Een rookpluim en wat as

Veel jaren geleden is hij bij hen in huis gekomen. Bertus en Aagje hadden er lang voor gespaard om de woonkamer opnieuw in te richten.  Het was niet makkelijk voor hun geweest om iets te vinden dat ze allebei leuk en mooi vonden. Bertus was nog steeds enthousiast over degelijke eiken meubels, maar Aagje zag de inrichting graag wat lichter en vrolijker.
Heel wat winkels hebben ze afgesjouwd en met hulp van een verkoper die alle tijd voor hen nam, hadden ze keuzes gemaakt. Bertus kreeg gedeeltelijk zijn zin: een stoere donker eiken rookstoel en een klein tafeltje erbij waarop de asbak kon staan en een krantje kon liggen. De overige meubels voldeden meer aan de verwachting van Aagje.
 
Alles is nu anders. Bertus is dit jaar plotseling overleden en Aagje ging lichamelijk snel achteruit. Ze had steeds meer hulp nodig bij de dagelijkse dingen en bij haar persoonlijke verzorging. Na het overlijden van Bertus was voor haar de glans van het leven verdwenen.
De avonden vond ze het zwaarst. Elke avond had ze samen met Bertus gezeten. Bertus in zijn rookstoel met een boekje en zijn pijp. Aagje kende de televisiegids bijna uit haar hoofd en genoot van films en praatprogramma’s.
 
Nu zet ze ’s avonds haar kopje koffie op het tafeltje naast Bertus zijn stoel. Zij leunt achterover in de eiken stoel en snuift de lucht van tabak op, die in de bekleding is blijven hangen. Vorige week heeft ze besloten om te verhuizen naar een verzorgingshuis. Ze krijgt daar een kleine kamer met keukentje en een slaapkamertje. De douche en het toilet zijn goed bereikbaar vanaf de slaapkamer.
“Ja Bertus”, praat Aagje in zichzelf, “ik kom er niet onderuit hier weg te gaan, nu jij er niet meer bent. Jou heb ik achter moeten laten in het crematorium en de as staat nu op het tafeltje naast jouw stoel. Dan ben je er toch nog een beetje bij”.
Ze moet even terugdenken aan de opmerking van Bertus die hij gekscherend had gemaakt: “als ik dood ga en ik moet gecremeerd worden, dan moet je er wel op letten dat de wind goed staat. Als het verkeerd wil dan zie je bij het verlaten van het crematorium een rookpluim, die nog eerder thuis is dan jij.”
 
Aagje heeft het uiteindelijk best naar haar zin op haar nieuwe woonplek, maar met pijn in het hart heeft ze afstand moeten doen van de rookstoel van Bertus. Het zware eiken gevaarte was te groot voor de kleine kamer en ze had hem op laten halen door de kringloopwinkel. Het tafeltje met de urn heeft ze wel mee kunnen nemen. Destijds was het meubelstuk absoluut niet haar smaak, maar nu mist ze de stoel zelfs.
 
De rookstoel staat nu in de kringloopwinkel, maar er is weinig belangstelling voor hem. Hij heeft de verkopers al horen zeggen “als hij er nu nog een maand staat, dan gaat hij de brandstapel op”.
Een schrikbeeld doemt bij hem op.
“Dat is wat er van mij overblijft: eerst een rookpluim en dan alleen wat as”, sprak de stoel in zichzelf.
Met een diepe zucht overpeinst hij zijn leven op dit moment. Net als Bertus zal hij verbrand worden. Maar de as van hem wil niemand hebben. Die as wordt uiteindelijk gewoon opgeveegd en weggegooid. De stoel probeert er zo min mogelijk aan te denken en leunt achterover, in de uiterste stand zoals Bertus het altijd instelde. Zijn armleuningen laat hij slap naast zich hangen en de stof van zitting en rugleuning bobbelen een beetje.
“Het ding ruikt veel te veel naar rook. Dat wil tegenwoordig niemand meer.”
Ook dat zeggen ze nu over hem. Hij geeft de moed op om nog ooit uitgekozen en meegenomen te worden. Hij is afgedankt.
 
Aagje wordt opgehaald door een van de zorgmedewerkers. Vandaag is de opening van de nieuwe gezamenlijke huiskamer, die een grondige verbouwing heeft gekregen en waar de bewoners wensen hebben kunnen indienen voor de inrichting. Aagje had geen speciale wensen.
Ze is wel benieuwd wat de anderen gevraagd hebben. Bij binnenkomst in de ruimte ziet ze Tiny al staan bij een theemuts. Dat had ze blijkbaar gevraagd. Anneke staat bij een oud petroleumstelletje, Henk bij een ouderwetse schaaf en zo heeft eigenlijk iedereen wel iets in de ruimte staan, dat vertrouwd aanvoelt en herinneringen oproept. Aagje schuifelt verder achter haar rollator.
“Nee, dit kan niet”, zegt ze met een iel en bibberig stemmetje, “dat is de stoel van Bertus.”
Ze strijkt met een bevende, gerimpelde hand over de leuning en over de stof.
“Mag ik gaan zitten, of is die van iemand anders?” vraagt ze voorzichtig aan de verzorgster.
“Gaat u gerust zitten. Niemand heeft om een rookstoel gevraagd, maar deze stond in de kringloopwinkel waar we alle andere spullen ook gehaald hebben. We vonden hem echt passen in deze kamer en we hebben hem gekocht. Hij is goed gereinigd want hij stonk wel naar rook, de kussens zijn wat opgevuld en het hout is in de boenwas gezet.”

Aagje laat zich, steunend op de armleuningen van de stoel, zachtjes achterover zakken, zucht diep en sluit haar ogen. Een glimlach om de mond. 

Beschermend blad

Waarom zou ik langer blijven liggen. Eruit! Vannacht heb ik de ramen wagenwijd open gehouden en de heldere zomerochtendlucht drijft de kamer...