Nieuwe aanwas

 
Voor degenen die onbekend zijn met de term gesekste kippen: dat betekent niet dat ze in een kippenbordeel ingezet worden. Bij een gesekste kip wordt al vroeg vastgesteld van welk geslacht het kuiken is. Dat is niet zo eenvoudig aan de buitenkant vast te stellen en is werk voor kenners.


Voor mij is het wel belangrijk te weten dat een kuiken een kip zal worden en geen haantje. Ik heb al een haantje en twee levert het risico van vechtpartijen op. Dat heb ik een keer eerder gehad en is echt niet prettig om te zien, met half afgerukte lellen of kam, een bloederig geheel. In sommige landen worden hanengevechten georganiseerd waarbij de hanen inzet worden van gokkers, maar niet bij mij in de kippenwei.
 
Helaas. De kippen hebben wel gebroed, maar het resultaat was nul. Geen kuikentjes dit jaar. Het aantal kippen is echter in de loop van de tijd aardig teruggelopen, dus we willen nieuwe aanwinst. Een flink aantal jaren geleden hebben we gezocht naar een bedrijfje of hobbyist die gesekste kuikens verkoopt en gelukkig, degene waar we destijds geslaagd zijn, verkoopt ze nog steeds. Met de bench van de honden achter in de auto naar een dorp in de omgeving gereden om onze nieuwe wei-genoten op te halen.
‘Welke soort wil je hebben?’
Nou dat maakt me eerlijk gezegd niet veel uit. Ik kies kuikens op kleur of verentekening of gewoon omdat ik het een grappig dier vindt. Wel wil ik minimaal drie exemplaren hebben, die bij de verkoper ook al in een gezamenlijk verblijf hebben gezeten. Ze blijven dan in hun nieuwe omgeving bij elkaar in de buurt en kakelen elkaar moed in om op verkenning uit te gaan en kennis te maken met hun medebewoners.
 
Om ze te laten wennen zetten we ze eerst in een kleine ren, die aansluit op de kippenwei. Alles kakelt door elkaar.
‘Help, waar zijn we terechtgekomen?’
‘Heb je dat haantje gezien?’
‘Vreselijk, wat een opgeblazen opschepper.’
‘Dat groen waarop ze lopen, ziet er wel aantrekkelijk uit.’ Gras kennen deze nieuwkomers niet. ‘Volgens mij is het zachter dan het zaagsel waar wij in liepen en wat hier in de ren ligt.’
‘Die kippen pikken er van alles tussen uit. Zou daar eten verstopt liggen?’
Ik hoor de laatste opmerking en ben al onderweg met een bakje voer en een bakje water voor de dames. Ze moeten nog wennen aan mij en schieten als een kakelende kippenbol de hoek van de ren  in. Pas als ik op veilige afstand ben, piept er af en toe een klein snaveltje tussen de veren uit en stappen ze voorzichtig richting bakjes.
‘Kom op, meiden. Etenstijd,’ moedigen ze elkaar aan en springen in de bak voer.
 
Ze zijn zo druk bezig met voer pikken, dat ze niet in de gaten hebben, dat er iets groots dichtbij komt tot ze zich rot schrikken van het kabaal en ze weer de hoek in stuiteren.
‘We zijn in een reuzenwereld terechtgekomen. Wat een enorm beest.’
Ze hebben niet in de gaten dat het gegak van een heel andere orde is dan gekakel en gekukel. Je kunt het ze niet kwalijk nemen, ze hebben nog nooit een gans gezien.
En dan loopt er ook nog een herrieschoppend blond harig beest rond.
‘Wat is dat dan weer?’
 
Ik roep de hond terug. Alles wat anders is dan anders, is een reden tot een hoop opwinding en moet eerst besnuffeld worden, zodat die de volgende keer weet dat de bollen in de ren voortaan ook bij het territorium horen en dus met rust gelaten moeten worden.
Tegen de avond gaat er een poortje open en lopen de zes kippen en een haan die al lang hier zijn, langs de nieuwelingen, zonder ze ook maar een blik waardig te keuren. Ze zijn onderweg naar hun binnenhok en naar hun slaapplaats. Stoïcijns lopen ze door.
‘Wat moeten wij nu?’vraagt de grijze nieuweling aan haar vriendinnen.
Ja vriendschap ontstaat snel, als je zo op elkaar bent aangewezen in een vreemde en misschien ook vijandige omgeving. Ze overleggen even en besluiten niet naar binnen te gaan en de oude garde te volgen. Wie weet wat daar weer op hen wacht.
Daar denk ik echter anders over en gewapend met een zaklamp kruip ik ’s avonds bij de nieuwkomers in de ren. Een voor een  pak ik ze op en schuif ze het binnenhok in. Kippen kun je in het donker makkelijk pakken, want ze zitten gewoon doodstil en gaan ook echt niet op de loop. Eenmaal alles binnen, laat ik het poortje zakken.
 
‘Hm, voelt wel lekker warm hier binnen en het is rustig.’
‘Waar zijn die anderen nu allemaal gebleven?’
Vermoeid van hun verhuizing vallen ze al snel in slaap. Zodra het de volgende dag lichter wordt is het clubje op de bodem al vroeg wakker en kijkt nieuwsgierig om zich heen. Kijk daar boven nou, de hele groep “oude” kippen zit op stok.
De eerste tijd slapen kuikens nog op de grond of in een nestkast, maar zodra ze ouder worden, verwerven ze zich een plekje tussen de anderen op de stok. Wel bijzonder om te zien, alle soorten en variëteiten worden gewoon geaccepteerd alsof het de normaalste zaak van de wereld is en hoeven niet te vechten om zich een plekje te verwerven. Vele malen vanzelfsprekender dan in de mensenwereld.  

© Vera Oor, 2024

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...