19 april was de dag tegen pesten

19 april was de dag tegen pesten. Als je als kind zou weten, wat je nu weet over de invloed van pesten, zou dat misschien wel leiden tot minder pestgedrag.

Ik denk dat het eerder mijn eigen afschuw is geweest dan de reactie van andere kleutertjes. Misschien heb ik me die reactie zelfs ingebeeld. Hoe dan ook, het had een behoorlijke impact op mij.
Op mijn kleuterhandjes verschenen meer en meer miniwratjes. Op de handrug, op de vingers. Ik denk dat het aantal nog wel meeviel, maar in mijn beleving zagen mijn handen eruit als een wratterige pad. Ik durfde niemand meer een hand te geven en het schrikbeeld van kringspelletjes werd groter en groter in mijn hoofd.

In de grote hal van de kleuterschool, waar de geur van linoleum je neusgaten binnendrong, moesten we een kring vormen en elkaars handen vasthouden. Bibberend stond ik op mijn benen, mijn handen in elkaar voor mijn lijf, ik durfde het niet. De andere kindjes zouden mijn handen voelen en zouden me uitlachen. De warme, grote hand van zuster Alma, in haar ruisend nonnengewaad, pakte een van mijn handen die volledig verdween in de hare.
Een kind aan mijn andere zijde pakte mijn andere hand en trok haar hand onmiddellijk terug. Alsof ze door iets gestoken werd. Maar…trok zij terug of trok ik terug?
Hoe dan ook, mijn moeder had wel door hoe ik ermee worstelde en schafte Formule W aan: tinctuur om wratten te bestrijden. Een druppeltje en er vormde zich een dun, droog schilletje bovenop het wratje. Na meerdere behandelingen zou de wrat ineen moeten schrompelen en verdwijnen.
Niet dus. Het hielp allemaal niks.

We gingen naar een dokter en ik nam plaats tegenover de man in witte jas. Mijn moeder zat op de stoel naast mij en legde uit wat er aan de hand was. De dokter schoof zijn stoel achter het bureau uit en ging tegenover me zitten. Hij boog zich voorover en nam een van mijn handen in de zijne.
‘Dit doet misschien een beetje pijn, maar het is koud vuur en zorgt ervoor dat je wratjes verdwijnen.’
Nou dat dit niet de meest tactische uitleg was, hoef ik niet te vertellen. Koud vuur! En vuur doet pijn!
Bij de minste geringste aanraking krijste ik het uit, totdat besloten werd de behandeling maar te stoppen. Slechts een deel van de wratten was behandeld.

Achterop de fiets, ging ik mee naar huis, maar voordat we daar aankwamen, stopte mijn moeder bij Jacobs, de plaatselijke van-alles-en-nog-wat-winkel en ik mocht iets uitzoeken als troost voor de “pijn”.
Mijn keus viel op een handhoog zwart muisje van nepleer. Een spits snuitje, 2 opgeplakte bolle oogjes, kleine oortjes met roze binnenkant en een lange sliert leer als staart. Een stevige muis, inknijpen lukte niet, maar ik was helemaal gelukkig met dat ding.
In de loop van de tijd verdwenen de wratjes vanzelf en de muis heeft nog heel veel jaren overleefd, totdat zijn oortjes los gingen zitten in de gaatjes bovenop de kop en het zaagsel beetje bij beetje naar buiten kruimelde, niet alleen via de ooropeningen, maar ook bij de staart. Het terugstoppen van de oortjes en staart heeft meerdere plaksessies effect gehad, maar uiteindelijk is het muisje toch “overleden”.  Haarscherp staat het ding me nog voor ogen.
De wratten zijn nooit meer teruggekomen.
 
©Vera Oor, 2024

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...