Geborgenheid

 
‘Oh, kijk. Wat zit er achter die deurtjes?’
Kim trekt de deurtjes open en kijkt naar binnen. Geen schappen in de kast, alleen een kleine, donkere ruimte waar een deken in ligt. Aan het plafond van de kast hangt een stuk touw met een flos eraan. Dat is eigenlijk alles.
‘Kijk nog eens goed,’ zegt haar moeder, ‘wat zie je nog meer?’
‘Een kussen of zoiets. Speelden kinderen hier vroeger vadertje en moedertje?’
Haar moeder legt uit dat dit een bedstee is en dat mensen heel vroeger daarin sliepen.
Voordat moeder het in de gaten heeft, is Kim al in de bedstee geklommen.
‘Slapen? Is in dit huis geen slaapkamer dan? Met bedden? Doe de deurtjes eens dicht.’
Haar moeder duwt langzaam de deurtjes van de bedstee dicht.
Het is inderdaad pikdonker binnen in de bedstee, een piepklein streepje licht komt door een spleet in het houten deurtje naar binnen zonder dat dit de donkerte verjaagt.
Kim vindt het maar niks, dit is veel te donker en het stinkt er ook naar zweetvoeten.
Snel geeft ze een duw tegen een van de deuren.
‘Ik vind het eng daar. Daar zou ik niet willen slapen. Het is veel te klein om te slapen, ik pas er net in. Grote mensen passen hier toch niet in? Of waren grote mensen vroeger heel klein?’
Kim kijkt nog eens naar binnen en haar moeder vertelt hoe dat heel vroeger ging, nog voordat oma geboren werd, dus echt heel lang geleden.
 
‘De huizen waar mensen in woonden, waren klein en er stond één kachel in de kamer, die alles moest verwarmen. Om ook  ’s nachts enigszins warm te blijven, sliepen ze in de geborgenheid van een bedstee, waar de warmte van de kachel in kon komen. In de bedstee tochtte het ook niet.’
‘Rolden ze zich dan op als een poes of zo om toch te kunnen slapen in die kleine ruimte?’ probeert Kim zich de slaaphouding voor te stellen.
‘Nee, de bewoners sliepen half zittend.’
‘Waarom?’
Kim vindt het maar moeilijk voor te stellen allemaal en kijkt nog eens naar de afmetingen terwijl haar moeder verdere uitleg geeft.
‘Vroeger waren ze van mening dat het niet goed was om languit te liggen. Dan stroomde al het bloed naar het hoofd en zouden ze doodgaan. Daarom ligt er aan het hoofdeind een heel dik kussen waar ze tegenaan konden leunen.’
‘En als er dan een baby kwam? Stond er dan ook een wiegje bij in de bedstee? Dat past toch niet?’
‘Een baby sliep vaak in een houten bak, een kribbe noemden ze dat, aan de muur bij het voeteneinde. Het kindje lag ook wel in de la onder de bedstee.’ legt Kim’s moeder verder uit en laat de la onder de bedstee zien. Daar komt de uitdrukking ‘ondergeschoven kindje’ vandaan.
Kim vindt het steeds moeilijker worden om zich een voorstelling te maken. Een baby in een la stoppen?
‘En waar is dat touw hierbinnen voor.’
Op een briefje aan de buitenkant van de bedstee heeft het museum een uitleg geschreven over de bedstee en er staat ook iets in over het touw. Dat heette geen touw, maar troetel.
Een troetel hing aan het plafond en dat maakte het mogelijk om je omhoog te trekken wanneer je nog meer rechtop wilde gaan zitten.
‘O, dit is leuk om te weten,’ maakt moeder Kim nieuwsgierig.
‘Wat?’
‘Als de baby in de kribbe onrustig was, gooiden ze de onderkant van die troetel, met de flos eraan, in de kribbe en kon die daar op sabbelen om rustig te worden. Daar komt de naam troetelkindje vandaan.’

©Vera Oor, 2024

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...