Vorig jaar rond deze tijd was het me al opgevallen en gisteren gebeurde het weer: tegen zonsondergang zag ik een bewegende lange witte sliert met zo nu en dan een blauwe waas. De sliert ging niet afwisselend naar links en rechts, maar slechts naar één kant. Het lukte me net zomin als bij de zwarte draadjes om het stil te laten staan en eens beter te bekijken. Overigens leken het geen draadjes, maar kleine dingetjes, die onafhankelijk van elkaar bewogen.
De meeste
avonden regende het de afgelopen tijd en dan ben ik later op de avond echt niet
meer buiten. Gisteravond was het droog en was ik wel even in de tuin te vinden.
Het donker had de schemer verdreven en het leek alsof de witte dingetjes zo nu
en dan in de buurt van de vijver actief waren. Mini witte wieven? Ze bleven
continue in beweging. Zodra ik iets dichter naar de vijver liep, bewoog er niks
meer. Ik ging een eind verderop met een boek zitten in het licht van een
tuinlamp. Ik had geen muziek aanstaan, bij de buren was ook geen geluid en toch
hoorde ik heel zacht een diffuus gezang “I’m singing in blue rain”, het lied
van Gene Kelly, meerstemmig zelfs. Blue rain? Nou, ik had het waarschijnlijk
verkeerd gehoord.
Het moest niet
veel gekker worden: witte dingetjes zien, stemmen horen. Ik focuste me volledig
op het geluid. Het kwam toch echt uit de buurt van de vijver. Het lukte me niet
om de bron van het geluid te achterhalen en op een gegeven moment heb ik het
opgegeven en ben naar binnen gegaan.
Afgelopen nacht doemden er spoken, geesten en witte wieven in mijn dromen op. Het houdt me meer bezig dan ik toe wil geven.
Vanavond pak ik het anders aan. Ik installeer me bij de vijver, enigszins verscholen achter de varens en maak het me zo gemakkelijk mogelijk op de harde ondergrond. Mijn angst voor spinnen en ander kruipend ongedierte probeer ik te onderdrukken, want anders heeft mijn “wacht” geen zin. Het schemert en in de verte zie ik de sliert witte dingetjes met blauwe waas weer de kant van de vijver opkomen. Geen idee hoe stil muizen zijn, maar ik houd me muisstil en vergeet zelfs bijna te ademen.Tegen dat het echt donker wordt, komt de sliert dichterbij en verdwijnt achter het vijverfilter, buiten mijn gezichtsveld. In die hoek klinkt het gezang weer, vergezeld van een hoop gespetter. Langzaam kruip ik in de richting van het geluid, maar ineens is het stil. Geen gezang en gespetter meer. Ik kruip verder naar het vijverfilter en kijk daar eens goed rond, inmiddels zijn mijn ogen wel wat aan het donker gewend.
Ik raak verstrengeld in een tak en probeer me eruit te wurmen. Hè? Aan de tak hangen hangen kleine kleertjes, allemaal wit op één na, die is rood. Het zijn minibroeken en een jurkje. Maar die andere dingen, wat zijn dat dan? Mutsen? Ook allemaal wit en één rode. Langzamerhand begint me iets te dagen. Heb ik nu te maken met een smurfeninvasie? De kleren lijken verdomd veel op die van de smurfen. Even twijfel ik of ik zal roepen, maar realiseer me tegelijkertijd dat ik mijn aanwezigheid toch al verraden heb met mijn gekruip.
‘Grote
smurf,’ roep ik in de wetenschap dat hij de aanvoerder is van het blauwe
volkje.
‘Mm,’
krijg ik een brommend antwoord.
‘Zijn
jullie het echt? Alle smurfen bij mijn vijver?’ Ik word hoe langer hoe
nieuwsgieriger.
‘Ja, we
zijn de smurfen.’
‘Laat je
eens zien,’ zeg ik, ‘ik zie alleen maar vage blauwe vlekken en hier hangen
jullie kleren.’
‘Nee,
mensen mogen smurfen niet zonder kleding zien en al helemaal niet zonder muts.’
‘Waarom
zitten jullie hier?’
‘Draai je
om, dan kleed ik me aan en kom naar je toe.’
Ik doe mijn best om me te bedwingen niet terug te draaien, maar wil het vertrouwen van de smurfen niet beschamen, dus ik wacht braaf tot de grote smurf naar me toekomt. Niet veel later duikt het bekende rode mutsje voor me op en de pientere ogen kijken me aan. Ik geef hem mijn pink als begroeting. Een smurfenhand om je pink voelt vreemd aan, kan ik je verzekeren. Enigszins rubberachtig. Langzaamaan verzamelen zich meer smurfen om me heen, uiteraard aangekleed en met een muts op hun hoofd. Ik mis alleen smurfin.
‘Is
smurfin er niet bij?’ vraag ik voorzichtig, waarbij ik denk aan het witte
jurkje dat ik zag hangen.
‘Natuurlijk
wel, maar je denkt toch zeker niet dat wij erbij zijn als zij zich omkleedt?
Daar komt ze aan,’ wijst grote smurf.
Ik kijk zijn vinger na en daar komt smurfin in een hagelwit jurkje aan. Haar blauwe hoofd, armen en benen steken prachtig af tegen haar gele haren. Het valt me wel op, dat het blauw van alle smurfen enigszins vaal is en ik informeer naar de reden daarvan. De grote smurf geeft me de volgende verklaring, niet alleen voor de vale kleur maar ook voor hun aanwezigheid hier:
‘In deze tijd van het jaar bezoeken we een aantal keren jouw tuin en vijver, waar we ons uitkleden. In onze blauwe naaktheid kunnen we volop bijkleuren onder de blauwe regen die nu in bloei staat en een afdak vormt boven je vijver. In de loop van het jaar vervaagt onze blauwe kleur door weersinvloeden en we moeten dat natuurlijk goed bijhouden om herkenbaar te blijven als smurfen.We houden van zingen en al helemaal tijdens het douchen, dus daarom hoor je ons douchelied "I'm singing in blue rain" dat we qua tekst iets veranderd hebben.
Dus ik heb het toch goed gehoord, inderdaad blue rain. Ik kijk naar boven. De stralen van de tuinlamp verlichten de vijver, waar de lange afhangende trossen bloemen van de blauwe regen een natuurlijk afdak vormen. In de dichtstbij hangende tros zijn de individuele bloemetjes, die enigszins lijken op een kleine orchidee, duidelijk te onderscheiden.
Terwijl ik
nog bijkom van deze verrassende ontmoeting, verdwijnen de smurfen weer uit
beeld, waarbij het me inderdaad opvalt dat het blauwe waas al veel sprekender
is en de lijfjes een contrast vormen met hun witte kleding en muts.
Grote
smurf sluit de rij en zijn rode muts verdwijnt als laatste uit beeld. Hoeveel dagen
zouden ze nodig hebben om volledig bijgekleurd te zijn? Ik verheug me nu al op
de voortzetting van hun blauweregendouches. Gelukkig blijft het blauwe
bloemendak nog wel een periode in volle schoonheid boven de vijver hangen.
Zijn er
nog meer blauwe wezens op aarde? Dan moet ik eens in de gaten gaan houden of
die misschien ook naar dit openbare badhuis komen. Oei, de blauwe reiger is er
natuurlijk een. Die wil ik toch liever geen abonnement geven op deze
douchemogelijkheid. Dat vinden de koikarpers en goudvissen vast niet leuk.
Goudvissen??
Daar zeg ik zowat. Zal ik ook nog een gouden regen bij de vijver plaatsen? Wie
weet wat daar op afkomt. Goudhaantjes bijvoorbeeld?
© Vera Oor, 2024