Een niet al te drukke dag op het
strand. Het is dan ook nog geen hartje zomer, maar dat belet de
strandliefhebbers niet om over de duinen te klimmen en te genieten van het
rustig kabbelende zeewater met kleine witte schuimkopjes. Een enkele zeilboot
vaart langs de kust, waar weliswaar enkelen zich in het water wagen, maar de
meesten toch iets meer aan hebben dan alleen badkleding. Het maakt niet uit, de
zee houdt zijn aantrekkingskracht, zo ook voor de wandelaar met rugzak die aan
het oefenen is voor de strandavondvierdaagse.
Bij de aangelegde skatebaan
hebben jongeren in verschillende leeftijdsgroepen zich verzameld om hun
skatevaardigheden te oefenen en verbeteren. Op een skatebord voorzien van vier
wieltjes bewegen de jongens zich al steppend voort. De uitdaging is natuurlijk
om allerhande hindernissen te nemen en speciale technieken te oefenen. Er
bestaat een lange lijst van technieken met de meest tot de verbeelding
sprekende termen zoals Quarterpipe, Snakrun, Wheelies, Hubba.
Vol bewondering sta ik te kijken
naar hun acrobatische toeren waarbij sommige skaters bijna van elastiek lijken
te zijn en ik vraag mee af hoe ze steeds opnieuw de binding krijgen of houden met
hun skateboard. Als ik dit zou proberen zou ik binnen no time ergens op mijn
neus liggen met het skateboard meters van me vandaan. Een van de jongens lanceert
zichzelf en komt een aardig eindje de lucht in, waarbij hij zijn petje als een
soort vlag vasthoudt en met de andere hand het skateboard enigszins bestuurt?
Zo lijkt het voor de leek die ik ben.
'Kijk eens, hoe hoog ik vlieg,' roept de jongen in de lucht, maar zijn maatjes horen hem niet. Zij focussen zich op hun eigen oefening en hebben geen oog voor de jongen, Tim, die over hen heen lijkt te vliegen.
'Hé jongen.'
Het lijkt wel of deze stem op dezelfde hoogte is als hemzelf. Tim kijkt verschrikt om, recht in de geelachtige ogen van de meeuw die op dezelfde hoogte vliegt als hij.
'Zal ik je nog wat vliegtrucs leren?' roept de meeuw, want inderdaad is hij het die hem heeft geroepen. Tim verliest zijn evenwicht, gaat in een duikvlucht naar beneden en eindigt plat in het zand. De meeuw landt in een prachtige glijvlucht naast hem.
'Ik ben Jonathan,' stelt de meeuw zich voor en steekt zijn rechtervleugel uit naar Tim. Die heeft zich hersteld en twijfelt er niet meer aan dat het de meeuw is die spreekt. Hij verwondert zich er eigenlijk niet eens over dat dit gebeurt.
'Misschien heb je ooit van mij
gehoord. Er is een boek over mijn leven geschreven, zelfs een natuurfilm
gemaakt en Neil Diamond heeft een lp opgenomen met muziek over mijn leven. Jonathan Livingston Zeemeeuw.'
'Neil Diamond heb ik wel eens
gehoord, maar dat is niet mijn muziek moet ik zeggen. Mijn opa en oma
luisterden naar die zanger. Van jouw verhaal heb ik nog nooit iets gehoord.
Vertel,' zegt Tim.
Tim luistert aandachtig.
'Ja jongen, geloof in jezelf. Blijf oefenen, leren, hou een doel voor ogen en je zult steeds verder komen. Maar vergeet niet, dat het belangrijk is dit niet alléén te doen, je leeft met anderen. Jij kunt van hen leren en zij van jou,' en als een speer schiet Jonathan de lucht weer in, maakt enkele loopings, duikt naar beneden en stijgt weer recht omhoog. Tim pakt zijn plank op en loopt terug naar zijn vriendjes om verder te oefenen. Hij neemt zich voor vanavond eens bij opa en oma langs te gaan om te horen of zij wel eens hebben gehoord van ‘Jonathan Livingston Zeemeeuw.'
©Vera Oor, 2024