees slaakt een diepe zucht, duidelijk geërgerd, maar ze besluit haar verhaal uit de doeken te doen.
‘Je weet toch dat ik vaak met je tante naar het buitenland ging?’
Hilde knikt.
‘Ik zei tegen jullie Zwitserland, maar in werkelijkheid gingen we elke keer naar Lourdes. Daar hebben we in de loop van de tijd heel wat flesjes Lourdeswater gekocht.’
‘Hoe kom je daar dan bij? Is dat zo lang houdbaar dan? Je gelooft toch niet echt in de werkzaamheid daarvan?’ overlaadt Hilde haar met vragen.
‘De pater, die er ook voor heeft gezorgd, dat al mijn gespaarde flessen hier naartoe zijn verhuisd, heeft me dat ooit aangeraden.’
‘Je hebt helemaal niks met de kerk,’ argumenteert Hilde.
Trees negeert deze opmerking en herhaalt wat de pater tegen haar had gezegd: ‘Bewaar flesjes Lourdeswater voor de momenten dat het slecht met je gaat. Drink op die momenten twee liter per dag, totdat het weer beter gaat. Gaat het een keer heel erg slecht, dan raad ik je aan er zelfs een voetenbad in te nemen. Blijf vervolgens minimaal een uur met je voeten in het water, zodat het door je hele lichaam kan trekken.’
Ze weet niet, dat Hilde haar hele verhaal heeft opgenomen met haar telefoon en het snel doorstuurt naar haar broer en schoonzus. ‘Ma is helemaal de weg kwijt, ben ik bang, maar fysiek zit ze er weer goed bij. Of…zou dat toch echt door dat water komen?’

© Vera Oor, 2024

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...