Krasje

 

De kamer van de hoofdonderwijzer was eens per jaar het domein van de schoolarts. Een statige vrouw in witte doktersjas. Daar ging ik als kind niet alleen naar toe, ik kan me herinneren dat mijn moeder daarbij aanwezig was. Misschien was dat ook wel voorschrift.


Een riedeltje aan standaardvragen en -metingen werd gedaan, vaag kan ik het me herinneren. De meeste antwoorden gaf mijn moeder waarschijnlijk. Een van de rituelen was het krasje op de arm. Het deed geen zeer, maar was wel belangrijk en het ging gepaard met een typische geur. Gespannen volgde ik de volgende dagen of de huid rond het krasje niet rood en dik werd, want al wat ik weet, was dat het dan niet goed was. Dat betekende dat je misschien wel tbc had. Geen idee wat dat dan weer inhield. In de volksmond heette het ook wel pleuritis of pleuris.
 
Pas veel later hoorde ik dat mijn vader tbc kreeg, enkele jaren nadat hij terug was gekeerd uit Nederlands-Indië. Ergens in de periode rond 1953 heeft hij lange tijd in het sanatorium Dekkerswald, tussen Nijmegen en Groesbeek, gelegen.
Hij vertelde weleens over de vriend die hij aan die periode overgehouden had: een boer uit Salland, die ver van huis en familie in dit sanatorium lag. Meer heeft hij eigenlijk nooit gedeeld. Het was overigens niet zo, dat hij de omgeving vermeed of niet over de locatie sprak, want hij heeft ons regelmatig meegenomen om in de bossen rond Dekkerswald bosbessen te zoeken. Dat heeft mij in ieder geval het idee gegeven dat het voor hem geen traumatische tijd geweest is.
Het hoofdgebouw van Dekkerswald bestaat nog steeds en, net als in mijn jeugd, is het terrein rondom voorzien van hekwerken. Die stonden er om de wilde zwijnen binnen te houden en te voorkomen dat ze de weg op zouden lopen.
 
Inmiddels ligt Dekkerswald midden in de bossen, maar een documentaire laat zien dat het in de tijd dat het een sanatorium was, weinig bos liet zien. Wel een gebouw met strakke paden eromheen en, omdat het op een heuvel lag, met wijds uitzicht richting Nijmegen, Groesbeek en Noord-Limburg.
Het gebouw was zodanig gebouwd dat de patiënten optimaal hun voordeel konden doen met frisse lucht en zonlicht, wat hun genezing ten goede zou komen. Op de op het zuiden liggende terrassen en balkons stonden lange rijen bedden.
Dekkerswald werd ‘geregeerd’ door nonnen, die strikte regels hadden waar patiënten zich aan dienden te houden. Streng! Voor velen is de periode op Dekkerswald een traumatische periode geweest, zowel door de ziekte, de afzondering als door de behandeling. In de huidige tijd is een bronchoscopie een angstbeeld of -ervaring voor velen, maar hoe moet het toen wel niet geweest zijn?
Mannen, vrouwen en kinderen brachten hun maanden- of zelfs jarenlange sanatoriumperiode door in aparte gebouwen. Getrouwde stellen werden gescheiden en mochten zo nu en dan bij elkaar op bezoek, maar onder toezicht. Ze zaten aan elkaars bed, maar kregen geen moment van privacy.
Op gezette tijden mochten patiënten die daartoe in staat waren een wandelingetje maken in het aangrenzende bos, mannen en vrouwen nooit tegelijkertijd. Zodra de klok luidde was het uurtje voorbij en moest de groep terug, waar gecontroleerd werd of iedereen weer ‘binnen’ was.
 
Het verhaal dat de hekken rond Dekkerswald er zijn om de wilde zwijnen op het terrein te houden, is misschien nu actueel, maar oorspronkelijk had het een andere reden: de hekken waren bedoeld om prostituees buiten het terrein te houden, die het uurtje ‘luchten’ van de mannen een andere invulling konden geven.

© Vera Oor, 2024

 

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...