Aan het geluid
van voorbijrijdende treinen was ik gewend, maar ik had geen rekening gehouden
met het nachtelijk periodiek onderhoud aan het spoor dat aangekondigd was. Dat
gaat gepaard met nogal wat herrie en als ik dat weet, sluit ik het
slaapkamerraam bij voorbaat en kan ik het meeste geluid buiten sluiten. De
berichtgeving over de werkzaamheden was ik die avond volledig vergeten en ik
rolde mijn bed in, doodmoe na de verbouwingswerkzaamheden. De ramen stonden,
zoals altijd, open.
Korte tijd
later schrok ik wakker van de geluiden vanaf het spoor. Stommerik, vergeten de
ramen te sluiten. Ik kon me er niet toe zetten het warme bed uit te gaan en gaf
mezelf de opdracht geen aandacht te besteden aan het geluid en verder te
slapen. Zonder succes.
Op de een of
andere manier hoorde ik het geluid alleen maar meer en ergerde me eraan. Ik was
klaarwakker. Even later ben ik met bijna de slappe lach mijn bed uitgestapt.
Waarom?
Geen machinale
geluiden, maar gezang. Niet van engelen, niet van lallende cafégangers, niet
van een radio, maar een kinderliedje.
“Op een glote
paddenstoel, lood met witte stippen…”.